Tijdens de pandemie hebben we veel gespeculeerd over de gevolgen van schoolsluitingen. Soms op basis van ervaring, soms op basis van anekdotes, en heel af en toe op basis van degelijk onderzoek maar toch vaak in andere situaties zoals schoolstakingen. Een nieuwe studie uit Californië door Pelin Ozluk en collega’s hoort duidelijk bij die laatste categorie. Al blijf ik hopen dat we dergelijke inzichten niet snel meer nodig zullen hebben.
De onderzoekers maakten gebruik van een soort natuurlijk experiment: scholen gingen namelijk niet overal tegelijk open. Een dergelijke spreiding laat toe om te vergelijken wat er gebeurt met leerlingen die opnieuw naar school kunnen en leerlingen die nog even thuis blijven. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan, maar de methode die ze gebruiken geldt mijns inziens als state of the art voor dit soort situaties.
De bevinding is tegelijk eenvoudig en ongemakkelijk. Eenvoudig, omdat de hoofdconclusie in één zin past. Ongemakkelijk, omdat veel mensen de voorbije jaren hoopten dat het effect kleiner zou zijn. Negen maanden na de heropening daalde het aandeel kinderen dat een diagnose kreeg voor een mentale gezondheidsproblematiek met ongeveer 1.2 procentpunt. Die daling komt vooral van minder depressie en, iets later, minder angst. Ook de totale medische kosten voor mentale gezondheidszorg gingen met ongeveer tien procent omlaag. De effecten waren het sterkst bij meisjes. Een groep die meestal meer geraakt wordt door mentale problemen en er dus ook beter uitkwam als scholen weer open gingen.
Betekent dit dat schoolsluitingen de oorzaak zijn van alles wat we de voorbije jaren hebben gezien aan mentale problemen bij kinderen en jongeren? Nee. Er zijn genoeg andere mogelijke oorzaken. En dat zeggen de auteurs zelf ook. De dataset komt uit een relatief welvarende groep verzekerde gezinnen. Andere maatregelen veranderden tegelijk mee. Niet alle kinderen gingen even snel terug naar school, zelfs binnen één district. Je ziet dus een helder patroon, maar je weet dat er altijd ruis blijft. Toch valt er moeilijk omheen dat er iets gebeurt wanneer scholen opnieuw opengaan. Structuur, sociale contacten, zicht op zorg, dagelijkse routines. Het zijn geen spectaculaire elementen, maar ze tellen wel op.
Voor toekomstig beleid is dit relevant. Niet omdat we hiermee alles weten, wel omdat we weer een puzzelstukje hebben dat helpt om risico’s en voordelen beter in te schatten tijdens een crisis. De studie laat vooral zien dat de school als leefomgeving meer is dan een plek waar leerdoelen worden afgevinkt. Soms merk je pas wat een systeem draagt wanneer je het even wegneemt.