Via het Dashboard van WordPress zie ik dat de voorbije dagen steeds meer mensen op deze blog terecht komen omdat ze zoeken naar ‘geweld in videogames’.
De reden is niet ver te zoeken, er wordt in de immens trieste zaak in Alphen-Aan-De-Rijn nu eenmaal expliciet verwezen naar videogames als een mogelijke verklaring voor de moorddrift van de dader. Hij was nu eenmaal een verwoed gamer. (check ook hier)
Zoals Scientas.nl opmerkt is het onderzoek hier nog steeds niet uit: “Er is al enorm veel onderzoek gedaan naar een eventueel verband tussen (gewelddadige) spellen en fysiek geweld. Maar dat leverde dubbelzinnige resultaten op. De ene onderzoeker stelde vast dat geweld voortvloeide uit gewelddadige games, terwijl de ander geen significant verband kon vinden.”
Het is in feite een soort kip of ei-verhaal. Dit klinkt raar, maar toch. Speelt iemand games omdat hij of zij gewelddadig is of is iemand gewelddadig omdat hij of zij games speelt.
Als ik de meeste onderzoeken naast elkaar leg, dan speelt tussen de 7 en 8 op 10 jongeren computergames (check hier). Dit wil nog niet zeggen dat ze tot de subcultuur van de gamers behoren, maar wel dat ze het regelmatig doen. Gamers als subcultuur wil nog niet zeggen dat ze verslaafd zijn aan games, dit is een overtreffende trap, waarbij volgens onderzoek wel een link met agressie zou bestaan of andere problemen. Als dit hen gewelddadig zou maken, zou ik zelf niet meer voor de klas durven staan en zou het al helemaal een gek idee zijn om games in het onderwijs te introduceren. Games hebben ook voordelen en zorgen er misschien voor dat jongens terug bij het onderwijs betrokken worden.
Het is niet altijd een kip-ei-kwestie; alleen in correlationeel onderzoek waarin op een en hetzelfde moment het mediagedrag en de agressie van een jongere wordt vastgesteld. In andere studies met twee of meer meetmomenten is soms wel vastgesteld dat het mediagedrag vooraf gaat aan gewelddadig gedrag, maar dan weer niet altijd bij alle jongeren of door alle vormen van mediageweld. En soms was het inderdaad ook andersom; agressieve jongeren hadden later meer voorkeur voor gewelddadige games of films. Met zoveel nuances door onderzoekstechnische factoren is het lastig om een eindconclusie te trekken. Wat we wel weten als je alle studies vanuit een vogelperspectief bekijkt is dat mediageweld wel degelijk risico’s met zich meebrengt voor kinderen die het geweld nog niet goed aankunnen (er te jong voor zijn, het teveel realistisch en leerzaam vinden etc.). Dan gaat het niet om extreme gewelddadigheden zoals moordpartijen en bankberovingen, maar om de houding over en het vertonen van klein geweld, zoals plagen, schoppen, pesten, slaan. Daarom staan er PEGI leeftijden op videogames en hebben films en tv programma’s in de meeste landen een leeftijdsclassificatie.
prof. dr. Peter Nikken
bijzonder hoogleraar Mediaopvoeding Erasmus Universiteit Rotterdam, specialist jeugd, media en opvoeding Nederlands Jeugdinstituut
Heel erg bedankt voor de zeer belangrijke aanvulling! In feite bedoelde ik met de metafoor dat allebei kunnen voorkomen, wellicht was die niet zo goed gekozen.
Het al zeer oude onderzoek van Bandura heeft natuurlijk aangetoond dat er steeds wel iets van het gewelddadig gedrag geleerd wordt. Ik wou vooral aangeven dat het niet zo simpel was als het in de meeste pers momenteel verschijnt. Ik hou mijn hart vast voor een nieuwe moral panic.