Vandaag is het “rapportdag” voor onze opleiding

Gisteren verscheen een klein artikel op Limburg actueel dat de voorbode is voor het nieuws dat vanmorgen om 9u bekend gemaak wordt: de evaluaties van de lerarenopleidingen secundair onderwijs door de verschillende visitatiecommissies.

Ik maakte al twee dergelijke visitaties mee, en het is – naast veel werk – een spannende onderneming. Iedereen zet zijn beste beentje voor, net zoals bij een groot mondeling examen. En dan is het een eerste keer bang afwachten of je ergens iets tussen de regels kan lezen die de commissievoorzitter zal zeggen op het einde van het visitatiebezoek, net voor ze weggevoerd worden met de al klaar staande taxi’s zodat we maar niks zouden kunnen vragen.

En dan is het wachten, deze keer extra lang, op het resultaat. De opleidingen krijgen wel een eerste versie van de eigen beoordeling om commentaar op te geven, maar het totale plaatje wordt pas vandaag bekend gemaakt.

Zelf heb ik geen flauw idee wat in ons rapport staat of wat er in de andere rapporten staat. Maar deze ochtend staat in De Morgen wel al een schot voor de boeg:

  • Bijna alle hogescholen krijgen een voldoende of beter voor hun gewone, voltijdse opleiding.
    Oef, alhoewel dat ene woordje ‘bijna’… Ik heb wel goede hoop voor onze opleiding, vorige keer scoorden we echt goed.
  • Toch mag er meer worden gevraagd en er is een kloof met de praktijk.
    Een voldoende betekent dat de opleiding voorbereidt op het werkveld, maar tegelijk lijkt het voor een van de visitatiecommissievoorzitters (wat is de woordwaarde hier van?) alvast niet genoeg om jongeren echt te wapenen voor de job van leerkracht vandaag, met een duidelijke link naar een nood aan ondersteuning van beginnende leraren. (Ik beschreef zelf ooit hoe ik droom van een 3-jarige opleiding die een startbewijs kan opleveren om les te geven, vervolgens 3 jaar intensieve begeleiding tijdens de job in samenwerking tussen middelbaar onderwijs en hogeschool en vervolgens de optie om deeltijds in 2 jaar een master te halen in combinatie met werk.)
  • De opleidingen voor werkstudenten scoren minder goed.
    Een zeer opvallend element: de inspectie zou aangeven dat de kwaliteit van de opleidingen voor werkstudenten, waarbij studenten in avondles opgeleid worden, extra in de gaten moet gehouden worden. Ze zouden lang niet altijd de zelfde competenties behalen als de voltijdse studenten.
    Dit laatste is geen onbelangrijk thema. Om de (grote) nood aan leerkrachten in de toekomst te lenigen, kijkt men heel erg naar de zogenaamde zij-instromers: mensen die op latere leeftijd, na een andere carrière toch voor het beroep van leerkracht kiezen. Het zou me niet verbazen als de bronnen van De Morgen kloppen, dat dit wel eens politiek een belangrijk thema kan worden.

Straks, om 9 uur ben ik aan het les geven met een groep zeer gemotiveerde eerstejaarsstudenten. Het zal dus pas later zijn dat ik ons rapport kan bekijken dat om 9 uur op de site van de VLUHR zal verschijnen. Net zoals mijn oma voor elk rapport een kaarsje deed branden toen ik studeerde, duim je mee?

Geef een reactie