Waarom leraren blijven…

Voor onderwijs blijft het lerarentekort één van de grootste uitdagingen, niet enkel hier maar in veel landen wereldwijd. Al snel gaat het debat dan bijvoorbeeld over salarissen of werkdruk. En hier in Vlaanderen over bijvoorbeeld al dan niet vaste benoeming of jobzekerheid. En het klopt, dat zijn zeker ook belangrijke onderwerpen. Maar een nieuwe overzichtsstudie van Kenneth Leithwood en collega’s toont dat we misschien op de verkeerde paarden wedden als we willen begrijpen waarom leraren uiteindelijk beslissen om te blijven of te vertrekken.

De auteurs maakten geen klassieke literatuurstudie, maar een systematische review van reviews. Ze brachten dus 17 eerdere overzichtsstudies samen en bekeken vervolgens welke factoren consequent samenhangen met het behoud van leraren. Daarbij ontwikkelden ze een nieuw theoretisch model dat probeert uit te leggen hoe die verschillende factoren precies op elkaar inwerken.

Geen lijstje, maar een verklaringsmodel

Onderzoek naar teacher retention heeft de voorbije twintig jaar een indrukwekkende hoeveelheid factoren opgeleverd, zoals onder andere werkdruk, salaris, leerlinggedrag, mentoring, al dan niet ervaren autonomie, de schoolcultuur, burn-out, zelfeffectiviteit, jobtevredenheid… Het probleem is volgens de auteurs dat veel onderzoek daar dan ook stopt: het levert vooral lijstjes op. Er is veel minder aandacht voor de vraag hoe deze factoren elkaar beïnvloeden. Volgens hen is het vakgebied daardoor rijk aan data, maar arm aan theorie.

De school staat centraal

De belangrijkste conclusie is misschien wel dat de meeste beïnvloedbare factoren zich binnen de schoolorganisatie bevinden.

Hun model ziet er, sterk vereenvoudigd, zo uit:

Schoolleiding
-> beïnvloedt de werkomstandigheden
-> die beïnvloeden zelfeffectiviteit, motivatie en welbevinden
-> die bepalen jobtevredenheid
-> en die voorspelt uiteindelijk of een leraar blijft of vertrekt.

Dat betekent niet dat schoolleiders alles bepalen, maar ze hebben wel invloed op veel factoren die leraren dagelijks ervaren.

Salaris helpt, maar lost weinig op

Dat betekent niet dat loon onbelangrijk is. Integendeel, hogere salarissen hangen wel degelijk samen met een iets groter behoud van leraren. Alleen blijken die effecten vrij klein. Ook financiële bonussen voor moeilijk te bemannen scholen blijken op zichzelf weinig verschil te maken, ook al pleiten ook hier soms mensen voor.

Dat sluit aan bij eerder onderzoek: zodra een redelijk inkomensniveau is bereikt, blijken aspecten zoals professionele autonomie, steun van collega’s, zinvol werk en goed leiderschap vaak belangrijker te worden voor de beslissing om te blijven.

Wat maakt dan wel het verschil?

De factoren die het vaakst terugkomen zijn opvallend herkenbaar:

  • steun van de schoolleiding;
  • vertrouwen binnen het team;
  • samenwerking met collega’s;
  • mentoring voor beginnende leraren;
  • professionele ontwikkeling;
  • autonomie;
  • beheersbare werkdruk;
  • een positief schoolklimaat.

Dat zijn stuk voor stuk zaken waar scholen, ten minste gedeeltelijk, zelf invloed op hebben.

Toch een kleine kanttekening

Het interessante aan deze studie zit minder in nieuwe empirische resultaten – alle onderzoeken waren al gekend – dan in het nieuwe theoretische kader dat de auteurs voorstellen. Maar daar zit tegelijk ook de grootste beperking.

Het model is overtuigend opgebouwd op basis van bestaand onderzoek, maar blijft voorlopig vooral een verklarend model. Het moet nog empirisch als geheel worden getoetst. Bovendien zijn veel van de onderliggende studies observationeel. Dat betekent dat sterke samenhangen nog geen bewijs zijn voor een causale relatie.

Met andere woorden: het is goed mogelijk dat sterke schoolleiders bijdragen aan beter behoud van leraren. Maar het blijft lastig om precies te bepalen hoeveel van dat effect rechtstreeks door leiderschap wordt veroorzaakt en hoeveel samenhangt met andere kenmerken van succesvolle scholen.

Een gedachte over “Waarom leraren blijven…

  1. 2 nuanceringen op salaris.
    – Ik zie mijn collega’s met kinderen of ouderen allemaal worstelen met de (werk)druk. Ik ook trouwens. Waardoor minder gewerkt wordt om het vol te houden, maar er ook minder binnenkomt. Het grootste deel wil wel voltijds werken, maar kan het gewoon niet. Velen werken ook meer dan gezond is, maar kunnen zich minder niet permitteren.
    – Zij-instromers die (net) te vroeg zijn ingestapt hebben een veel lager salaris.
    Wij zitten vaak nog niet aan dat redelijke inkomensniveau. Terwijl nagenoeg iedereen van die groep het correcte pedagogische diploma heeft en velen een master (ook in lager onderwijs). Ik ben 1 jaar te vroeg ingestapt. Ik verloor 40% van mijn inkomen (en dan tel ik bijkomende voordelen nog niet mee). Ik werk zeker even hard. Ik heb al regelmatig uitgekeken naar andere jobs, met pijn in het hard.

Geef een reactie