Zijn alleen de eerste levensjaren bepalend? Nieuw onderzoek nuanceert een populair idee!

Als het over kansengelijkheid gaat, hoor je vaak dezelfde boodschap: wil je echt het verschil maken, dan moet je investeren in de eerste levensjaren. Dat idee is onder andere populair geworden door het werk van econoom James Heckman, die liet zien dat investeringen in jonge kinderen vaak een bijzonder hoog maatschappelijk rendement opleveren. Dat heeft echter soms geleid tot een veel sterkere conclusie dan Heckman vandaag nog verdedigt: het is fout te denken dat latere investeringen nauwelijks nog een verschil zouden maken. Een nieuwe longitudinale studie in Educational Researcher laat opnieuw zien dat de werkelijkheid genuanceerder is.

Eric Dearing en collega’s volgden 226 kinderen uit gezinnen met een laag inkomen gedurende maar liefst 26 jaar. Zij onderzochten niet alleen hoeveel onderwijskansen deze kinderen kregen, maar ook wanneer die kansen zich voordeden. Ze maakten hiervoor onderscheid tussen de vroege kindertijd, de basisschool en de adolescentie. DVoor een studie met een follow-up van 26 jaar is dat een bijzonder waardevolle dataset.

Toch is er ook een belangrijke kanttekening, het blijft namelijk in de eerste plaats vooral een observationele studie. De onderzoekers tonen samenhangen aan maar geen oorzakelijke verbanden. Bovendien gaat het om een relatief kleine groep (226 kinderen) uit een bekende, maar niet-representatieve Amerikaanse longitudinale studie. De auteurs benadrukken daarom zelf dat replicatie in grotere steekproeven wenselijk is.

De onderzoekers keken naar verschillende vormen van onderwijskansen, zoals:

  • Een stimulerende thuisomgeving;
  • Kwalitatieve kinderopvang of onderwijs;
  • Deelname aan georganiseerde buitenschoolse activiteiten;
  • Wonen in een sociaaleconomisch gunstige buurt;
  • Opwaartse economische mobiliteit van het gezin.

Vervolgens onderzochten ze welke relatie deze kansen hadden met twee uitkomsten op 26-jarige leeftijd:

  • het behaalde opleidingsniveau;
  • het inkomen.

Voor het opleidingsniveau blijkt dat kansen in alle drie de ontwikkelingsfasen onafhankelijk samenhangen met later onderwijssucces. Kansen in de vroege kindertijd vergroten de kans om na de middelbare school verder te studeren. Kansen tijdens de basisschool hangen opvallend genoeg vooral samen met het behalen van een vierjarige universitaire opleiding. Ook kansen tijdens de adolescentie blijken een zelfstandige bijdrage te leveren aan het vervolgonderwijs.

Voor inkomen op 26-jarige leeftijd ligt het patroon iets anders. Daar blijken vooral kansen tijdens de basisschool en de adolescentie samen te hangen met hogere inkomsten. Voor de vroege kindertijd vonden de onderzoekers hiervoor geen statistisch significant verband. Zij merken daarbij wel op dat inkomensverschillen mogelijk sterker zichtbaar worden op latere leeftijd, bijvoorbeeld in de dertig of veertig.

Misschien nog belangrijker dan de afzonderlijke ontwikkelingsfasen is de optelsom van de verschillende kansen die kinderen krijgen (of niet). Kinderen die gedurende hun hele jeugd kansen bleven krijgen, deden het duidelijk beter dan kinderen die nauwelijks kansen kregen.

Volgens de modellen had minder dan de helft van de kinderen zonder dergelijke kansen uitzicht op onderwijs na de middelbare school. Bij kinderen die in elke ontwikkelingsfase minstens één onderwijskans kregen, liep dat op tot ongeveer 85%, terwijl ruim een derde uiteindelijk een vierjarige universitaire opleiding behaalde.

Deze studie spreekt het belang van vroege investeringen niet tegen. Integendeel, ook de vroege kindertijd blijkt belangrijk. Wel ondergraaft zij de gedachte dat alleen de eerste levensjaren ertoe doen. Onderwijskansen tijdens de basisschool en de adolescentie blijken eveneens samen te hangen met latere uitkomsten, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met kansen eerder in de ontwikkeling.

Dat is een belangrijke nuance voor het onderwijsbeleid. Wie investeert in jonge kinderen, doet verstandig werk. Maar wie daarna stopt, laat ook kansen liggen. Of, anders gezegd: niet vroeg óf later, maar vroeg én blijven investeren. Of zoals Heckman zelf later schreef: het belang van sustaining!

Geef een reactie