Hoge verwachtingen doen ertoe. Ik sprak er dit weekend over in De Morgen en Leerpunt bracht het als een van de eerste leidraden. Er is namelijk ondertussen behoorlijk wat onderzoek dat suggereert dat wat leraren van hun leerlingen verwachten een rol kan spelen in wat er in de klas gebeurt. Zo is er ook onderzoek naar zogenaamde wise feedback: kritische feedback waarbij leraren duidelijk maken dat ze hoge eisen stellen, maar tegelijk aangeven dat ze geloven dat de leerling aan die eisen kan voldoen. Maar wat gebeurt er als je leraren gewoon vraagt om dit te doen? Een nieuwe studie van Yasemin Copur-Gencturk, Ian Thacker en Joseph Cimpian onderzocht precies deze vraag. En de resultaten zijn interessant, maar misschien niet helemaal op de manier die je zou verwachten.
Voor hun onderzoek werkten de auteurs samen met 963 Amerikaanse leraren. Deze leerkrachten kregen de vraag om schriftelijke feedback te geven op wiskundewerk van leerlingen. Hierbij werden de leraren willekeurig verdeeld over twee groepen. De ene groep kreeg gewoon de opdracht om specifieke feedback te geven, zoals ze dat normaal zouden doen. De andere groep kreeg een extra instructie: geef feedback waarbij je je hoge verwachtingen benadrukt en duidelijk maakt dat de leerling het potentieel heeft om aan deze verwachtingen te voldoen.
Let wel,het werk van de leerlingen bleef steeds hetzelfde, maar… de onderzoekers varieerden wel de foto’s die bij het werk getoond werden. Zo konden ze ook nagaan of de feedback verschilde, naargelang het geslacht en de etnische achtergrond van de leerling op de foto.
Maakte die eenvoudige instructie een verschil? Jazeker. Leraren die de opdracht kregen om hoge verwachtingen te communiceren, benoemden vaker zowel wat goed was als wat nog beter kon in het werk van de leerling. Dat gebeurde in 38,6% van hun feedback, tegenover 26,4% in de controlegroep. Ze gaven ook ongeveer half zo vaak feedback waarin noch sterktes, noch zwaktes van het werk werden benoemd. Tot zover het goede nieuws.
De leraren begonnen ook meer over de leerlingen zelf te spreken. Positieve opmerkingen over hun wiskundige bekwaamheid stegen van 2,1% naar 8,1%. Maar negatieve opmerkingen over bekwaamheid stegen eveneens: van 0,5% naar 2,7%. En ook de negatieve opmerkingen over de geleverde inspanning namen toe, van 0,5% naar 2,8%. Dit was eigenlijk niet wat de onderzoekers aan de leraren hadden gevraagd. Ze moesten enkel hun hoge verwachtingen communiceren en aangeven dat ze geloofden dat de leerling daaraan kon voldoen.
Verder bleken de effecten niet voor alle leerlingen hetzelfde. Zowel witte als zwarte meisjes kregen in de conditie met hoge verwachtingen vaker negatieve opmerkingen over hun wiskundige bekwaamheid. Witte jongens waren dan weer de enige groep waarbij de negatieve feedback over inspanning niet significant toenam. Let wel, het gaat hier om relatief kleine percentages,. Maar het patroon op zich is interessant, omdat de leraren hetzelfde leerlingenwerk beoordeelden. Alleen de foto’s die erbij werden getoond, verschilden.
Er waren ook zaken die de interventie niet veranderden. Leraren gingen door de opdracht niet aantoonbaar beter analyseren wat er wiskundig juist of fout was in de oplossingen. Ze gaven ook niet vaker gerichte suggesties waarmee de leerling zijn of haar begrip kon verbeteren.
Dt onderzoek is behoorlijk ontnuchterend voor wie zoals ik bezig is met de vertaalslag van onderzoek naar de praktijk. Zoals ik schreef, hebben eerdere experimenten met wise feedback laten zien dat het communiceren van hoge standaarden, gecombineerd met de boodschap dat een leerling eraan kan voldoen, positieve effecten kan hebben. Maar er is een verschil tussen onderzoekers die zo’n feedback zorgvuldig ontwerpen en tegen leraren zeggen dat ze “hoge verwachtingen moeten communiceren”. Dat laatste laat ruimte voor interpretatie.
En precies dat lijkt hier te zijn gebeurd. Leraren vertaalden de opdracht op verschillende manieren. Sommige veranderingen lijken potentieel positief. Zo benoemden de deelnemers aan het onderzoek vaker zowel sterktes als zwaktes. Maar de opdracht zorgde er tegelijk voor dat ze meer gingen spreken over de bekwaamheid en inspanning van leerlingen, soms negatief en bovendien niet op dezelfde manier voor alle groepen.
Dit is geen relativering van het belang van hoge verwachtingen. Integendeel. Deze studie toont trouwens ook niet dat de veranderde feedback leerlingen schade berokkent. De onderzoekers bestudeerden wat leraren schreven, niet hoe echte leerlingen daarop reageerden of vervolgens leerden. De leraren hadden trouwens geen band met de fictieve leerlingen.
Maar terwijl onderzoek ons kan vertellen dat een bepaalde aanpak werkt, is het belangrijk te beseffen dat het vertalen van zo’n bevinding naar een korte aanbeveling voor de praktijk op zichzelf ook een interventie is. En die interventie levert niet noodzakelijk precies op wat de oorspronkelijke onderzoekers voor ogen hadden.