Waarom eindtermen en verschillende latten geen tegenstelling hoeven te zijn

Vandaag was ik niet in het land (meestal niet op donderdag), maar kon niet naast de vele discussies kijken over eindtermen. Even een paar zaken op een rij:

  • Tot nu toe werden de eindtermen (minimumdoelen) vooral gebruikt voor 1 ding: om de kwaliteit van scholen te meten.

    Dit verdient alvast verduidelijking. We hebben geen centrale examens zoals de meeste andere landen. Om toch een zekere kwaliteitscontrole te hebben, zijn er naast inspectie ook eindtermen. Die eindtermen moeten niet door alle leerlingen bereikt worden (wat ik vandaag te vaak gehoord heb), zijn nooit als lat voor een individuele leerling bedoeld, maar een middel om als overheid te garanderen dat de scholen een gemeenschappelijk minimum nastreven. Hoe scholen dit doen, zelfs wanneer ze dit doen tussen bijvoorbeeld het eerste en laatste leerjaar van het basisonderwijs voor de eindtermen basisonderwijs, is vrij. Oja, sommige eindtermen waren sowieso enkel na te streven, omdat bijvoorbeeld attitudes of houdingen moeilijk te meten of af te dwingen zijn.

  • Dit alles blijft zo, al verandert het ook wel met de nieuwe eindtermen met het speciale label basisgeletterdheid. Dat zijn eindtermen die elke leerling individueel moet behalen. Die moeten ervoor zorgen dat elke jongere volwaardig kan meedraaien in de samenleving. Vrij vertaald: deze 23 eindtermen zijn compleet nieuw van benadering en moeten door alle leerlingen van zowel de A-stroom en B-stroom op het einde van de eerste graad bereikt worden.

Hoe zit het nu met de hoogte van de lat?

Zijn de eindtermen ambitieus, zeker. Is dat ook zo voor basisgeletterdheid? Moeilijkere vraag die studenten van me momenteel onderzoeken. Ze bekijken ook wat als leerlingen op het einde van de eerste graad niet de basisgeletterdheid zouden bereiken. Is dat automatisch gelijk aan zonder diploma uitstromen? Lijkt me sterk op 14 jaar. Lieven Boeve beschrijft in zijn boek hoe misschien in de b-stroom de lat op de hoogte van de basisgeletterheid kan komen te liggen. En zo komen we bij de tweede vraag.

Kunnen er nog verschillende latten zijn?

Eindtermen zijn minimumdoelen, vrij vertaald: iedere onderwijsverstrekker mag er zelf nog dingen aan toevoegen. De overheid nodigt hier zelfs toe uit met het promoten van uitbreidingsdoelen (die ze voor Nederlands wel zelf bepalen). De overheid wil net af van het beeld dat zij veel vragen, hiervoor eisten ze dat in alle leerplannen de eindtermen herkenbaar zijn, zodat je als leraar kan zien wat van de overheid komt en wat niet. Dus ja, er kunnen nog verschillende latten mogelijk zijn, maar voor alles leerlingen is er een absolute ondergrens met de basisgeletterdheid, voor de meeste leerlingen is er een noodzaak van de eindtermen maar de lat mag hierboven mag zeer zeker verschillen.

Ondergrens

Dat een overheid een ondergrens vastlegt, lijkt me logisch. De discussie kan dan wel zijn of die ondergrens niet te hoog is. Bij de invoering van de oorspronkelijke eindtermen was er ook al de opmerking dat de eindtermen geen minimumdoelen maar maximumdoelen zijn, een argument om in te roepen als je vindt dat de grondwettelijke vrijheid van onderwijs in het gedrang komt. Dat is dus als je niets meer zou kunnen doen naast de eindtermen. Dat zou dan betekenen dat er in de leerplannen enkel nog eindtermen te vinden zijn en we dus zelfs geen leerplannen nodig hebben. Ik vermoed echter dat er in de nieuwe leerplannen wel nog steeds andere zaken staan dan de eindtermen.

Peilinsonderzoek

Lieven Boeve verwees bij de te hoge eindtermenlat ook naar de peilingsproeven. Het steunpunt dat deze onderzoeken doet vat het zo samen:

Op basis van grootschalige toetsafnames wordt in een peilingsonderzoek bepaald hoeveel leerlingen de eindtermen halen van een bepaald leer- of vakgebied op het einde van een bepaald onderwijsniveau. Peilingsonderzoek wil op die manier de kwaliteit van het Vlaamse Onderwijs bewaken op systeemniveau. Deze informatie wordt teruggekoppeld aan beleidsmakers en onderwijsverstrekkers. Zo kunnen zij met de feitelijke prestaties van leerlingen rekening houden bij hun verdere acties om de onderwijskwaliteit te optimaliseren.

Stel dat veel leerlingen deze doelen niet halen, kunnen er verschillende redenen zijn:

  • de doelen zijn effectief te ambitieus (wat dus zou betekenen dat ook de leerplannen te ambitieus zijn),
  • de lessen zijn niet goed genoeg gegeven,
  • de scholen hechten te weinig belang aan deze welbepaalde eindtermen,

Peilingstoetsen meten dus herhaaldelijk de prestaties van leerlingen voor de eindtermen. Dus als volgende week nieuwe peilingstoetsen bekend gemaakt worden, dan gaan deze over de oude eindtermen die al een hele tijd meegaan, en elke evolutie die we daarin zullen merken, hebben dus niks met de (nieuwe) eindtermen te maken. Stel – hypothetisch – dat we in deze herhaalde metingen sterk verbeteren of dat we net in vrije val zijn – dan heeft dat niks met de lat te maken, maar hoe we jongeren vandaag al dan niet makkelijker of moeilijker over die lat krijgen. Vrij vertaald: dan meet je niet de doelen, maar de kwaliteit, waarvoor de eindtermen in eerste instantie al bedoeld waren.

Vrijheid van onderwijs

Patrick Loobuyck, die behoorlijk wat aandacht krijgt in het boek van Lieven Boeve, vatte vandaag op Twitter eindtermen als volgt samen:

Laat ik het daar voorlopig bij houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.