X, Y of Einstein?

De persoonlijke blog van Pedro De Bruyckere over onderwijs, jongeren, cultuur en media.

Helpt een social media detox echt? Wat de wetenschap zegt is nogal duidelijk…

Even een pauze nemen van social media – het klinkt als een eenvoudige manier om je gelukkiger te voelen, minder stress te ervaren en meer in het moment te leven. Maar helpt het echt? Een recente meta-analyse van Laura Lemahieu en collega’s, gepubliceerd in Scientific Reports, geeft daar een even duidelijk als nuchter antwoord op: nee, waarschijnlijk niet.

Lemahieu en haar team verzamelden gegevens uit tien verschillende studies (sommige las ik zelf eerder ook al) met in totaal 4674 deelnemers. Ze keken specifiek naar het effect van een social media detox op positieve gevoelens zoals blijdschap en enthousiasme, negatieve gevoelens zoals stress en frustratie, en algemene levenstevredenheid. Ook onderzochten ze of de duur van de social media pauze – van één dag tot vier weken – een verschil maakte.

De grote conclusie? Een tijdelijke social media pauze had geen aantoonbare invloed op positieve gevoelens, negatieve gevoelens of levenstevredenheid. Of je nu een dag, een week of zelfs een maand offline ging, de resultaten bleven hetzelfde. Dit betekent niet dat social media geen invloed heeft op welzijn – maar een korte detox lijkt niet de magische oplossing te zijn die sommige coaches en apps beloven.

Veel mensen die bewust hun social media gebruik verminderen, zeggen zich achteraf beter te voelen. Hoe valt dat te rijmen met deze studie? Er zijn een paar mogelijke verklaringen. Het placebo-effect kan een rol spelen: als je verwacht dat iets je goed zal doen, voelt het ook zo. Individuele verschillen kunnen meespelen: misschien heeft een social media pauze wél effect voor sommige mensen, maar niet gemiddeld genomen. Ook onzichtbare nadelen zoals FOMO (fear of missing out) of verveling kunnen ervoor zorgen dat eventuele voordelen teniet worden gedaan.

Als je je gestrest voelt door social media, is een detox geen slechte keuze – maar verwacht er niet automatisch een geluksboost van. Misschien is het slimmer om je social media-gebruik anders aan te pakken: bewuster kiezen wanneer en hoe je scrollt, je feed opruimen, of notificaties beperken. Wil je écht weten wat voor jou werkt? Experimenteer en luister naar jezelf. Maar als je hoopt dat een social media detox een wondermiddel is voor meer geluk, dan heeft de wetenschap daar nu een helder antwoord op: waarschijnlijk niet.

Abstract van de meta-analyse:

Abstaining from social media has become a popular digital disconnection strategy of individuals to enhance their well-being. To date, it is unclear whether social media abstinences are truly effective in improving well-being, however, as studies produce inconsistent outcomes. This preregistered systematic review and meta-analysis therefore aims to provide a more precise answer regarding the impact of social media abstinence on well-being. The databases of PubMed, Scopus, Web of Science, Communication Source, Cochrane Library, and Google Scholar were searched for studies examining the effect of social media abstinence on three outcomes, namely positive affect, negative affect, and/or life satisfaction. In total, ten studies (N = 4674) were included, allowing an examination of 38 effect sizes across these three outcomes. The analyses revealed no significant effects of social media abstinence interventions on positive affect, negative affect, or life satisfaction. Relationships between social media abstinence duration and the three outcomes were also non-significant. The findings thus suggest that temporarily stepping away from social media may not be the most optimal approach to enhance individual well-being, emphasizing the need for further research on alternative disconnection strategies. Nevertheless, important methodological differences between studies should be considered when interpreting these results.

Een bericht, verschillende platformen

Ik beken, ik twijfelde nauwelijks deze ochtend toen ik een zelfde bericht plaatste over Elon Musk op Twitter, Bluesky, Mastodon, Threads en Facebook. Ik wist dat er reactie zou komen, en ik kon vermoeden welke, alhoewel.

Zie het als een natuurlijk experiment.

Dus wat blijkt:

  • nauwelijks reactie op Threads (wie, wat, waar,…)
  • wat positieve reactie Mastodon
  • Vooral veel positieve reactie op Bluesky, door bepaalde tweeps ook Bluecry genoemd, al bleek dit ook wel zo op Facebook met wat onschuldig gegrap er bij.
  • Gemengde reacties op Twitter, aan de ene kant veel likes en delen, en ook wat bedenkingen en soms ronduit negatieve reacties in de vorm van reposts met commentaar en reacties.

In feite was het voor mij vooral opvallend dat op Twitter de reacties misschien meest divers waren.

Helpt gepersonaliseerd leren echt bij betere leerprestaties?

Deze blogpost schrijf ik in Parijs. Ik ben hier voor een congres van de UNESCO waar we nadenken met zeer veel verschillende profielen over onderwijs en onderzoek. Dit betekent dat er ook de nodige studies passeren. Deze meta-analyse van Ahmed Tlili en collega’s was onder mijn radar gevlogen, maar lijkt me zeer relevant voor onderwijsdiscussies.In de wereld van onderwijsinnovatie is gepersonaliseerd leren al een tijdje een hype – en ik merkte het hier ook in Parijs bij de mensen die vooral met technologie en leren bezig zijn. Het idee is simpel: pas het leerproces aan op de unieke behoeften van elke leerling en de resultaten verbeteren vanzelf. Maar hoe sterk is het bewijs dat deze aanpak daadwerkelijk werkt? Deze recente meta-analyse werpt licht op deze vraag, en de bevindingen zijn op zijn minst intrigerend te noemen.

Uit het onderzoek, waarin 19 studies met ruim 3800 deelnemers werden geanalyseerd, blijkt dat gepersonaliseerd leren een gemiddeld positieve impact heeft op leerprestaties. Maar lees zeker verder. De effectgrootte werd geschat op 0.45, wat volgens academische standaarden een middelmatig effect is en dus echt niet slecht. Toch zijn de resultaten niet zo eenduidig als je zou hopen.

Een belangrijke nuance is namelijk dat niet alle vormen van gepersonaliseerd leren even effectief blijken. Zo hadden systemen die gebruikmaken van prompts en feedback of diagnose en suggesties geen significante invloed op leerprestaties. Dit suggereert dat de manier waarop technologie wordt ingezet, cruciaal is voor het succes ervan. Iets wat we ook vaak bij andere toepassingen merkten. Daarnaast bleken factoren zoals het onderwijsniveau, het vakgebied en zelfs de geografische locatie van invloed op de effectiviteit.

Bijvoorbeeld, de grootste effecten werden gezien in technologische vakken en in het hoger onderwijs, terwijl lagere onderwijsniveaus en wiskunde minder baat hadden bij deze aanpak. Interessant genoeg lieten landen in Azië en Europa betere resultaten zien dan Noord-Amerika, wat mogelijk te maken heeft met culturele verschillen en de implementatie van technologie.

Wat leren we hieruit? Technologie kan helpen, maar is geen wondermiddel. Het vervangen van docenten door slimme systemen lijkt niet de weg vooruit. Sterker nog, de studie benadrukt dat technologie het beste werkt als aanvulling op menselijke begeleiding. Het ontwikkelen van een “collaboratieve intelligentie”, waarin mens en machine samen werken aan beter onderwijs, lijkt meer belovend.

Gepersonaliseerd leren heeft wellicht zeker een potentie, maar het succes ervan hangt zoals steeds bij onderwijs sterk af van hoe, waar en voor wie het wordt ingezet. Het is een oproep om niet alleen naar de technologie zelf te kijken, maar ook naar de bredere context waarin deze wordt toegepast. En wil dit nu net een van de rode draden te zijn in deze conferentie.

Abstract van het onderzoek:

Limited studies have quantitatively summarized the effect of personalized learning systems on learning achievement. To address this research gap, this study conducts a systematic review and a meta-analysis of personalized learning systems, where 19 studies (N = 3822) were included. The obtained results revealed that personalized learning has an overall medium positive effect (g = 0.45) on learning achievement. They further revealed that personalized learning systems based on Prompts & feedbacks and Diagnosis & suggestions do not significantly impact learning achievement. Finally, the results revealed that educational level, subject domain and continent might impact the effect of personalized learning systems on learning achievement. The findings of this study can contribute to the literature by explaining how the effect of personalized learning systems might vary depending on different moderating variables.

Hoe digitalisering van onderwijs en digitale geletterdheid vanuit een kritisch perspectief benaderen? (Remco Pijpers)

In het debat over digitalisering verschuift de focus steeds meer naar de maatschappelijke impact. En terecht. Hoe kunnen we leerlingen en leraren helpen zich meer van die impact bewust te worden? De concept-kerndoelen digitale geletterdheid gaan erop in, gelukkig maar, maar het is slechts een enkel onderdeel; de nadruk ligt vooral op de inzet van technologie (en o ja, doe dat doordacht en verantwoord).

Het 𝐓𝐞𝐜𝐡𝐧𝐨𝐬𝐤𝐞𝐩𝐭𝐢𝐜𝐢𝐬𝐦 𝐈𝐜𝐞𝐛𝐞𝐫𝐠-𝐫𝐚𝐚𝐦𝐰𝐞𝐫𝐤 biedt uitkomst. Het benadert digitalisering en digitale geletterdheid vanuit een kritisch perspectief.

Het model – ontwikkeld door de Amerikaanse wetenschappers Pleasants, Krutka en Nichols – laat zien hoe technologie verder gaat dan wat direct zichtbaar is. De metafoor van een ijsberg benadrukt dat technologie niet alleen een praktische tool is, maar ingebed is in bredere systemen en maatschappelijke waarden.

𝐙𝐢𝐜𝐡𝐭𝐛𝐚𝐫𝐞 𝐥𝐚𝐚𝐠 – technologie wordt vaak gepresenteerd als een neutraal hulpmiddel dat eenvoudige taken oplost.
𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐥𝐢𝐠𝐠𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐥𝐚𝐠𝐞𝐧 – technologie maakt deel uit van complexe systemen die onbedoelde effecten hebben en waarden weerspiegelen over wat wenselijk en goed is, en voor wie.

Het raamwerk onderscheidt drie dimensies om de diepere lagen te onderzoeken:

𝟏. 𝐓𝐞𝐜𝐡𝐧𝐢𝐬𝐜𝐡 – hoe werkt een technologie? Welke ontwerpkeuzes zijn gemaakt, en waarom pakt het gebruik ervan anders uit voor verschillende mensen?
𝟐. 𝐏𝐬𝐲𝐜𝐡𝐨𝐬𝐨𝐜𝐢𝐚𝐚𝐥 – hoe verandert technologie de manier waarop we denken, ons gedragen en samenleven?
𝟑. 𝐏𝐨𝐥𝐢𝐭𝐢𝐞𝐤 – wie bepaalt de regels en de wetten rondom technologie, en wiens belangen staan centraal in deze beslissingen hierover?

De ‘ijsberg’ biedt ook een praktische ingang om met leerlingen kritisch naar AI te kijken. Dat kun je bijvoorbeeld zo doen:

▪️ 𝐓𝐞𝐜𝐡𝐧𝐢𝐬𝐜𝐡 𝐧𝐢𝐯𝐞𝐚𝐮 – laat leerlingen onderzoeken hoe generatieve AI zoals ChatGPT werkt. Welke algoritmes en data maken deze technologie mogelijk, kunnen we dat zien? Hoe beïnvloeden die precies die ‘output’? Denk aan bias en ecologische consequenties.
▪️ 𝐏𝐬𝐲𝐜𝐡𝐨𝐬𝐨𝐜𝐢𝐚𝐚𝐥 𝐧𝐢𝐯𝐞𝐚𝐮 – bespreek hoe AI ons denken en gedrag beïnvloedt. Bijvoorbeeld: hoe verandert het ons idee van creativiteit als teksten en beelden door AI gegenereerd kunnen worden? Verandert ons beeld van menselijke expressie?
▪️ 𝐏𝐨𝐥𝐢𝐭𝐢𝐞𝐤 𝐧𝐢𝐯𝐞𝐚𝐮 – voer een discussie over wet- en regelgeving rond AI. Wie bepaalt hoe AI mag worden ingezet? Hoe werkt de lobby van grote techbedrijven?

Door deze dimensies in lessen te integreren leren leerlingen niet alleen hoe (generatieve) AI werkt, maar ook wat de bredere maatschappelijke gevolgen ervan zijn.

Hun artikel over het raamwerk verscheen bij Harvard Educational Review.

Image preview

Wat is er fout aan deze video over AI in de klas?

Gisteren deelde Carl Hendrick deze video, al moet ik bekennen dat ik hem al eerder zag. Bekijk even deze video en vraag je af wat er zoal mis is aan deze video?

En? Wat denk je?

Los van de vraag hoe iets dergelijks gratis kan zijn, valt het qua copyright mee. Wel wordt alles wat je doet anoniem gebruikt om hun modellen te verfijnen.

Maar is dit inderdaad effectief? Het lijkt vooral efficiënt, en luisteren terwijl iemand anders noteert, kan toch handig zijn? Wel ja en nee. Het zelf noteren – voor de meesten liefst met de hand – kan net ook helpen onthouden.

Als de AI zelf de samenvatting van de les maakt – met de hoop dat de technologie niet begint te hallucineren – dan zal terug de lerende minder gedacht hebben.

En zoals Willingham al schreef ‘Memory is the residue of thought’, in de video worden veel denkmomenten in feite uitbesteed, dus ook het leren.

Van Pixels naar Productiviteit: De Onbenutte Kracht van Gamen?

Gaming. Veel ouders zien het als een nutteloze tijdsbesteding, bedrijven associëren het met luiheid en gebrek aan ambitie, en toch… gamen zou misschien toch verborgen potentieel hebben. Uit een recente kwalitatieve studie door Mina Beigi, Mostafa Ayoobzadeh & Melika Shirmohammadi blijkt dat bepaalde hobby’s, zoals massive multiplayer online games (MMO’s), niet alleen als ontspanning dienen, maar ook een verrassend positieve impact kunnen hebben op het werkleven van spelers, weliswaar volgens henzelf.

De stereotype gamer – een asociale, verveelde jongvolwassene – lijkt een hardnekkig beeld. Toch laat deze studie zien dat gamers denken belangrijke vaardigheden te ontwikkelen. Denk aan strategisch plannen, probleemoplossend denken, en zelfs teamleiderschap. Het ironische is dat juist in een wereld van fictieve queesten en virtuele bazen, spelers stillen te leren hoe ze reële werkuitdagingen moeten aanpakken.

Wat tegelijk wel blijft wringen is de maatschappelijke blik op gamen. Een groot deel van de gamers durft hun hobby niet openlijk te bespreken, laat staan dat ze het vermelden in een sollicitatiegesprek. Waarom? Omdat de culturele stigma’s rondom gamen nog steeds sterker zijn dan de erkenning van de waarde ervan. Het is jammer, want hier ligt een goudmijn aan onbenutte talenten.

Er is nog een ander aspect: balans. Hoewel de positieve resultaten voor de bevraagde gamers evident zijn, geldt dat te veel gamen problematisch kan worden. Verslavingsgedrag en sociaal isolement blijven risico’s, en dit onderzoek laat zien hoe belangrijk het is om een grens te trekken. Toch hoeft deze nuance de waarde van gamen niet te overschaduwen. Hobby’s, mits in gezonde proporties, vormen een onverwachte brug tussen vrije tijd en productiviteit.

Abstract van de studie:

Online gaming is stereotypically associated with negative outcomes, partially due to social stigmas. Given the large population of massive multiplayer online (MMO) gamers, in this qualitative study, we explored if and how gaming resulted in positive outcomes by enriching employees’ work. To do so, we interviewed 23 employed adults with extensive gaming experience. Our analysis revealed that MMO gaming resulted in several learning outcomes that were directly related to general workplace skills. We categorised these learning outcomes as affective (i.e. viewing work as solvable puzzles, developing self-confidence, developing self-awareness), behavioural (i.e. leading and working with a team, coaching and developing others, developing social connections, conflict resolution), and cognitive (i.e. gaining knowledge; goal setting, strategising, and planning; adaptability and agility; and problem-solving). Also, we highlighted the social and individual factors that played a role in how learning outcomes were transferred from gaming to work. Our findings broaden the limited scholarship on employee enrichment experiences, extending our understanding of how an individual’s hobby, as an understudied and critical part of the nonwork domain, is associated with the work domain. Our study challenges the common negative stereotypes about gamers and advocates the potential enrichment of workplace skills resulting from gaming during nonwork time.

Twee video’s voor wie start met Bluesky

Ik merk dat er nu echt een x-odus van x-Twitter bezig is met een enorme toename op Bluesky. Wil je dit ook doen, dan kunnen deze video’s helpen. Btw, ik blijf nog even op Twitter omdat ik niet wil dat iemand mijn nick/account zou kapen en ik beken, omdat er nog een beetje trafiek van komt naar mijn blog.

We gebruiken veel vaker AI dan we wellicht zelf denken…

Ja, de sponsormededeling in het midden van de video is ergens behoorlijk ‘meta”.

AI en leren: nieuw onderzoek toont hoe het kan lijken dat AI leren helpt, maar in feite net minder doet leren

Dit onderzoek van Hamsa Bastani en collega’s dat verscheen tijdens mijn blogvakantie toont hoe AI wel degelijk leren ogenschijnlijk kan helpen, maar tegelijk net voor minder leren kan zorgen.

Hoe pakten ze het concreet aan om de invloed van generatieve AI, zoals GPT-4, op het leerproces van studenten te onderzoeken? In een randomized controlled trial op een middelbare school in Turkije bij meer dan 1000 leerlingen werd het gebruik van twee GPT-gebaseerde tutors getest tijdens wiskundelessen, GTP Base en GPT Tutor. De resultaten laten zien dat hoewel GPT-4 de prestaties tijdens oefensessies aanzienlijk kan verbeteren (48% verbetering met GPT Base en 127% met GPT Tutor), het uiteindelijk schadelijk kan zijn voor het leerproces. Studenten die gebruik maakten van GPT Base (de eenvoudige versie die de onderzoekers ontwikkelden) scoorden slechter op examens zonder hulp (17% slechter dan studenten die geen toegang hadden tot AI).

De leerlingen die gebruik maakten van de GPT Base deden het slechter op examens zonder hulp omdat ze tijdens het leerproces te afhankelijk werden van de AI. Dit betekent dat ze minder diepgaand leerden en minder effectief zelfstandig problemen konden oplossen zonder de hulp van de AI. De GPT Base bood namelijk oplossingen en antwoorden aan zonder de studenten actief te begeleiden in het leerproces. Hierdoor ontwikkelden ze minder probleemoplossende vaardigheden en kritische denkvaardigheden, wat leidde tot slechtere prestaties op examens waar ze zonder hulp moesten werken.

Dit negatieve effect was echter grotendeels afwezig bij gebruik van GPT Tutor die de onderzoekers ontwikkelden. Dit is wellicht omdat deze versie van de AI specifiek was ontworpen om meer begeleiding te bieden tijdens het leerproces in plaats van alleen maar antwoorden te geven. GPT Tutor hielp de studenten om stap voor stap problemen op te lossen, stimuleerde actief denken, en moedigde de ontwikkeling van probleemoplossende vaardigheden aan. Deze aanpak zorgde ervoor dat studenten het leerproces beter begrepen en zelfstandig konden toepassen, wat resulteerde in betere prestaties tijdens examens zonder hulp van AI. De juiste balans tussen ondersteuning en uitdaging door GPT Tutor hielp de studenten om onafhankelijker en effectiever te leren.

Maar, de onderzoekers waarschuwen op het einde van hun artikel:

ChatGPT is zeer onbetrouwbaar en geeft vaak onjuiste antwoorden. Onze resultaten suggereren dat studenten deze fouten niet kunnen ontdekken of niet bereid zijn de moeite te doen die nodig is om de juistheid te controleren. Hoewel GPT Tutor deze negatieve effecten grotendeels lijkt te verzachten, is er substantieel werk nodig om generatieve AI in staat te stellen het leren positief te verbeteren in plaats van te verminderen.

Abstract van het onderzoek:

Generative artificial intelligence (AI) is poised to revolutionize how humans work, and has already demonstrated promise in significantly improving hu- man productivity. However, a key remaining question is how generative AI af- fects learning, namely, how humans acquire new skills as they perform tasks. This kind of skill learning is critical to long-term productivity gains, especially in domains where generative AI is fallible and human experts must check its outputs. We study the impact of generative AI, specifically OpenAI’s GPT- 4, on human learning in the context of math classes at a high school. In a field experiment involving nearly a thousand students, we have deployed and evaluated two GPT based tutors, one that mimics a standard ChatGPT inter- face (called GPT Base) and one with prompts designed to safeguard learning (called GPT Tutor). These tutors comprise about 15% of the curriculum in each of three grades. Consistent with prior work, our results show that access to GPT-4 significantly improves performance (48% improvement for GPT Base and 127% for GPT Tutor). However, we additionally find that when ac- cess is subsequently taken away, students actually perform worse than those who never had access (17% reduction for GPT Base). That is, access to GPT-4 can harm educational outcomes. These negative learning effects are largely mitigated by the safeguards included in GPT Tutor. Our results suggest that students attempt to use GPT-4 as a “crutch” during practice problem sessions, and when successful, perform worse on their own. Thus, to maintain long-term productivity, we must be cautious when deploying generative AI to ensure hu- mans continue to learn critical skills.

Voor wie een nostalgische bui heeft: deze versie van MS Paint werkt in je browser

MS Paint, het programma dat je misschien al vergeten was, maar bijna iedereen wel ooit eens probeerde.

Klik hier en je kan onmiddellijk terug gaan in de tijd en het programma gebruiken in je browser. En goed nieuws: het heeft zelfs extra’s!

https://kottke.org/cdn-cgi/image/format=auto,fit=scale-down,width=1200,metadata=/images/unfurls/thumb-44986.png