Buiten de Krijtlijnen: Roger Standaert over de eindtermen

Altijd interessant:

Een hot topic dezer dagen zijn de eindtermen. Het onderwijs in Vlaanderen moderniseert en nieuwe eindtermen horen daarbij. Maar hoe worden eindtermen nu gemaakt? Wat is belangrijk bij eindtermen en wat maakt nu een goede eindterm? We praten daarover met Roger Standaert. In 1991 werd hij benoemd tot eerste algemeen directeur van de nieuw opgerichte afdeling Onderwijsontwikkeling die belast was met het formuleren van de allereerste eindtermen. Kortom, Roger Standaert is dus de ideale gast om ons wegwijs te maken in de wereld van de eindtermen.

Lectuur op zaterdag: een verliefde kraanvogel, uitgestelde bedtijd, rijken en invloed (en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: De kraanvogel die viel voor haar verzorger:

Hoe ziet effectieve professionalisering eruit? Nieuw EEF-rapport vat samen

We weten dat professionalisering een enorm verschil kan maken op het leren van leerlingen. Maar we weten evenzeer dat de kwaliteit van professionalisering nogal kan verschillen.  De EEF publiceerde gisteren een nieuwe rapport dat op weg wil zetten tot beter professionaliseren in het onderwijs. Je kan het rapport hier downloaden, deze poster vat het rapport samen:

Nee, enige kinderen zijn niet meer egoïstisch dan kinderen met broers of zussen (onderzoek)

Het resultaat van dit onderzoek wist ik al uit eerder onderzoek, moet ik bekennen, maar fijn dat het nog een keertje bevestigd wordt in dit onderzoek van Xuegang Zheng en collega’s, gepubliceerd in Social Psychology and Personality Science.

De onderzoekers deden verschillende experimenten. In de eerste studie moesten de deelnemers inschatten of de personen die ze observeerden al dan niet egoïstisch zijn. Hierbij wisten de deelnemers over de personen die ze moesten inschatten of deze enig kind of niet-enig kind zijn. Hieruit bleken vooral niet-enige kinderen de enige kinderen negatief in te schatten.

In het tweede en derde experiment werd het altruïsme en het egoïsme gemeten. Hier bleek er geen verschil merkbaar tussen enige kinderen en de anderen.

Vrij vertaald: er zijn vooroordelen over enige kinderen en die blijken niet terecht.

Abstract van het onderzoek:

Negative stereotypes about only children (OC) have caused widespread concern. However, relatively little is known about the accuracy of these stereotypes, especially regarding altruistic behaviors. In Study 1 (N = 337), participants rated the altruism of OC and non-only children (NOC) on three measurements on the basis of the participants’ perceptions. Results revealed that participants rated OC as less altruistic, and the stereotype primarily came from NOC raters. Results of Study 2 (N = 391) did not reveal any difference between OC and NOC in altruism. In Study 3 (N = 99), a social discounting task was applied to further investigate whether OC and NOC displayed different degrees of altruistic behavior toward various social distances. No differences were found among individuals at close or distant social distances. Ultimately, this research indicates that the negative stereotype regarding the altruistic behavior of OC is an incorrect prejudice.

Sire, er zijn geen (kleuter)juffen/meesters meer!

Kleutergewijs

Eind deze zomervakantie was er de alarmerende oproep van Lieven Boeve over het lerarentekort : Het is nijpender dan ooit!  Daarbij komt de trend dat inschrijvingscijfers in de lerarenopleiding basisonderwijs structureel (te) laag blijven. Wat is er aan de hand en kunnen we het tij keren?

Imago-probleem bij jongeren en zij-instromers?

Blijkbaar spreekt het weinig 18-jarigen aan om leerkracht te worden.  Leerkrachten zijn toch vooral stom, niet hip, saai, ouderwets, … Vinden ze het schoolsfeertje stinken en willen ze niets meer met die verdomde schooltijd te maken hebben? 

Lerarenopleidingen doen al meer dan 15 jaar structureel pogingen om zij-instromers aan te trekken : werkstudenten, studenten die afstandsonderwijs volgen, studeren via de VDAB ondersteund door een uitkering, zelfs studenten zonder een diploma secundair onderwijs, … Er wordt aan élke mouw getrokken door élke hogeschool in Vlaanderen. Dertigers, veertigers, vijftigers … ze zijn er, ze komen. Maar het zijn er té weinig…

View original post 473 woorden meer

Vertrouwen in de wetenschap maakt juist vatbaar voor pseudo-wetenschap (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Vertrouwen is een hot issue op dit moment: er wordt veel gezegd en geschreven over vertrouwen in de politiek, dat cruciaal zou zijn voor het functioneren van de democratie. Ook vertrouwen in de wetenschap wordt belangrijk gevonden. Tegelijkertijd vraagt ‘de’ wetenschap juist om kritische geesten. Een recente studie [abstract] laat dat verschil duidelijk zien. Amerikaanse psychologen concluderen op basis van vier experimenten dat vertrouwen in wetenschap mensen juist vatbaar maakt voor geloof in pseudowetenschap.

Experimenten
In het eerste experiment werden respondenten verdeeld over twee groepen (‘condities’ in jargon). Beide groepen moesten een artikel lezen over het gefingeerde Valza Virus, maar de eerste groep las een variant waarin wetenschappers geciteerd werden die uitlegden hoe ze hun onderzoek hadden gedaan. In de tweede variant werden activisten geciteerd. Vervolgens moesten beide groepen een vragenlijst invullen.

Het tweede experiment herhaalde het eerste experiment, maar dan onder een representatieve steekproef van de Amerikaanse bevolking.

In het derde experiment kregen respondenten artikelen te lezen over een ander onderwerp, namelijk genetisch gemodificeerde organismen en een bedacht schandaal rond Monsanto. Ook hier las één groep een artikel waarin naar onderzoek werd verwezen. De tweede groep las een meer activistisch artikel, waarin werd verwezen naar een gepubliceerde maar ingetrokken studie.

Het vierde experiment week af: hier probeerden de onderzoekers de respondenten eerst in een bepaalde mindset te plaatsen. Ze werden verdeeld over 3×2 groepen: een groep werd aangemoedigd een kritische houding aan te nemen door ze te laten nadenken over niet blind vertrouwen op media en andere bronnen. De tweede groep werd juist aangemoedigd wetenschap te vertrouwen, door ze te laten nadenken over hoe wetenschap de wereld beter maakt. De derde groep was een controlegroep, zij moesten nadenken over landschappen. Vervolgens lazen de groepen dezelfde artikelen als in het derde experiment.

Resultaten
Uit het eerste experiment bleek dat respondenten in de wetenschappelijke conditie het artikel meer geloofden dan respondenten die het andere artikel lazen. Vertrouwen in wetenschap en methodologische geletterdheid hingen samen met een lager geloof in het artikel, oftewel: deze mensen namen het niet zomaar voor waar aan. Vertrouwen in wetenschap bepaalde ook in hoeverre mensen de wetenschappelijke content zouden willen verspreiden.

Ook in het tweede en derde experiment werden deze resultaten gevonden. Vertrouwen in wetenschap en methodologische geletterdheid hingen samen met een zwakker geloof in de desinformatie.

Het vierde experiment laat zien dat een kritische mindset zorgde voor een zwakker geloof in het artikel dan de mindset waarin vertrouwen in de wetenschap werd aangemoedigd.

Conclusie
De onderzoekers stellen op basis van deze experimenten dat mensen met een hoger vertrouwen in wetenschap vatbaar zijn voor desinformatie die pseudowetenschap bevat. Pseudowetenschap definiëren zij als “ogenschijnlijk wetenschappelijke maar foutieve inhoud en labels” (p. 1). Zolang er maar naar wetenschap verwezen werd, namen mensen met een hoog vertrouwen de informatie aan. Dit betekent volgens de onderzoekers dat campagnes tegen desinformatie die vertrouwen in de wetenschap promoten, de plank misslaan.

Het werkelijke tegengif zit volgens hen in methodologische geletterdheid. Daarnaast zien zij veelbelovende resultaten in ander onderzoek naar wetenschappelijke nieuwsgierigheid als middel tegen geloof in pseudowetenschap en desinformatie.

Implicaties
Dat klinkt allemaal heel aannemelijk, en ik ben er zeer voor dat journalisten veel meer vragen naar en schrijven over gehanteerde methodes (zie deze aflevering van Onder Mediadoctoren met Bas Haring over weerstand tegen waarheid). Maar zoals vaker met dit type onderzoek gaat de stap van experiment naar conclusie wel erg snel. Als we kritisch naar de gehanteerde methode kijken, zoals de onderzoekers zelf aanbevelen, gaat de boel wankelen. De definities doen ertoe, en de manier waarop concepten als pseudowetenschap zijn geoperationaliseerd. De experimenten en het bedachte materiaal (de artikelen die de deelnemers moesten lezen) vind ik daar niet sterk in.

Bovendien lezen mensen informatie niet in een experimentele setting. Fictieve artikelen lezen voor een wetenschappelijk onderzoek is vergaande abstractie van de werkelijkheid. In de echte wereld krijgen mensen bijvoorbeeld artikelen doorgestuurd van mensen die ze vertrouwen en dat heeft ook weer een effect op hoe aannemelijk ze informatie vinden. Tegelijkertijd lijkt het allemaal heel evident: natuurlijk staat blind vertrouwen haaks op een kritische geest.

Hoe differentiëren en ongelijkheid toch niet vergroten? Nieuwe leidraden en samenvattend infografieken helpen!

Er is een nieuwe leidraad rond differentiëren waarbij gelijke kansen centraal staat. Dat is niet zo voor de hand liggend, omdat verschillende vormen van differentiëren ook net de ongelijkheid net kunnen vergroten:

De leidraad ‘Differentiatie als sleutel voor gelijke kansen’ is gemaakt voor leerkrachten, schoolleiders, intern begeleiders en andere onderwijsprofessionals die hun onderwijs willen onderbouwen met kennis uit onderzoek. De informatie is bedoeld om antwoord te geven op de vraag: Hoe kun je als leerkracht ervoor zorgen dat alle leerlingen de gestelde doelen halen?

Je kan de leidraad hier gratis downloaden, maar er is ook deze samenvattende infografiek. Zelf miste ik eerst nog hoge verwachtingen hebben voor alle leerlingen, maar dat valt onder een positief klimaat, en daar hoort een tweede, aparte leidraad bij. Ook daar is een samenvattende poster van gemaakt.