In Australië staat er iets te gebeuren dat wereldwijd in de gaten wordt gehouden: vanaf december geldt er een verbod op sociale media voor kinderen onder de 16. Het beleid wordt gepresenteerd als een primeur en moet jongeren beschermen tegen de mogelijk schadelijke effecten van sociale media. Platformen zoals Facebook, Instagram, Snapchat en YouTube zullen “redelijke stappen” moeten nemen om te voorkomen dat kinderen accounts aanmaken en bestaande accounts van minderjarigen moeten deactiveren. Doen ze dat niet, dan riskeren ze boetes tot 50 miljoen Australische dollar.
Om uit te zoeken hoe dat technisch kan werken, gaf de regering een opdracht aan de Britse Age Check Certification Scheme, leerde ik bij de BBC. Hun rapport verscheen afgelopen weekend. Men onderzocht 48 systemen – van identiteitsdocumenten en ouderlijke toestemming tot gezichts- en gedragsanalyse. De conclusie? Technisch is het mogelijk, maar er is geen universele oplossing die altijd en overal sluitend werkt. En… er zijn vaak neveneffecten. Iemand verbaasd?
De meest betrouwbare methode blijkt identificatie via officiële documenten, maar net daar loert het gevaar: aanbieders zouden geneigd zijn om die gegevens te lang te bewaren, uit voorzorg voor mogelijke vragen van toezichthouders of politie. In een land dat recent meerdere datalekken kende, is dat geen detail. Ook andere methoden hebben beperkingen:
-
Gezichtsanalyse haalt bij 18-plussers een nauwkeurigheid van 92%, maar rond de grens van 16 jaar ontstaat een bufferzone. Dat leidt tot valse positieven (te jonge kinderen die toch door de mazen glippen) en valse negatieven (16-jarigen die onterecht worden geweigerd).
-
Ouderlijk toezicht en toestemming kunnen effectief zijn, maar botsen met de groeiende autonomie van jongeren en roepen eveneens vragen op over privacy en uitvoerbaarheid.
Het rapport raadt daarom aan om methoden te combineren – een gelaagde aanpak die bijvoorbeeld documentcontrole koppelt aan gedragsanalyse. Intussen werken veel aanbieders ook aan manieren om omzeilingen, zoals vervalste documenten of het gebruik van VPN’s, tegen te gaan.
De Australische minister van Communicatie, Anika Wells, liet zich alvast duidelijk uit bij de Britse omroep: “Dit zijn enkele van de rijkste bedrijven ter wereld, die voor commerciële doeleinden voortdurend data en AI inzetten. Dan mogen we ook vragen dat ze die technologie gebruiken om kinderen veilig te houden.” Volgens haar moeten de platformen tegen 10 december een robuuste mix van leeftijdscontroles klaar hebben.
De publieke opinie lijkt voorlopig aan de kant van de regering. Een meerderheid van de Australiërs steunt het verbod. Toch klinkt er ook kritiek, onder meer van sommige jeugd- en welzijnsorganisaties. Zij vrezen dat jongeren niet alleen afgesloten worden van sociale contacten, maar ook uitwijken naar nog minder gereguleerde hoeken van het internet. Volgens hen zou de overheid beter inzetten op het aanpakken van schadelijke inhoud en het voorbereiden van jongeren op de digitale realiteit, in plaats van hen uit sociale media te weren.
Kortom, na het rapport blijven vooral de belangrijke vragen over. Kunnen leeftijdscontroles tegelijk effectief én privacyvriendelijk zijn? En helpt een verbod jongeren echt vooruit, of creëert het vooral nieuwe risico’s? Australië waagt zich als eerste aan dit experiment – de rest van de wereld kijkt gespannen mee. En veel jongeren wellicht met meer spanning dan de rest. Wat als dit experiment andere landen of regio’s inspireert?