Correlatie is geen causaliteit. Het is wellicht een van de meest gebruikte zinnen als ik hier over onderzoek schrijf en ik merkte al dat het soms mensen kan irriteren. Maar een nieuwe NBER-working paper van Andrew Johnston laat mooi zien dat het verhaal daarmee meestal nog maar begint. De vraag van Johnston is eenvoudig: kan thuiswerken ervoor zorgen dat mensen meer kinderen krijgen? Dat idee is niet zo gek. Thuiswerk betekent geen of minder woon-werkverkeer, kan voor meer flexibiliteit zorgen en kan het misschien makkelijker maken om werk en gezin te combineren. Maar is het zo?
Er was eerder al onderzoek dat in die richting wees. In een internationale bevraging van volwassenen tussen 20 en 45 jaar lag het geschatte aantal kinderen over de levensloop 0,32 hoger wanneer beide partners minstens één dag per week thuiswerkten dan wanneer geen van beiden dat deed. Maar daar hebben we dus meteen ons probleem. Misschien krijgen mensen geen kinderen meer omdat ze thuiswerken. Misschien zoeken mensen die kinderen willen vaker naar werk dat ze vanuit huis kunnen doen. Correlatie, causaliteit, daar zijn we dus weer bij aanbeland.
Johnston probeert dat probleem slim te omzeilen. Hij kijkt niet alleen naar wie thuiswerkt, maar ook naar wat mensen ooit hebben gestudeerd. Voor elke studierichting berekent hij hoe geschikt de beroepen waarin afgestudeerden vóór 2020 terechtkwamen waren voor thuiswerk. Computerwetenschappen scoort bijvoorbeeld veel hoger dan verpleegkunde. Behoorlijk slim, want het voordeel is duidelijk: de meeste mensen hadden hun studierichting al lang gekozen toen de pandemie begon. Ze konden in pakweg 2010 moeilijk voor een bepaalde opleiding hebben gekozen omdat die hen tijdens de nog onbekende pandemie van 2020 meer mogelijkheden tot thuiswerk zou geven.
En dan was er dat gigantische, natuurlijke experiment in 2020. Mensen uit opleidingen die zich goed leenden tot thuiswerken, gingen plots veel vaker thuiswerken. Bij vrouwen betekende één standaarddeviatie meer teleworkability na 2020 3,9 procentpunt meer kans op thuiswerk.
Maar… kregen zij vervolgens meer kinderen? Nee, ze kregen er net iets minder! Een standaarddeviatie meer teleworkability ging samen met een daling van het jaarlijkse geboortecijfer met ongeveer 1,9 procent. Opvallend: het effect zat vooral bij getrouwde vrouwen. Bij ongetrouwde vrouwen vond Johnston geen significant verschil.
Tegelijk gebeurde er nog iets anders. Getrouwde vrouwen uit de meer teleworkable studierichtingen gingen vaker voltijds werken. De auteur berekent dat die stijging in voltijds werk ongeveer de helft van de daling in geboortes zou kunnen verklaren. Misschien maakt thuiswerken het dus makkelijker om werk en gezin te combineren, maar betekent dat tegelijk dat vrouwen makkelijker voltijds blijven werken, waardoor kinderen een grotere opportuniteitskost krijgen.
Maar bewijst dat nu dat thuiswerk ervoor zorgt dat mensen minder kinderen krijgen? Nee, want wat was ook alweer dat fantastische natuurlijke experiment dat thuiswerk plots deed toenemen? Juist: een wereldwijde pandemie.
En die pandemie deed natuurlijk nog wel wat meer dan alleen mensen naar hun thuiskantoor sturen of simpelweg hen thuis opsluiten. Ze trof beroepen en sectoren ook heel verschillend. Denk maar aan verpleegkundigen. Hun opleiding scoort zeer laag op thuiswerkmogelijkheden, terwijl hun arbeidsomstandigheden tijdens de pandemie op zijn zachtst gezegd ook nogal veranderden.
Johnston beseft dit probleem zelf zeer goed. Hij noemt het een pandemieschok die studierichtingen verschillend heeft geraakt om andere redenen dan thuiswerk expliciet als een bedreiging voor zijn causale interpretatie. Hij deed daarom verschillende extra analyses. Als hij onderwijsopleidingen weglaat, verandert er weinig. Interessanter wordt het als zowel gezondheids- als onderwijsopleidingen worden weggelaten. Het verband blijft negatief, maar bij getrouwde vrouwen wordt het ongeveer half zo groot en is het niet langer statistisch significant. Nu moet je daar ook weer niet te veel van maken: deze nieuwe schatting verschilt op haar beurt niet significant van de oorspronkelijke. Welkom in de wondere wereld van causale inferentie.
Er is trouwens nog een probleem. Minder geboortes tussen 2021 en 2024 betekenen nog niet automatisch minder kinderen in totaal. Misschien stellen mensen kinderen gewoon uit. Johnston vindt wel een daling van 3,1 procent bij getrouwde vrouwen tussen 35 en 39 jaar. Bij hen wordt later inhalen natuurlijk moeilijker. Maar ook de auteur erkent dat we langer zullen moeten wachten voordat we iets kunnen zeggen over het uiteindelijke aantal kinderen in de VS.
En helemaal op het einde staat misschien wel de belangrijkste beperking: deze uitbreiding van thuiswerk gebeurde tijdens een pandemie. Thuiswerk dat in gewone omstandigheden wordt ingevoerd, kan volgens Johnston een ander effect hebben. Tegelijk merkt hij terecht op dat de daling in geboortes nog toenam tot 2023, toen de meeste pandemiebeperkingen al verdwenen waren.
Ik vind dit daarom vooral een mooi lesje over correlatie en causaliteit. Niet omdat de onderzoeker beide door elkaar haalt. Integendeel. Hij doet behoorlijk veel moeite om dichter bij causaliteit te komen, maar toont daardoor hoe moeilijk het is.