Verschillende nieuwe evoluties in augmented reality en artificiële intelligentie

De voorbije dagen zag ik verschillende nieuwe toepassingen passeren, een overzichtje:

  • Google liet een bril zien met live vertaling:

  • Facebook/Meta kon niet achterblijven:
  • Nog augmented reality, wel ongeveer, deze update op Google Streetview is nogal straf:

  • En via Donald Clark kwam ik terug bij Google, maar dan met AI:

De ondoorgrondelijke wegen waarop YouTube seksualiteit censureert (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een van de kwalijke aspecten van de grote platformen is dat ze niet transparant zijn over hun werkwijze, bijvoorbeeld als het gaat om het censureren van bepaalde soorten content. Het zijn Amerikaanse bedrijven en Amerikanen zijn seksueel conservatiever dan wij. Dat betekent dat wij hun seksuele moraal ongewenst opgelegd krijgen. Daar hebben Nederlandse makers last van.

Digitale burgerrechten-beweging Bits of Freedom interviewde zangeres Merol, bekend van onder andere ‘Hou Je Bek En Bef Me’ over haar ervaringen met YouTube. Het nummer kreeg om onduidelijke redenen een leeftijdsbeperking: in de clip zijn geen expliciete beelden te zien en hetzelfde nummer in live-uitvoering is gewoon voor iedereen zichtbaar. Uit haar relaas wordt duidelijk hoe ondoorgrondelijk de wegen van YouTube zijn:

“Het is dus niet zo dat er een soort klantenservice is bij YouTube. Voor “Hou Je Bek En Bef Me” ben ik na rondvragen in contact gekomen met iemand die bij YouTube werkt. Die persoon legde uit dat het door adverteerders kwam, die met dat nummer niet geassocieerd zouden willen worden. Je krijgt over zo’n leeftijdsrestrictie wel een mailtje, waaronder met de uitleg hoe je bezwaar kunt maken. Dat heb ik gedaan en toen is het age filter eraf gehaald, maar later is het er toch weer opgedaan.”

Videos krijgen een flag die er dus weer af kan, maar ook er zomaar weer op gezet kan worden. Er zijn geen duidelijke regels over welke content wel en niet mag. Merol vermoedt dat vrouwen en lhbtqia+ mensen aan strengere regels worden gehouden:

“Er zijn clips van mannelijke artiesten met veel bloot die qua tekst soms verder gaan dan ik. Die krijgen geen leeftijdsrestrictie. Dat is natuurlijk wel vreemd. Gelden er andere regels voor mannen? Adje, bijvoorbeeld, wordt in één van zijn clips gepijpt – maar dat heeft dan weer geen consequenties. De queer rapgroep LIONSTORM, daarentegen, kreeg er wél meteen last van toen er in één van hun clips gebeft werd.”

Omdat je als artiest voor je bereik en dus je inkomen afhankelijk bent van platformen als YouTube, leidt zulke censuur onherroepelijk tot zelfcensuur: volgende keer pas je wel op met een tepel of een bil. Daarmee verliest de kunst – en daar zou meer bezwaar tegen gemaakt moeten worden.

Beeld: het ‘bef’-moment uit de clip van ‘Hou Je Bek En Bef Me’. 

Verschillende landen, verschillende rapporten, 1 beeld: na de pandemie, de mentale problemen bij leerlingen en studenten

De voorbije dagen verschenen in verschillende landen verschillende rapporten, maar het beeld is opvallend gelijklopend:

Mental health concerns among high school students in the United States were exacerbated during the Covid-19 pandemic, according to survey results published Thursday by the US Centers for Disease Control and Prevention.

There have been significant increases in high school students reporting persistent feelings of sadness or hopelessness, considering suicide or attempting suicide over the past decade — and findings from the new CDC survey suggest youth mental health was even worse during the pandemic.
  • In Vlaanderen melden de CLB’s: “Het aantal meldingen van depressieve gedachten en angstproblemen is in het schooljaar 2020-2021 met meer dan 87 procent gestegen vergeleken met het jaar voordien. De centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) zien ook een verdubbeling van het aantal interventies rond zelfverwonding.”
  • En in de hele wereld:

Opnieuw bevestigt onderzoek dat psychische klachten als angst en depressie  wereldwijd met een kwart zijn toegenomen en dat de problemen onder jonge mensen het grootst zijn. Dat blijkt uit een studie van de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Volgens de onderzoekers zien we “slechts het topje van de ijsberg” van de impact van corona op de geestelijke gezondheid.

 

Een beetje hoop in bange dagen (of jaren)…

In tijden van een hopelijke verdwijnende pandemie en een hopelijk snel voorbije oorlog in Oekraïne, is elk beetje goed nieuws ook welkom. En dat sprankeltje hoop kon je deze week vinden in het World Happiness Report. In 2021 bleken mensen namelijk in elk werelddeel beter te scoren op de drie vormen van ‘goedheid’ of kindness, of zoals econoom John Helliwell het samenvat:

“Helping strangers, volunteering, and donations in 2021 were strongly up in every part of the world, reaching levels almost 25 percent above their pre-pandemic prevalence.”

Het is daarbij opvallend dat het hulp bieden aan vreemden vooral goed scoorde. In tijden van crisis kent men zijn vrienden?

TikTok brengt de oorlog dichtbij, maar de oorlog in Oekraïne is geen TikTok-oorlog (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

“De oorlog is content geworden”, schreef Kyle Chayka vorige week in The New Yorker, content die van platform naar platform stroomt. De eerste TikTok-oorlog wordt de oorlog in Oekraïne ook wel genoemd, de Russische invasie wordt gevat in filmpjes met typische TikTok-esthetiek: ogenschijnlijk onsamenhangend, zonder context en met pophitjes als achtergrondmuziek.

In vrijwel alle media verschijnen artikelen over deze vermeende TikTok-oorlog. Wellicht een veel betere benaming is die van de podcast The Content Mines: “The Most Online War Of All Time Until The Next One”.

Nabije slachtoffers
‘WarTok’ is aansprekend. Sowieso schrijven media nou eenmaal graag over media. TikTok is ook nog eens relatief nieuw en relatief onbekend onder volwassenen. Dat maakt dat er wat uit te leggen valt, meer dan wanneer je schrijft over de rol van Twitter of Facebook in deze oorlog.

Daarnaast springt de alledaagsheid van de filmpjes in het oog, ook al is oorlog zo onalledaags. De tieners die filmen zijn geen ‘verre slachtoffers’ die lijden in een ver-van-ons-bed-nieuwsshow, maar voelen nabij. Dat komt door huidskleur, maar ook door de aard van de filmpjes. Volkskrant-columnist Lisa Bouyeure schreef daarover:

“Hun wereld is totaal op zijn kop gezet, maar het stramien van TikTok lijkt enig houvast te bieden. Er zijn altijd nog de liedjes, de dansjes en de trends. Deze generatie gebruikte ironie en memes al om de vreselijkste dingen aan te kaarten, dus waarom stoppen op het dieptepunt? De afgelopen week zag ik een meisje in badjas vrolijk dansen op Who’s That Chick, met als bijschrift: ‘Als je om 5 uur wakker bent geworden van explosies en trillingen en beseft dat Rusland ons de oorlog heeft verklaard’. De populaire Oekraïense TikTokker Mashukovsky stond op het luchtalarm te viben alsof hij een lekker nummertje hoorde, kopje koffie in de hand.”

Verschil met nieuws
TikTok is nog geen journalistiek platform, maar dat betekent niet dat er geen nieuws op kan staan of dat gebruikers geen burgerjournalisten kunnen zijn. Niet alle filmpjes zijn echt, waarschuwt NRC. In de media-aandacht voor WarTok gaat het daarom vaak om nepinformatie en het belang van factchecking – bijvoorbeeld over de onterechte (Russische) claim dat de oorlog een hoax zou zijn.

Het is uiteraard belangrijk om daarop te blijven wijzen, maar we mogen TikTok toch ook prijzen. Chayka wijst er in het artikel in The New Yorker op dat sociale media een “imperfect chronicler of wartime” is, maar soms de meest betrouwbare bron die we hebben. Nieuwsmedia halen om veiligheidsredenen journalisten weg uit de regio, waardoor er soms niet anders is dan deze filmpjes. Dat blijkt ook: we zien ze regelmatig terug in gevestigde media, helder herkenbaar aan het TikTok-watermerk.

Geen TikTok-oorlog
Het is evenwel onzin om deze oorlog een TikTok-oorlog te noemen, net zoals de Arabische Lente geen Twitter-revolutie was. The revolution was – toch, voornamelijk, alsnog – televised. TikTok lijkt vooral geschikt om de strijd en de gevolgen daarvan nabij te brengen, op een heel persoonlijke manier waarin traditionele media niet goed zijn vanwege de waarde die zij hechten aan afstandelijkheid en objectiviteit. TikTok heeft zo bijgedragen aan het bewustzijn, aan het genereren van publiciteit. Het is afwachten welke rol het kan spelen in de volgende fases van dit conflict.

Trend: cd’s (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Niet lang nadat cd’s vinyl van de markt had verdrongen wegens vermeende superioriteit van geluid, begon de elpee aan haar retour. Mensen loofden de ‘authentieke’ sound van vinyl, juist het krakende geluid zou sfeervol zijn tegenover de ‘kille’ cd. Naar verluid heeft BBC-Radio1-dj John Peel daarover gezegd:

“Somebody was trying to tell me that CDs are better than vinyl because they don’t have any surface noise. I said, ‘Listen, mate, life has surface noise.’”

In de groeven zouden herinneringen naar boven komen, de platenhoezen zouden daar evenzeer aan bijdragen en bovendien mooier zijn dan cd-hoesjes. Platen waren cool, cd’s niet. Maar wat cool is, is veranderlijk en naar alles van vroeger kan nostalgie ontstaan. Dus ook naar de cd.

Peter van der Ploeg van NCR rapporteert een comeback van het schijfje. De cd is volgens hem bezig aan een voorzichtige comeback. In de VS stijgt de verkoop voor het eerst in zeventien jaar. Dat zijn niet allemaal boomers. De cd is in onder jongeren, ook in Nederland. Van der Ploeg interviewt eigenaar Merel Parlevliet van de Amsterdamse muziekwinkel Velvet:

“Vijftien, zestien jaar zijn ze. Echt de generatie die met Spotify is opgegroeid, die kopen nu heel veel tweedehands cd’s. Muziek uit de jaren negentig is populair, zo verkopen we elke week wel cd’s van Nirvana en Amy Winehouse, maar ook muziek van nu, zoals Kendrick Lamar en Tame Impala. … Ze hebben boeken op de e-reader, muziek op Spotify, films in Netflix. En als iemand dan bij ze op bezoek komt, missen ze iets van identiteit. Daarom willen ze weer graag cd’s aan de muur.”

De cd is dus een manier om je smaak tentoon te stellen en je identiteit te laten zien. Het help mee dat cd’s veel goedkoper zijn dan vinyl. Wil je dus ostentatief je muziekcollectie showen, dan ben je veel goedkoper uit. Dick van Dijk, eigenaar van onder andere Concerto en Plato:

“De cd-markt bestaat voor misschien wel 70 procent uit heruitgaven: alles wat 25, 30, 40 of 50 jaar oud is verschijnt in een nieuw jasje. Van Radiohead tot Crosby, Stills Nash & Young, van The Beatles tot de Stones. Die verschijnen meestal op zowel cd als vinyl, maar de cd-boxen zijn vaak ook aantrekkelijk. Betaalbaarder, én er kunnen meer extraatjes bijzitten. Logisch ook, want er zijn simpelweg meer opslagmogelijkheden: wat je op vier lp’s moet persen, past op één cd’tje. En dat wekt de interesse van de verzamelaars.”

Dat maakt de cd aantrekkelijker voor jonge mensen die uit het niets een verzameling moeten opbouwen. Daarbij geldt dat iedere generatie nostalgisch is naar tijden die zij niet mee hebben gemaakt. De eurohouseliedjes op cd’s als die uit de populaire Hitzone-reeks vinden veel veertigers wellicht trashy, voor vijftienjarigen van nu is het retro van hun ouders. ‘Rhytm is a dancer’ uit 1992 is voor hen net zo lang geleden als ‘The Twist’ van Chubby Checker was voor mensen die vijftien waren in 1992.

Buiten de Krijtlijnen en Teacher Tapp Vlaanderen presenteren het #toetsdebat over Centrale toetsen

Dit is een debat. Een debat over de centrale toetsen. Want in het schooljaar 2023 – 2024 zijn ze er voor echt. Dan zullen er zowel in tweede middelbaar als in het vierde jaar basisonderwijs centrale toetsen afgenomen worden. Later, in 2025-2026, volgt ook het zesde middelbaar. Volgend jaar start zowel in het vierde leerjaar, als in het twee middelbaar een vooronderzoek en worden de toetsen getest. Maar er zijn nog heel veel vragen. Onduidelijkheden over het hoe en waarom van de toetsen. Daarom zitten we hier samen met een panel van experts om die vragen te bespreken.

Carolien Frijns is Strategisch coördinator van het Steunpunt Centrale Toetsen en verbonden aan de UGent. Dit steunpunt is een onafhankelijk universitair orgaan dat belast is met de taak om de toetsen te ontwikkelen. Het steunpunt is samengesteld uit onderzoekers van 5 Vlaamse universiteiten en 2 hogescholen.Kris Denys is beleidsmedewerker OKO, het Overleg Kleine

Onderwijsverstrekkers.Jeroen Backs is afdelingshoofd Strategische Beleidsondersteuning van het Departement Onderwijs en Vorming. Hij vertegenwoordigt vanavond de beleidskant van het hele dossier. Welkom JeroenMaarten Penninckx is Pedagogisch Adviseur Kwaliteitsontwikkeling bij het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Heleen Bourdeaud’hui is Medewerker onderwijseffectiviteit, datageletterdheid en centrale toetsen aan het GO. Klik hier voor sfeerbeelden!

Maar ook uw stemt weerklinkt in dit debat. Want de voorbije weken vroegen we aan alle respondenten van Teacher Tapp verschillende vragen over de centrale toetsen. De resultaten, gegeven door meer dan 1500 leerkrachten, directeurs, zorgleerkrachten of andere onderwijsprofessionals zijn de start van dit debat.

De mythe van ‘tech exceptionalism’: waarom ‘tech’ niet anders is dan voorgaande industrieën (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

De toekomst is fantastisch. ‘Tech’, de afkorting voor nieuwe technologieën en innovaties, gaat ons een betere wereld brengen. Het is een onzingedachte die desalniettemin door mensen werkzaam in tech volop gebezigd wordt. Het geloof in zulke progressie stoelt sterk op wat tech exceptionalism wordt genoemd: het idee dat deze sector fundamenteel anders is dan iedere andere industrie die hiervoor bestaan heeft.

Tech is niet alleen heilig overtuigd van de eigen goede bedoelingen, de sector vindt ook dat ze daarom een uitzonderingspositie verdient. Dit is een schadelijke mythe die ons ervan weerhoudt de gevolgen in het nu te overzien. Dat betogen Yaël Eisenstat en Nils Gilman van de denktank Berggruen Institute in een overtuigend essay.

Dubbel
Ze noemen het beeld dat tech van zichzelf schetst “hypocriet”:

“On the one hand, tech represents (and especially presents itself) as all that is good about contemporary capitalism: it produces delightful new products, generates vast new troves of wealth and inspires us quite literally to reach for the heavens. On the other hand, the harms caused by “tech” have become all too familiar: facial recognition technology disproportionately misidentifying people of color, Google reinforcing racist stereotypes, Facebook stoking political polarization, AirBnB hollowing out city centers, smartphones harming mental health and on and on. Some go so far as to claim that tech is depriving us of the very essence of our humanity.”

Techbedrijven gebruiken de mythe van tech exceptionalism om zichzelf een uitzonderingspositie in te praten:

“It is different, the myth says, because it is inherently well-intentioned and will produce not just new but previously unthinkable products. Any micro-level harm — whether to an individual, a vulnerable community, even an entire country — is by this logic deemed a worthwhile trade-off for the society-shifting, macro-level “good.””

Het idee is dus dat tech vooruitgang brengt. ‘Disruptie’ is een heilige graal geworden en waar ontwricht wordt, tja, daar vallen spaanders. Als dat de democratie is, dan is het pech en moet iemand anders het probleem maar oplossen, vatten Eisenstat en Gilman samen.

Weg met regels
Het gaat hier om Amerikaanse bedrijven die groot zijn geworden in een periode dat er veel afkeer was van regulering. Vanaf de jaren 80 heerst er in de VS een “libertarian ethos” dat regelgeving ziet als de vijand van innovatie. Deze bedrijven vinden zichzelf ook nog eens als inherent anders dan bestaande industrieën. Daarvan is de schade bekend en is duidelijk dat er ingegrepen moet worden. Bij tech wordt dat anders gezien, omdat wat nog niet bestaat niet te reguleren is:

“Tech’s identity, on the other hand, was defined around the constant creation of the radically new or the disruption of the outdated, for which the proper regulatory framework could not be anticipated in advance. Would-be tech regulators were derided as dull bureaucrats, would-be killers of the golden goose, applying rules based on systems that tech itself, if left alone, would soon supersede anyway.”

In deze redenatietrant weegt het goede dat tech mogelijk brengt altijd op tegen enig slechte. Tech is zo meer dan een industrie, het is een “attitude toward the future”. Het gaat dus niet om het wegen van baten nu tegen de schade nu, maar er wordt ingezet op de baten van de toekomst. Dat is – uiteraard – oneigenlijk.

Overheidsingrijpen
De auteurs stellen dat de (Amerikaanse) overheid wellicht niet altijd de boel goed kan bijbenen, maar dit betekent niet dat techbedrijven vrij spel zouden moeten mogen hebben. Het is volgens hen simpel: “Facebook and other social media companies must be regulated on the basis of protecting against the harms they create”.

Daartoe is het noodzakelijk om politieke keuzes te maken over wat we willen accepteren van techbedrijven. De auteurs wensen daarom een debat over waarden in plaats van – zoals het nu gebracht wordt – over efficiënte processen.