Schaduwonderwijs is de verzamelnaam voor de betaalde bijlessen, examentraining of privélessen buiten de gewone school om. Wereldwijd groeide deze sector uit tot een regelrechte miljardenindustrie. Ouders investeren er enorme bedragen in, vaak vanuit de overtuiging dat extra lessen automatisch tot betere resultaten zullen leiden. Een nieuwe internationale studie van Cao en Huo zet daar echter serieuze vraagtekens bij.
De onderzoekers analyseerden data uit TIMSS 2019 van ruim 222.000 leerlingen uit 38 landen en bekeken of leerlingen die betaalde bijles volgden beter presteerden voor wiskunde en wetenschappen. Daarbij controleerden ze voor een hele reeks achtergrondkenmerken zoals sociaaleconomische status, opleidingsniveau van de ouders, onderwijstijd,… Hun conclusie is opvallend eenvoudig: globaal gezien levert schaduwonderwijs nauwelijks leerwinst op!
Dat betekent dat na correctie voor achtergrondkenmerken leerlingen die bijles volgden gemiddeld niet beter presteerden dan vergelijkbare leerlingen zonder bijles. Het wordt nog erger. De correlatie was meestal licht negatief. Dat betekent uiteraard niet dat bijles leerlingen slechter maakt. Veel leerlingen krijgen net bijles omdat ze het moeilijk hebben. Maar zelfs wanneer de onderzoekers verschillende statistische technieken gebruikten om vergelijkbare groepen leerlingen met elkaar te vergelijken, bleef hetzelfde patroon overeind.
Misschien denk je dan: ja, maar wie lang bijles volgt, zal toch wel vooruitgaan? Ook dat bleek niet echt uit de data. Leerlingen die meer dan acht maanden schaduwonderwijs volgden, deden het gemiddeld niet beter dan leerlingen die geen bijles kregen.
Betekent dit dat schaduwonderwijs zinloos is? Wellicht toch niet, want er waren wel degelijk uitzonderingen. In sommige landen vonden de onderzoekers kleine positieve verbanden. Denk dan aan landen zoals Zuid-Korea, Japan en, in mindere mate, Taiwan en Turkije. Dat zijn opvallend genoeg net landen waar schaduwonderwijs sterk georganiseerd is en vaak nauw aansluit bij het officiële curriculum en de examens. Maar ook in deze landen bleven de effecten relatief beperkt.
Wat volgens mij deze studie vooral laat zien, is dat schaduwonderwijs geen wondermiddel is. Ook heb ik het vermoeden dat de kwaliteit van de lessen enorm kan verschillen, net als de redenen waarom leerlingen bijles volgen. Sommige leerlingen zoeken extra uitdaging, anderen proberen vooral net achterstanden weg te werken. De TIMSS-data laten maar beperkt toe om dit onderscheid te maken. Tegelijk is het misschien een ietwat vreemde geruststelling dat sociale ongelijkheid hier dus mogelijk minder last van heeft.
Zelf zie ik vooral ook nog een andere belangrijke beperking van dit onderzoek. De gebruikte gegevens dateren uit 2019. Dit wil dus zeggen dat de onderzoekers werkten met data van vóór de coronapandemie. Dat lijkt me voor dit onderwerp meer dan relevant, want sinds COVID is de markt voor schaduwonderwijs wereldwijd alleen maar gegroeid. Lockdowns, leerachterstanden en de snelle opkomst van online tutoring hebben die evolutie versneld. Tegelijkertijd probeerde China de sector juist fors in te perken via het bekende Double Reduction-beleid. Door deze verschillende, zelfs tegenstrijdige trends is de internationale situatie vandaag een pak complexer dan in 2019. Daarom zegt de studie dus niets over de omvang van schaduwonderwijs vandaag, maar wel iets over de vraag die uiteindelijk belangrijker is: levert de bijlesindustrie gemiddeld betere leerprestaties op? Voorlopig lijkt het antwoord: nauwelijks.