Small Thing, Big Idea: hoe de wereld veranderde door wat we vandaag alledaags vinden

TED startte een tijdje geleden een nieuwe reeks van korte video’s over alledaagse, kleine uitvindingen waar we vandaag niet meer bij stilstaan maar die de wereld hebben veranderd. Een beetje zoals de heerlijk Steven Johnson reeks How we got to now.

Handig om leerlingen anders naar de wereld te doen kijken!

Enkele voorbeelden:

 

Opvallende trend in de UK: jongeren werken steeds minder naast hun studies

Het is soms vreemd hoe trends regionaal sterk kunnen verschillen. Menig van mijn collega’s klagen de laatste tijd dat vandaag het studeren lijkt te lijden onder de drukke (werk)agenda van studenten. Ook de cijfers van onder andere de OESO uit 2016 tonen dat 8 op 10 15-jarigen in Vlaanderen al werkte voor geld. Op hetzelfde moment maakt men in de UK zich zorgen dat jongeren steeds minder werken in vakantie- en studentenjobs. De cijfers geven een daling op 20 jaar aan van 48% naar zowat een kwart van de jongeren.

De belangrijkste reden voor de de opvallende daling zou zijn dat het studeren steeds vaker op de eerste plaats komt.

(bron BBC)

Lezen is 1 ding, maar wat met schrijven en luisteren?

De voorbije maanden hebben we het in het onderwijs al veel gehad over begrijpend lezen, en dat is broodnodig. Maar toen professor Hilde Van Keer op de inspiratiedag begrijpend lezen sprak in Brussel, net voor de publicatie van de nieuwe PISA-cijfers, wees ze op 2 andere basisvaardigheden die ook in het verdomhoekje staan in ons onderwijs: schrijven en luisteren.

Enkele slides uit haar presentatie:

  • Wat gaat er precies mis?

  • En opvallend: er wordt nauwelijks tijd aan besteed:

  • Luisteren scoort trouwens niet veel beter…

Ik begrijp waarom het minder aan bod komt. Luisteren en zeker schrijfopdrachten zijn behoorlijk arbeidsintensief. Maar het zijn tegelijk twee vaardigheden die vandaag misschien belangrijker zijn dan ooit. Komt er ook nog bij dat werken aan luisteren én schrijven ook nog eens het begrijpend lezen versterkt. Larry Ferlazzo verzamelde hierover de volgende quotes:

En voor iemand oppert: “maar we moeten al zoveel in het onderwijs”. Klopt, maar dit zijn basisvaardigheden die zowat altijd tot het onderwijs behoord hebben.

Ook dit is onderwijs…

Onlangs kreeg een leerkracht tijdens mijn lezing zowat het ergste bericht dat je kan krijgen: een van haar leerlingen was gestorven. In een gesprek in de pauze bleek het ergens bij haar job te horen. Ze gaf namelijk les aan (zeer) zieke kinderen, al word je een dergelijk bericht nooit gewoon. In dit soort onderwijs veranderen wel veel spelregels. Onderwijs is vaak bedoeld voor ‘later’, maar wat als dat later voor je leerlingen onzeker is? Wat als een kind gaandeweg achteruit gaat. Ze legde uit hoe hier welbevinden centraal staat en hoe onderwijs tegelijk vaak belangrijk blijft voor de kinderen en de ouders.

Moet zeggen dat het me behoorlijk aangreep – en ik besefte dat ik het zelf wellicht niet zou kunnen.

Maar ook dit is onderwijs en ongelooflijk mooi wat er ook voor die kinderen en hun ouders bestaat.

Is het geen tijd om te praten over de olifant in de onderwijstechnologie-kamer?

Op de valreep van 2019 schreef Audrey Watters een extreem lang stuk met de volgens haar top 100 mislukkingen in en rond onderwijstechnologie. Ik zag verschillende reacties van beaming tot kritiek dat het te negatief is, bijna allemaal terecht imho. Tegelijk alarmeerde het me dat ik zelf nog verschillende anderen desastreuze voorbeelden kon bedenken die de fail 100 niet gehaald hebben en heb ik weet van enkele mogelijke komende mislukkingen.

Nu, zelf zie ik nog steeds voordelen van technologie in onderwijs, maar tegelijk is het belangrijk om het over de grote olifant in de kamer te hebben die bij verschillende van de mislukkingen speelden die Watters opnoemde en die Natalie Wexler hier mooi samenvat:

Educators love digital devices, but there’s little evidence they help children—especially those who most need help.

Veel van de initiatieven die Watters bespreek hadden goed- en soms kwaadbedoeld vooral arme kinderen op het oog. Goedbedoelde argumenten waren dat arme kinderen beter zouden kunnen leren of eindelijk een leraar zouden krijgen die ze voordien nog niet hadden dankzij tablets, One Laptop per Child en andere gaten in de muur. Kwaadbedoelde argumenten die ook vaak speelden, maar minder luid uitgesproken werden: contactonderwijs als luxeproduct, dus meer technologie voor kinderen die deze luxe niet kunnen betalen, al dan niet veroorzaakt door lerarentekort of omwille van verdere besparing op docenten. Het idee van teacher proof materiaal dat al een paar decennia meegaat, kreeg een hernieuwde hoop bij sommige onderwijsvernieuwers, techneuten en beleidsmensen.

Je wil niet denken aan al het geld dat op deze manier verslonden is zonder dat het de leerlingen of de leraren ten goede kwamen. Van de duurste beamers die een mens kan kopen, smartboards, over de vele uren die docenten staken in , tot de miljarden die Bill Gates in onderwijs investeerde en in het beste geval geen meerwaarde opleverden. Vorig jaar sprak ik nog in Vlaanderen op een congres waar een Amerikaanse onderwijsdenker die ooit voor Gates werkte, beweerde dat Alt School en Carpe Diem scholen geen mislukking waren. Wellicht omdat hij aandelen had in Alt School en hij nog steeds hoopt dat het ding ooit nog iets oplevert, leer- of andere vormen van winst.

Stel je voor dat deze bedragen aan de ouders of aan de kinderen besteed werden, er was wellicht meer kans op leerwinst. Stel je voor dat deze bedragen besteed werden aan docenten, er was mogelijk een kleiner lerarentekort (nee, het zou het niet voorkomen hebben, denk ik).

Hoe kunnen we dit in de toekomst voorkomen? Nee, niet door massaal technologie te bannen. Maar misschien moeten we wel voorzichtiger en meer doordacht technologie in onderwijs doorvoeren en ons niet laten gek maken door de verkopers die zeggen dat AI of VR het volgende mirakel zal opleveren, terwijl anderen hijgen dat het onderwijs nooit mee is met zijn tijd.

Vrij naar Dylan Wiliam zouden we beter de volgende vragen stellen:

  1. Lost de nieuwe aanpak een probleem op die we ervaren?
  2. Hoeveel meer zal er geleerd worden?
  3. Hoeveel zal het kosten? En is dat meer of minder dan dat we nu betalen? Kunnen we de meerprijs verantwoorden door vraag 1 en 2?
  4. Kunnen we het hier implementeren?

Dus nee: geen pleidooi voor minder technologie, maar aub, meer doordacht?