Ik heb het zelf al tegen mijn kinderen gezegd als ze aangaven zich te vervelen: Goed zo, dat helpt de creativiteit! Ja, het is een plezier om kind van een pedagoog te zijn. Het idee hierachter is dat als er even niets te doen is, je geest gaat afdwalen en zo nieuwe ideeën kunnen ontstaan. Er is ook onderzoek dat deze gedachte lijkt te ondersteunen, maar het algemene beeld is veel minder duidelijk. Eerdere studies vonden zowel positieve als negatieve verbanden tussen verveling en creativiteit, en soms ook simpelweg geen verband. Een nieuwe studie van Anke Zeißig en collega’s, gepubliceerd in Learning and Instruction, bekijkt de kwestie in een zeer relevante context voor deze blog, namelijk de klas.
Voor deze studie volgden de onderzoekers 111 leerlingen van 14-15 jaar gedurende een schoolweek. Op verschillende onverwachte momenten tijdens de gewone lessen kregen de leerlingen via een tablet enkele korte vragen.
Hierbij moesten ze onder andere aangeven hoe verveeld ze zich net voordien voelden en hoe prettig of onprettig dat gevoel was. Verder peilde men ook hoe gespannen of ontspannen ze waren en natuurlijk ook hoe creatief, geïnspireerd en fantasierijk ze zich op dat moment voelden. Op deze manier verzamelden de onderzoekers uiteindelijk 1712 verschillende metingen.
Een eerste resultaat uit de analyse van deze metingen heeft eigenlijk relatief weinig met creativiteit te maken. Verveling blijkt niet zomaar verveling te zijn.
De onderzoekers onderscheiden vijf verschillende profielen in lijn met eerder onderzoek, waarvan drie relatief positieve vormen:
- Indifferent boredom, waarbij leerlingen zich wel vervelen, maar zich tegelijk behoorlijk goed en ontspannen voelen.
- Calibrating boredom, hierbij is het gevoel nog licht positief en de spanning relatief laag.
- Searching boredom, hier worden leerlingen rustelozer en gaan ze als het ware op zoek naar iets anders.
Daarnaast waren er twee duidelijk meer onaangename vormen:
- Reactant boredom, met veel spanning,
- Apathetic boredom, waarbij leerlingen zich erg onaangenaam voelen, maar tegelijk weinig spanning of onrust ervaren.
Dit onderscheid blijkt ook relevant voor de samenhang met creativiteit. De hoogste gemiddelde score voor zelfgerapporteerde creativiteit vonden de onderzoekers bij calibrating boredom: 2,34 op een schaal van vijf. Daarna volgden searching (2,23) en indifferent boredom (2,21). De twee duidelijk onaangename vormen scoorden lager: 1,88 voor apathetic en 1,77 voor reactant boredom. Globaal verschilden de vijf profielen significant van elkaar in zelfgerapporteerde creativiteit. Maar bij nadere vergelijking bleken vooral de twee onaangenamere vormen van verveling lager te scoren dan sommige andere profielen.
Je zou nu kunnen besluiten dat een bepaald soort rustige verveling dus inderdaad met meer creativiteit samenhangt. Maar de titel van deze blogpost doet vermoeden dat er nog een twist komt. De onderzoekers keken namelijk ook naar de momenten waarop de leerlingen zich niet verveelden. Op die momenten bedroeg de gemiddelde creativiteitsscore 2,60. Tijdens alle momenten waarop leerlingen zich wel verveelden, was dit gemiddeld 2,20. Leerlingen rapporteerden dus gemiddeld meer creativiteit wanneer ze zich in de klas niet verveelden dan wanneer ze zich wel verveelden. Het verschil is statistisch significant, maar toegegeven, het effect is klein.
Ook als de onderzoekers naar veranderingen binnen dezelfde leerlingen kijken, zien ze iets vergelijkbaars. Op momenten waarop een leerling zich meer verveelde, rapporteerde die leerling doorgaans minder creativiteit. Tussen leerlingen onderling was er dan weer nauwelijks een verband: leerlingen die gemiddeld vaker verveeld waren, waren niet noodzakelijk minder creatief.
Dus terug naar het begin van deze post. Dit onderzoek ondersteunt dus alvast niet de eenvoudige gedachte dat verveling per definitie goed is voor creativiteit. De auteurs schrijven dit trouwens zelf ook expliciet in hun artikel. Tegelijk tonen hun resultaten dat je ook niet zomaar kunt stellen dat verveling altijd slecht is voor creativiteit. Het lijkt uit te maken hoe iemand zich verveelt. Als daar maar geen lessen verveling van komen voor meer positieve vormen van verveling…
Oh, wacht, nog het nuanceluik, want je kon tussen de lijnen al enkele belangrijke beperkingen vermoeden. Dit is geen experiment en dus weten we niet wat wat veroorzaakt. Misschien maakt een bepaald soort verveling leerlingen minder creatief. Maar het kan evengoed andersom zijn, of iets in de lessituatie kan zowel verveling als creativiteit beïnvloeden.
Bovendien bekeken de onderzoekers geen creatieve prestaties. Ze vroegen leerlingen of ze zich op dat moment creatief, geïnspireerd en fantasierijk voelden. Dat is niet hetzelfde als aantonen dat iemand daadwerkelijk originelere of betere ideeën produceert. De onderzoekers waarschuwen daarom zelf dat hun resultaten niet als bewijs mogen worden gezien dat verveling creatieve prestaties rechtstreeks bevordert of belemmert.