Laten we beginnen met een open deur: generatieve AI verovert de klas razendsnel, willen we het of niet. Uit recente bevragingen blijkt dat een pak leraren AI ondertussen gebruiken, vaak ook om lessen voor te bereiden, oefeningen te maken of toetsen op te stellen. Dat klinkt logisch en een eerdere EEF-studie toont dat het niet noodzakelijk gepaard gaat met kwaliteitsverlies. Maar daarmee weten we nog niet of leerlingen daar uiteindelijk ook beter van worden.
Een nieuwe gerandomiseerde studie van onderzoekers van de University of Pennsylvania zet daar een interessante kanttekening bij. Ze zijn daarbij niet tegen AI, maar vinden wel dat de voordelen voor leraren niet automatisch ook voordelen blijken te zijn voor leerlingen.
Een van de betere designs tot nu toe
Ik klaagde al vaker over de kwaliteit van AI-onderzoeken, maar dit onderzoek lijkt duidelijk beter. De onderzoekers voerden een gerandomiseerd veldexperiment uit in 14 Turkse scholen. Bijna 200 leraren werden willekeurig toegewezen aan een AI-groep of een controlegroep. De AI-groep kreeg toegang tot een GPT-4o-gebaseerd hulpmiddel dat speciaal was ontwikkeld om leraren te ondersteunen bij lesvoorbereiding, differentiatie, evaluatie en feedback.
Daarna bekeken de onderzoekers niet alleen hoe leraren AI gebruikten, maar vooral wat leerlingen ervan merkten.
Wat bleek als men naar de leerkrachten keek? Ongeveer twee derde van alle AI-gesprekken ging over het maken van lesmateriaal:
- lessen voorbereiden;
- oefeningen maken;
- examens opstellen;
- syllabi ontwikkelen.
Veel minder vaak gebruikten leraren AI voor differentiatie, feedback of het nadenken over pedagogische keuzes. De feedback verbaast me een beetje, de andere lijken me minder onlogisch.
Opvallend was ook hoe kort de interacties waren. De mediaan bedroeg slechts 2 prompts per gesprek. De onderzoekers leiden daaruit af dat AI vooral werd gebruikt om snel een afgewerkt product te genereren, eerder dan als sparringpartner tijdens het ontwerpen van lessen. Lees: het gebruik was behoorlijk basic.
De opvallendste uitkomsten
In lijn met het EEF-onderzoek dat ik eerder vermeldde, gingen de examenresultaten gemiddeld niet achteruit (al lagen die sowieso opvallend hoog in beide groepen), maar… de motivatie van leerlingen wel.
Leerlingen van leraren die AI gebruikten vonden hun vak:
- minder interessant;
- minder belangrijk;
- minder leuk.
Let wel, het effect is moeilijk een aardverschuiving te noemen, maar met ongeveer 0,11 standaarddeviatie is de achteruitgang wel groot genoeg om ernstig te nemen.
De verschillen tussen leraren zijn ook opvallend. Bij leraren die vóór de studie al zwakker presteerden, zag men ook een daling van de examenresultaten én van het vertrouwen van leerlingen in hun eigen kunnen. Bij sterkere leraren gebeurde dat daarentegen niet. Verder bleek dat leraren die vóór het experiment al veel AI gebruikten, na afloop juist negatiever werden over AI. Beginnende AI-gebruikers werden optimistischer. Deze studie suggereert dus dat ervaren gebruikers ook de beperkingen beter beginnen te zien. Iets wat ik zelf ook kan volgen.
Dit onderzoek toont zo dat AI niet noodzakelijk een gelijkmaker is, maar eerder het omgekeerde. AI lijkt vooral problematisch te worden wanneer het pedagogisch denken vervangt in plaats van te ondersteunen.
Waarom gebeurt dit?
De auteurs zien twee mogelijke verklaringen. Een eerste is dat AI de persoonlijke stem van de leraar zou kunnen verdringen. Goede lessen bestaan namelijk niet alleen uit een correcte uitleg of goed opgebouwde oefeningen. Ze hebben ook de stijl, humor, voorbeelden en persoonlijkheid van de leraar. Wanneer meerdere leraren dezelfde AI-tools gebruiken, kan die eigenheid deels verloren gaan. En de onderzoekers vermoeden dat leerlingen dit wellicht sneller merken dan je zou denken.
De tweede verklaring vind ik zelf nog relevanter. AI kan er misschien voor zorgen dat sommige leraren minder intensief nadenken over hun lessen omdat AI het denkwerk gedeeltelijk overneemt. Juist dat denkproces waarbij ze stilstaan bij het structureren van de lessen, voorbeelden bedenken en proberen te anticiperen op misvattingen, is een cruciaal onderdeel van professionele ontwikkeling. Wie dat proces te vaak uitbesteedt, oefent zijn didactische expertise minder.
Betekent dit dat AI slecht is?
Nee, en dat zeggen de auteurs Alp Sungu, Benjamin Lira en Angela Duckworth zelf ook nadrukkelijk. Hun onderzoek toont volgens hen niet aan dat AI geen plaats heeft in het onderwijs. We mogen echter niet zomaar aannemen dat tijdswinst voor leraren automatisch leidt tot beter onderwijs voor leerlingen. Dit zijn gewoonweg twee verschillende vragen. AI kan administratieve taken vereenvoudigen, inspiratie geven of helpen bij routinewerk. Maar wanneer AI het pedagogisch denkwerk begint te vervangen, lijken er wel degelijk risico’s te ontstaan.
Maar… er is wel een belangrijke nuance. Zoals altijd kent ook deze studie beperkingen. Het experiment duurde slechts één semester, vond plaats in Turkije en men gebruikte slechts één specifiek AI-systeem. Het is dus goed mogelijk dat andere toepassingen of een langere periode tot andere resultaten kunnen leiden.