Het is niet alleen phonics dat belangrijk is, maar ook hoe je phonics geeft!

Deze blogpost is geen nieuwe ronde in de bekende oorlogen over hoe kinderen best leren lezen! Ok, nu dat van de baan is, waarover gaat deze nieuwe studie wel? Wel, terwijl er behoorlijk veel evidentie bestaat dat het expliciet en systematisch aanleren van de koppeling tussen letters en klanken een belangrijk onderdeel is van goed aanvankelijk leesonderwijs (in het Engels: systematic phonics), is er ietsje minder geweten of het ook uitmaakt hoe je die phonics precies aanbiedt?

De nieuwe studie van Paul Gioia, Johannes Ziegler en Jérôme Deauvieau, gepubliceerd in Learning and Instruction, onderzoekt deze vraag. En wat voor mij echt fijn is, is dat het onderzoek voor één keer zich niet afspeelt in een Engelstalig land, maar in Frankrijk. Dat is geen detail omdat het Frans een veel regelmatigere relatie tussen letters en klanken kent dan het Engels. De auteurs waarschuwen overigens zelf dat we hun bevindingen niet zomaar naar andere talen en onderwijssystemen mogen veralgemenen!

In hun studie maken de onderzoekers een onderscheid tussen wat ze enerzijds strict phonics en anderzijds mixed phonics noemen. Waarover gaat dit? Bij strict phonics krijgen beginnende lezers teksten waarin alleen grafeem-foneemkoppelingen voorkomen die ze al expliciet geleerd hebben. Ze hoeven dus geen woorden uit het hoofd te leren waarvan ze de letter-klankkoppelingen nog niet kennen. Bij mixed phonics wordt dat principe minder consequent toegepast en komt de aanpak ietsje dichter bij het raden dat we vooral associëren met de globale leesmethode. Kinderen krijgen bijvoorbeeld al woorden te zien die ze nog niet volledig kunnen decoderen of leren bepaalde woorden als geheel herkennen.

Nu blijkt dat het verschil in Frankrijk behoorlijk reëel is. De onderzoekers analyseerden de 34 meest gebruikte leesmethodes, die samen goed zijn voor 95 procent van wat in de Franse klassen wordt gebruikt. De mate waarin de teksten decodeerbaar waren, varieerde van 42 tot 100%. Het aantal woorden dat kinderen moesten memoriseren voordat ze alle relevante letter-klankkoppelingen hadden geleerd, varieerde van 0 tot 44.

In een volgende stap koppelden de onderzoekers een grote bevraging onder leerkrachten aan de resultaten van de Franse nationale toetsen. De uiteindelijke analyses omvatten 6.440 leerkrachten en ruim 90.000 leerlingen. Op deze manier konden ze zowel leesvloeiendheid als begrijpend lezen bekijken, halverwege het eerste leerjaar en opnieuw aan het begin van het tweede leerjaar.

En de resultaten zijn opvallend consistent! Leerlingen die strict phonics kregen, deden het merkelijk beter dan leerlingen die een van de gemengde varianten kregen. Halverwege het eerste leerjaar bedroeg het verschil voor leesvloeiendheid ongeveer 0,11 tot 0,16 standaarddeviatie en voor begrijpend lezen 0,13 tot 0,19 standaarddeviatie. Aan het begin van het tweede leerjaar waren de verschillen wat kleiner, maar nog steeds aanwezig: 0,10 tot 0,11 standaarddeviatie voor leesvloeiendheid en 0,08 tot 0,10 voor begrijpend lezen.

Kenners zullen direct gemerkt hebben dat het geen gigantische effecten zijn. Maar vergeet niet wat hier wordt vergeleken. Dit is niet phonics versus geen phonics, vandaar de eerste zin in deze blogpost. Alle groepen kregen systematische phonics. Het gaat over verschillen in de manier waarop die phonics wordt uitgevoerd. En dan is een verschil van rond een tiende tot bijna twee tienden van een standaarddeviatie toch niet verwaarloosbaar.

De onderzoekers bekeken ook of het verschil voor alle kinderen even groot was. Dat bleek, zoals vaak in het onderwijs, niet zo te zijn. Hoe zwakker de voorkennis van het alfabetische principe bij de kinderen aan het begin van het eerste leerjaar, hoe groter het voordeel van strict phonics.

Voor begrijpend lezen bijvoorbeeld bedroeg het geschatte verschil tussen strict en mixed phonics bij kinderen met een sterke voorkennis ongeveer 0,17 standaarddeviatie halverwege het eerste leerjaar en 0,09 aan het begin van het tweede. Bij kinderen met een zeer zwakke voorkennis liep dat op tot respectievelijk 0,28 en 0,21 standaarddeviatie!

Als de onderzoekers naar de sociaaleconomische achtergrond van de scholen kijken, duikt er een vergelijkbaar patroon op. In relatief kansrijke scholen is het verschil in leesvloeiendheid tussen strict en mixed phonics bijvoorbeeld slechts 0,08 standaarddeviatie halverwege het eerste leerjaar en nog maar 0,04 aan het begin van het tweede. In relatief kansarme scholen bedraagt het verschil respectievelijk 0,17 en 0,23 standaarddeviatie!

Het lijkt er dus niet alleen op dat consequentere phonics samenhangt met betere leesprestaties. De samenhang is het sterkst bij de leerlingen die bij aanvang de minste bagage hebben. Maar waarom zou dat zo zijn? De auteurs geven een mogelijke verklaring die mij behoorlijk logisch in de oren klinkt.

Stel dat je net leert lezen. Je leert eerst een aantal letter-klankkoppelingen en krijgt vervolgens alleen woorden en teksten waarin je die kennis daadwerkelijk kunt gebruiken. De boodschap die je telkens opnieuw krijgt, is dan behoorlijk consequent: letters staan voor klanken, en door die klanken te combineren kun je woorden lezen.

Bij een gemengde aanpak daarentegen kan een beginnende lezer verschillende boodschappen tegelijk krijgen. Soms moet je een woord decoderen, maar soms moet je een woord herkennen of onthouden terwijl je de noodzakelijke koppelingen nog niet hebt geleerd. Dat hoeft niet per se een probleem te zijn voor een kind dat al behoorlijk wat voorkennis heeft. Maar… voor een kind dat het decoderen van de alfabetische code nog nauwelijks beheerst, zou die extra uitdaging de ontwikkeling van een stabiele decodeerstrategie kunnen bemoeilijken. Of in andere woorden: het zou dus voor cognitieve overbelasting kunnen zorgen.

Voor alle duidelijkheid, dit hebben de onderzoekers niet aangetoond. Het is hun theoretische verklaring voor het waargenomen patroon. De studie meet niet welke specifieke cognitieve processen precies verantwoordelijk zijn voor het verschil. Daarvoor is verder experimenteel onderzoek nodig. Weet ook dat dit een observationeel onderzoek is. De onderzoekers hebben leerkrachten niet willekeurig toegewezen aan strict of mixed phonics. Het blijft dus mogelijk dat leerkrachten die voor strict phonics kiezen ook op andere relevante kenmerken verschillen van leerkrachten die dat niet doen.

Dat kan moeilijk worden uitgesloten en de onderzoekers proberen daarom die mogelijkheid wel behoorlijk serieus te nemen. Zo controleerden ze onder meer de beginscores van de leerlingen, het klasniveau, de sociaaleconomische achtergrond van de school en de ervaring van de leerkracht. Ze bekeken ook of strict-phonicsleerkrachten misschien gewoon meer tijd aan leesonderwijs besteden. Dat blijkt een klein verschil te maken, maar het verklaart het gevonden effect niet. Na controle bleef het verschil bestaan.

Ze deden nog een interessante extra controle. Misschien waren de leerkrachten die bewust voor een strict-phonicsmethode kiezen gewoon andere leerkrachten. Daarom vergeleken de onderzoekers binnen de strict-phonicsgroep leerkrachten die hun methode zelf hadden gekozen met leerkrachten die ermee werkten zonder die keuze zelf te hebben gemaakt. De onderzoekers vonden geen significante verschillen in de leesprestaties van hun leerlingen.

Dat maakt de bevinding robuuster, maar het verandert de studie natuurlijk nog altijd niet in een gerandomiseerd experiment. De auteurs zijn daar zelf ook duidelijk over: uit deze studie mogen geen harde causale conclusies worden getrokken. Maar interessant is ze zeker wel!

Geef een reactie