Overschatten we het effect van een goede leraar-leerlingrelatie op leerprestaties?

Soms lees je onderzoek dat mooi aansluit bij je visie. En soms botst het met wat je al wist, of dacht te weten. Bijvoorbeeld omdat het haaks lijkt te staan  op eerder onderzoek dat je las, Of erger, omdat het niet per se in lijn ligt met… je eigen onderzoek. Maar net daarom voelde ik me verplicht om dit onderzoek over de relatie tussen leerlingen en hun leerkracht zeker te brengen!

Over dit thema bestaat er behoorlijk wat onderzoek. Een warme, positieve relatie hangt samen met allerlei positieve uitkomsten, waaronder betrokkenheid en schoolse prestaties. Er zijn ook longitudinale studies die suggereren dat die relatie wederkerig kan zijn. Dit wil zeggen dat een betere relatie met de leerkracht betere prestaties voorspelt later, terwijl betere prestaties op hun beurt ook een betere relatie met de leerkracht kunnen voorspellen. Zelf deed ik onderzoek naar de rol van authenticiteit hierin.

Maar dan deze nieuwe studie van Daniel Hajovsky en collega’s in het Journal of School Psychology. Dit onderzoek stelt een behoorlijk fundamentele vraag: is dat effect er werkelijk, of zien we het deels omdat we de verkeerde statistische bril gebruiken? Are you triggered yet? I am.

Een oude discussie met een nieuwe analysemethode

De onderzoekers richten zich op twee aspecten van de relatie tussen leerling en leerkracht: closeness, zeg maar warmte en nabijheid in de relatie, en conflict. Die werden gemeten met de vaak gebruikte Student-Teacher Relationship Scale. De onderzoekers keken in hun analyses verder ook specifiek naar wiskundeprestaties. Dit is niet echt nieuw, en in lijn met eerder onderzoek. De twist zit in de manier waarop ze de gegevens analyseren.

Veel eerder longitudinaal onderzoek gebruikte zogenaamde cross-lagged panel models. Met deze aanpak kun je bijvoorbeeld onderzoeken of de relatie met de leerkracht op een bepaald moment de prestaties op een later moment voorspelt, waarbij rekening wordt gehouden met eerdere prestaties. Verschillende studies vonden op deze manier inderdaad aanwijzingen voor effecten in beide richtingen. De onderzoekers verwijzen onder andere naar Nederlands onderzoek van Zee en collega’s met 1.267 leerlingen, dat bijvoorbeeld wederkerige relaties laat zien tussen de leerling-leerkrachtrelatie en lees- en wiskundeprestaties.

Hajovsky en collega’s wijzen hierbij echter op een probleem. Dergelijke modellen kunnen verschillen tussen leerlingen en veranderingen binnen dezelfde leerling doorheen de tijd onvoldoende van elkaar onderscheiden. Daardoor kan een verband dat eruitziet als een dynamisch effect in werkelijkheid gedeeltelijk iets anders weerspiegelen. Ik beken, dit is pittige materie waarbij ik zelf vooral op volgen aangewezen ben.

Als alternatieve stastische aanpak,  gebruiken de auteurs van deze nieuwe studie latent change score models. De interessante vraag wordt dan niet alleen: voorspelt een goede relatie latere prestaties? Ze kijken veel specifieker naar de vraag of de kwaliteit van de relatie een daaropvolgende verandering in prestaties voorspelt.

847 kinderen, gevolgd doorheen de basisschool

De onderzoekers gebruikten voor hun analyse data uit de Amerikaanse Study of Early Child Care and Youth Development. De oorspronkelijke steekproef bestond uit 1.364 kinderen die vanaf de jaren negentig langdurig werden gevolgd. Voor deze analyses bleven uiteindelijk 847 kinderen over met voldoende metingen. De relatie met de leerkracht werd jaarlijks gemeten van het eerste tot en met het zesde leerjaar. Wiskundeprestaties werden gemeten in het eerste, derde en vijfde leerjaar met een gestandaardiseerde test.

En nu blijkt dat de onderzoekers met hun analysemethode geen bewijs vinden dat verschillen in nabijheid of conflict met de leerkracht latere veranderingen in wiskundeprestaties voorspellen. Verder vinden ze ook niet het omgekeerde. Prestaties voorspellen ook geen daaropvolgende verandering in de relatie met de leerkracht.

En het is niet de eerste keer

Al snel leerde ik bij het lezen van deze studie dat er nog steeds onderzoek aan mijn oog ontsnapt. Dit onderzoek blijkt namelijk een replicatie. Hajovsky en Chesnut hadden in 2025 dezelfde analysemethode al toegepast op een andere grote Amerikaanse longitudinale dataset, met kinderen uit een andere generatie. Ook toen vonden ze geen bewijs voor die wederzijdse invloed. Variatie in de leerling-leerkrachtrelatie voorspelde geen latere verandering in lees- of wiskundeprestaties, en verschillen in prestaties voorspelden evenmin een verandering in de relatie.

Omdat deze resultaten wel degelijk botsten met een behoorlijk grote bestaande onderzoeksliteratuur, besloten de onderzoekers hun analyse te herhalen met een onafhankelijke dataset. En opnieuw komen ze in grote lijnen bij hetzelfde resultaat uit. Dat is meteen een van de sterke punten van deze studie: de auteurs proberen expliciet een bevinding te repliceren die ingaat tegen wat in hun onderzoeksveld vaak wordt aangenomen.

En nu wordt het voor mij ongemakkelijk

Ik heb zelf jarenlang mijn eigen onderzoek beargumenteerd dat een goede relatie tussen leerling en leraar bijna evenveel leereffect had als goede feedback (verwijzend naar o.a. Hattie, 2009). Mag ik dit argument nu definitief begraven? Ik denk het niet.  Deze nieuwe studie is wel een nuttige waarschuwing om heel precies te zijn over wat dergelijke resultaten kunnen betekenen. Wanneer we in datasets zien dat leerlingen met een betere relatie met hun leerkracht gemiddeld beter presteren, dan zien we een verband . Dat is nog iets anders dan aantonen dat het verbeteren van die relatie ervoor zorgt dat hun prestaties vervolgens verbeteren. Ik loop nu zelf met de vraag of ik ook in de causale val getrapt ben.

Wat deze studie bovendien laat zien, is dat de keuze van het statistische model mee kan bepalen welk verhaal uit dezelfde soort longitudinale gegevens naar voren kan komen. De onderzoekers vergelijken daarom verschillende analysemethoden en stellen expliciet de vraag of veelgebruikte modellen ons in het verleden misschien te gemakkelijk richting een wederkerig effect hebben gestuurd.

Gooi de relatie met je leerlingen niet overboord

De auteurs beginnen hun artikel zelf met onderzoek waaruit blijkt dat ondersteunende relaties belangrijk zijn voor onder meer schoolse aanpassing en betrokkenheid. Relaties kunnen dus om allerlei redenen belangrijk zijn, ook wanneer we niet kunnen aantonen dat een verbetering ervan rechtstreeks tot hogere wiskundescores leidt. Dat belang werd niet in vraag gesteld.

Geef een reactie