Hoe de betrokkenheid van leerlingen verhogen?

DUURZAAM ONDERWIJS

Het jaarverslag van de inspectie (Onderwijsspiegel 2021) geeft aan dat het welbevinden en de betrokkenheid van leerlingen in het Vlaams onderwijs hoog zijn. Toch maakt de inspectie ook kanttekeningen. Zo blijkt bijvoorbeeld de betrokkenheid van leerlingen in de tweede en derde graad aso en bso sterk te dalen. Dat is zorgwekkend, want betrokkenheid zet leerlingen aan om energie te investeren in het actief registreren, verwerken, toepassen en nadenken over leerstof. Hieronder val ik terug op een aantal toonaangevende en onderzoeksgebaseerde motivatie-modellen (waaronder het Expectancy-Value model van Eccles en Wigfield,  Zelfdeterminatietheorie, het Self-Efficacy model van Bandura, de Attributietheorie van Weiner en de taalleermotivatietheorieën van Dörnyei) en formuleer een aantal richtlijnen voor het verhogen van de betrokkenheid van leerlingen.

1. Lerendenhouden van uitdagingen, maar ze moeten wel het gevoel hebben dat ze haalbaar zijn:  Veel van de bovenstaande modellen benadrukken dat mensen ervan houden om hun grenzen te verleggen…

View original post 812 woorden meer

Jouw taalgebruik op sociale media kan verklappen dat je een depressie hebt

We weten al een tijdje dat niet alleen wat je schrijft op sociale media veel over jezelf kan verklappen, maar ook hoe je iets schrijft. Een nieuwe studie net gepubliceerd in Nature Human Behaviour voegt hier een nieuw inzicht aan toe. Door meer dan 6 miljoen tweets te analyseren, ontdekte Krishna Bathina en haar collega’s dat als mensen vaker “everyone believes” in een tweet meegaven, dit een teken kon zijn van vertekend denken, in dit geval specifiek de ‘mindreading distortion’. Hier vind je alle denkfouten of vertekening van het denken die kunnen wijzen op een mogelijk depressie die de onderzoekers onderzochten, samen met de voorbeeldzinnen.

Ze keken vervolgens hoe vaak dergelijke zinnen voorkwamen bij accounts die ook aangaven dat ze voor een depressie in behandeling waren of geweest zijn. Er bleek een significant verschil te zijn in hoe vaak ze dergelijke denkfouten in hun berichten opnamen en al dan niet schrijven dat ze een diagnose van depressie hadden gekregen. Enkel de denkfout van fortune telling, het voorspellen dat iets slecht gaat aflopen, bleek niet vaker voor te komen.

De onderzoekers waarschuwen wel voor de ethische kant van deze ontdekking, niet onterecht…

Gaat het wel goed met je als je vaak tweet dat ‘Iedereen gelooft dat…’?

Abstract van het onderzoek:

Depression is a leading cause of disability worldwide, but is often underdiagnosed and undertreated. Cognitive behavioural therapy holds that individuals with depression exhibit distorted modes of thinking, that is, cognitive distortions, that can negatively affect their emotions and motivation. Here, we show that the language of individuals with a self-reported diagnosis of depression on social media is characterized by higher levels of distorted thinking compared with a random sample. This effect is specific to the distorted nature of the expression and cannot be explained by the presence of specific topics, sentiment or first-person pronouns. This study identifies online language patterns that are indicative of depression-related distorted thinking. We caution that any future applications of this research should carefully consider ethical and data privacy issues.

Misschien zetten we tijdens online groepswerk toch beter die camera’s af?

Het is een ergernis van veel leraren, heb ik al gemerkt: leerlingen die liever niet hun camera aanzetten tijdens lessen. Toch lijken er steeds meer aanwijzingen te komen, dat er wel degelijk redenen zijn om toch de camera uit te laten. Zo zou het beter zijn voor het milieu, maar mogelijks ook voor de kwaliteit van de resultaten bij groepswerk.

Terwijl er veel onderzoek bestaat naar het belang van non-verbale cues tijdens vergaderingen en samen werken offline, is er minder onderzoek naar hoe dit alles werkt online. Een nieuwe studie van Tomprou en collega’s gepubliceerd in PLOSOne doet vermoeden dat de spelregels wel degelijk anders zijn.

Zo zouden “visual cues” helemaal geen effect hebben tijdens het online samenwerken, meer nog teams die enkel met “vocal cues” werkten, dus zonder de video aan, bleken beter in het op elkaar afstemmen en lieten elkaar beter aan het woord. Bij het onderzoek gebruikte men 198 proefpersonen die in afwisselend in duo’s gedurende 30 minuten samenwerkten, en wat bleek: de video aan zorgde voor minder vlotte samenwerking en mindere resultaten.

Ik kan me nog steeds inbeelden dat er goede redenen zijn om de video aan te zetten als je bijvoorbeeld les geeft of vergadert, maar misschien moeten we hier ook op zoek naar een goede mix.

Abstract van het onderzoek:

Collective intelligence (CI) is the ability of a group to solve a wide range of problems. Synchrony in nonverbal cues is critically important to the development of CI; however, extant findings are mostly based on studies conducted face-to-face. Given how much collaboration takes place via the internet, does nonverbal synchrony still matter and can it be achieved when collaborators are physically separated? Here, we hypothesize and test the effect of nonverbal synchrony on CI that develops through visual and audio cues in physically-separated teammates. We show that, contrary to popular belief, the presence of visual cues surprisingly has no effect on CI; furthermore, teams without visual cues are more successful in synchronizing their vocal cues and speaking turns, and when they do so, they have higher CI. Our findings show that nonverbal synchrony is important in distributed collaboration and call into question the necessity of video support.

Je wist het misschien niet, maar je mist het gestoord worden op je werk

Zolang ik me kan herinneren, werk ik als ik niet les geef van thuis, lang voor Corona. Een van de voordelen die ik altijd al zag, is dat ik zo minder gestoord word als ik aan het werk ben. Je ziet het vaak op kantoren: je bent met iets bezig en opeens komt er iemand op de deur kloppen met een vraag en hop, je bent afgeleid.

Maar… nieuw onderzoek dat die kleine onderbrekingen wel eens een belangrijke functie zouden kunnen hebben. Ze zouden net een positief effect hebben op het betrokken voelen bij het bedrijf en zo het welbevinden verhogen.

Abstract van het onderzoek:

Work intrusions—unexpected interruptions by other people that interrupt ongoing work, bringing it to a temporary halt—are common in today’s workplaces. Prior research has focused on the task-based aspect of work intrusions and largely cast intrusions as events that harm employee well-being in general and job satisfaction in particular. We suggest that apart from their task-based aspect, work intrusions also involve a social aspect—interaction with the interrupter—that can have beneficial effects for interrupted employees’ well-being. Using self-regulation theory, we hypothesize that while work intrusions’ self-regulatory demands of switching tasks, addressing the intrusion, and resuming the original task can deplete self-regulatory resources, interaction with the interrupter can simultaneously fulfill one’s need for belongingness. Self-regulatory resource depletion and belongingness are hypothesized to mediate the negative and positive effects of work intrusions onto job satisfaction, respectively, with belongingness further buffering the negative effect of self-regulatory resource depletion on job satisfaction. Results of our 3-week experience sampling study with 111 participants supported these hypotheses at the within-individual level, even as we included stress as an alternate mediator. Overall, by extending our focus onto the social component of work intrusions, and modeling the mechanisms that transmit the dark- and the bright-side effects of work intrusions onto job satisfaction simultaneously, we provide a balanced view of this workplace phenomenon. In the process, we challenge the consensus that work intrusions harm job satisfaction by explaining why and when intrusions may also boost job satisfaction, thus extending the recent research on work intrusions’ positive effects.

Liedjes uit het hart of als ambacht?

Pedro De Bruyckere

Het is een romantisch idee en wellicht beginnen veel songschrijvers zo: je schrijft liedjes omdat niet anders kan. Het moet gewoon. Je maakt dingen mee, en je vertaalt die in klanken, woorden en melodieën. En liefst zit je daarna te zwoegen en te zuchten om het toch maar goed te krijgen, om zo dicht mogelijk bij het ervaren gevoel dat je wil vertolken.

Het tegenovergestelde hiervan is het broodschrijven zoals in Tin Pan Alley of de Brill Building gebeurde. Beeld je een reeks van kantoortjes in waar een duo van tekstschrijver samen met een componist aan een piano het ene liedje na het andere oplevert. Dit staat haaks op de romantiek die mensen hebben over liedjes schrijven.

Maar tegelijk… zijn liedjes zoals will you still love me tomorrow, under the boardwalk of it’s my party minderwaardig omdat ze van zo een weliswaar geniaal songschrijversduo komen? Carole King werd later wel…

View original post 419 woorden meer

Waarom mensen nog papieren kranten lezen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een probleem met media- en communicatiewetenschap is dat onderzoekers media te belangrijk maken. Als je media centraal stelt in je onderzoeksvraag, ga je een belang van media vinden. Dat was een van de redenen waarom ik in mijn proefschrift etnografisch onderzoek heb gedaan: door heel veel tijd in de klas met meisjes door te brengen, kon ik ook zien hoe onbelangrijk media (soms) voor ze waren [abstract]. Uit een recent onderzoek [abstract] naar het alledaags gebruik van papieren kranten komt eenzelfde desillusionerend beeld: sommige mensen kopen simpelweg krant om er de haard mee te kunnen aanmaken.

Het onderzoeksteam nam 488 semigestructureerde interviews af in Argentinië, Finland, Israël, Japan en de VS. Hun benadering was expliciet om media niet te centreren. Uit de interviews komen drie mechanismen naar voren die de verwevenheid van media in het alledaagse leven laten zien.

1. Toegang
Hoe mensen aan de krant komen verschilt duidelijk per land. In Israël is er een cultuur van gratis, in Japan van dagelijkse abonnementen. Daarnaast worden kranten gelezen in koffietentjes en restaurants, soms heel doelbewust, soms simpelweg omdat er een krant ligt. Gewoonte speelt duidelijk een rol:

“I still receive the New York Times and [the ChicagoTribune paper copies at home so I did a little glance through those. (. . .) I don’t spend as much time reading the paper . . . as I would like to, even though I still can’t imagine not getting a paper in the morning.” – Karen (53), Chicago

2. Sociaal verkeer [Sociality]
Een tweede mechanisme dat het gebruik van papieren kranten stuurt is sociality, wat je hier zou kunnen vertalen als sociaal verkeer of gezelligheid. Het lezen van de krant is vaak een sociale gebeurtenis. Leden van een huishouden geven delen van de krant aan elkaar door, en dan vaak van oud naar jong (ouders naar kinderen) of van man naar vrouw.

I used to live in a commune, and we shared the costs of the subscription back then. We had the national newspaper every day, and it was so lovely to read it with roommates for a long time, share its sections and discuss its articles. But now when I live alone I don’t know why I would subscribe to it. It was such a social thing. It was lovely. I enjoyed it an awful lot and I do miss it sometimes, but I know that if I don’t live with five people it won’t happen. Luna (29), Finland

Voor andere lezers is de papieren krant juist een momentje voor jezelf, bijvoorbeeld ‘s ochtends bij de koffie in een cafeetje. Ook wordt de krant gelezen om verveling te doorbreken in je eentje, als je in de bus zit of op de wc. De weekendkrant nodigt bijzonder uit tot dit mechanisme.

3. Rituelen
Vooral voor de oudere lezers is de papieren krant een geritualiseerde praktijk. Het lezen is een gewoonte geworden, soms zelf een doel op zichzelf. De krant draait dan niet langer om de inhoud, om het geïnformeerd worden, maar om de handeling. Bij het ontbijt naast een croissantje, in de trein en dan op de juiste manier handig vouwen:

Nowadays, few people read the newspaper on the train. But I still read it on the train by folding it like this and this [makes a hand gesture]. Especially, reading a newspaper in a crowded train requires a special skill. You should fold it like this. If the train gets more crowded, I will fold it even smaller. I learned this “technique” because if I read it open like this, you would annoy many people.” Mari (74), Japan.

Mensen vinden het vervelend als dit ritueel wegvalt, als ze hun loopje naar de kiosk niet hebben bijvoorbeeld. Veel respondenten wijzen op het gemak van de papieren krant, de rust en het plezier die het lezen biedt. En tot slot is er nog de waarde van de krant als brandbaar papier:

“I buy one on Sunday, which is big, [and] has a lot of pages to then start up the fire for the barbecue. Or wrap a plant that my wife gifts as a present when someone visits us.” José (70), Argentinië

Implicaties 
Een krant openvouwen betekent hem verweven met het alledaagse leven. De leespraktijken hebben weinig te maken met de inhoud van het nieuws, iets dat voor journalisten vast niet leuk is om te horen. Het is banaal gebruik, dat tegelijkertijd heel betekenisvol is. Deze mechanismen laten zien hoe hardnekkig mediagebruik is, hoe ingesleten het raakt en hoe onveranderlijk. Het verklaart waarom er nog steeds kranten verkocht worden, wat tegelijkertijd een waarschuwing inhoudt: jonge mensen ontwikkelen hun eigen mediarituelen.

Net zoals we een verschuiving zien van realtime televisiekijken naar digitaal, on-demand kijken, veranderen de rituelen van kranten lezen dankzij de komst van digitaal. Jonge mensen geven wellicht elkaar niet de verschillende katernen door, maar delen via hun telefoon of laptop artikelen die ze interessant vinden. Ook digitaal lezen is immers net zozeer een geritualiseerde praktijk (aan het worden).

Lectuur op zaterdag: dodelijke bouwwerfen, online video’s en leren, zeearends en een gebrek aan nieuwe ervaringen (en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot, ja, dit is waar: