Dit onderzoek toont niet dat we kunnen multitasken

“Zie je wel, mensen kunnen toch multitasken.” Ik kreeg deze boodschap de voorbije maand via enkele kanalen toegestuurd omdat ik wel eens deze mythe wil tackelen. De aanleiding is een nieuwe studie in het Journal of Cognitive Neuroscience. De onderzoekers trainden deelnemers meer dan 30.000 keer om nieuwe categorieën van kunstmatig gemanipuleerde auto’s te herkennen. Na die intensieve training konden de deelnemers deze taak beter combineren met een tweede taak en zagen de onderzoekers duidelijke veranderingen in de onderliggende hersennetwerken. Mooi, maar…

Alleen bewijst dit onderzoek eigenlijk niet dat mensen wél kunnen multitasken. In feite zelfs net niet. De studie vertrekt juist vanuit een idee dat al decennia een centrale plaats inneemt in de cognitieve psychologie: onze prefrontale cortex vormt een soort van bottleneck. Twee aandachtvragende beslissingen tegelijk verwerken lukt maar in beperkte mate. Dat verklaart waarom we zo vaak fouten maken wanneer we proberen twee complexe taken tegelijk uit te voeren.

Wat de onderzoekers laten zien, is veel subtielers dan een bewijs voor multitasking. Door uitzonderlijk veel oefening lijkt de categorisatietaak minder afhankelijk te worden van die prefrontale cortex. De activiteit verschuift deels naar visuele gebieden en de verbindingen met motorische gebieden worden sterker, terwijl de connectiviteit met de prefrontale cortex juist afneemt. Tegelijk worden de deelnemers beter in het uitvoeren van een dubbeltaak.

Dat klinkt misschien als multitasking, maar is eigenlijk een klassiek voorbeeld van automatisering. Wie net leert autorijden, heeft alle aandacht nodig om te schakelen. Na jaren ervaring gebeurt dat bijna vanzelf. Dat betekent niet dat ervaren chauffeurs plots twee complexe taken tegelijk kunnen uitvoeren. Het betekent dat één van die taken nauwelijks nog centrale aandacht vraagt.

Precies dat lijkt deze studie te laten zien. Niet dat de bottleneck verdwenen is, maar dat een zeer sterk geoefende taak er grotendeels niet meer door hoeft. Daardoor blijft er meer capaciteit over voor een tweede taak. We doen al jaren dingen tegelijk. Ademen, lopen en op onze telefoon tokkelen, bijvoorbeeld. Maar terwijl we dit doen, merken we wel weinig tot niets van de omgeving.

Dat maakt voor alle duidelijkheid dit onderzoek zeker niet minder interessant. Integendeel. Het biedt een mooie neurale verklaring voor iets wat de cognitieve psychologie al veel langer beschrijft: uitzonderlijk veel oefening verandert niet alleen hoe snel we iets doen, maar ook hoe ons brein die taak organiseert. Alleen is dat iets anders dan besluiten dat mensen eigenlijk best goed kunnen multitasken.

Geef een reactie