OESO over beroepsonderwijs

Er is een nieuw Education Indicators in Focus-rapport met als onderwerp deze keer beroepsonderwijs waarin vooral veel zaken staan die eerder herkenbaar lijken zoals dat jongeren bijvoorbeeld sneller afhaken in deze richtingen dan in andere richtingen.

Wat zijn de belangrijkste inzichten?

  • The diversification programmes offered and opportunities to pursue higher- level qualifications play a key role in ensuring that vocational education and training are able to meet labour market needs.
  • Although programmes combining learning in both the school and work environment provide numerous labour market advantages, only 11% of students in upper secondary education are enrolled in combined school- and work-based programmes on average across the OECD.
  • Students are more likely to disengage from – and even drop out of – the education system in vocational upper secondary programmes than general ones.
  • Vocational education and training attracts a very diverse range of students, including youth and adults seeking to improve their technical skills, entry into higher education or those at risk of dropping out of school.

Samengevat krijg je dan:

Vocational education and training can play a central role in preparing young people for work and responding to the labour market needs of the economy. While often neglected in the past, an increasing number of countries are recognising that high-quality vocational education and training can make a major contribution to economic competitiveness. In an unpredictable future where jobs will either disappear or transform, vocational education and training, together with work-based learning, can respond to this challenge by offering an excellent opportunity to nurture the skills employers require.

Paypal blokkeert sites die papers en essays verkopen aan studenten

Het is al een tijdje een thema in de UK: bedrijven die studenten aanbieden hun taken in hun plaats te maken. Eerder werd YouTube al aangemaand reclame voor dergelijke bedrijven te bannen, maar nu zou PayPal bezweken zijn onder de druk en stelselmatig de bedrijfjes die deze diensten aanbieden aangeschreven hebben om te melden dat ze niet meer de betalingen kunnen regelen via de online betaaldienst.

Toch blijkt de oefening moeilijker dan gedacht, omdat het soms moeilijk in te schatten is welke bedrijven effectief fraude aanbieden en welke bedrijven echte tutor-ondersteuning… (bron BBC)

Hoe goed ken jij de Vlaamse jongere? De antwoorden op de vijf quizvragen

Vandaag deed ik een kleine quiz op Twitter over de Vlaamse jongeren, gebaseerd op de meest recente JOP-monitor.

Hoog tijd voor de antwoorden:

Het juiste antwoord is… 5,7%. Misschien verbaast het je in alle doemberichten die we vandaag te horen krijgen over jongeren. Uit Jongeren in Cijfers en Letters 4:

Een grote meerderheid (n = 6276; 77,8%) geeft ook aan blij te zijn met hun leven, een stelling waar slechts 5,7% (n = 460) het (helemaal) niet mee eens is. Die overwegend positieve levensvisie wordt tegelijkertijd wat genuanceerd doordat een substantieel aantal jongeren ook aangeeft nog niet alles te hebben bereikt wat ze willen bereiken (n = 2651; 32,9%).

Ook hier een antwoord dat misschien mensen zal verbazen:

Het grootste significante verschil – weliswaar nog altijd matig – zien we bij de gezinssituaties. Jongeren uit een intact gezin (van wie de beide ouders nog samen zijn) scoren twee punten hoger (1,93; Cohen’s D = 0,50) op algemene levenstevredenheid dan jongeren uit de overige gezinssituaties (voorname- lijk situaties waarbij de ouders apart wonen).

Hier was de vraag een beetje gemeen. Het klopt dat jongens significant een beetje hoger scoren dan meisjes op levenstevredenheid, maar in reële cijfers is het verschil maar 1 punt.

13,9% is (helemaal) niet tevreden over hun uiterlijk, 26,7% antwoordde tussen beide en 59,4% is tevreden of helemaal tevreden over zijn of haar uiterlijk.

Hier is het juiste antwoord 40%, 29,5% zou wel zijn of haar leven anders aanpakken, 30,6% zit tussen beide.

Meer inzichten over de Vlaamse jeugd verzamelen? Check Jongeren in Cijfers en Letters 4.

Triest voorbeeld waarom je echt soms dingen moet leren (en niet alles kan opzoeken)

Vond dit voorbeeld via deze MirjamN:

Wie vult aan? Een poging tot kwaliteitschecklist voor handboeken

Vandaag staat Jan Van Damme terug in De Morgen met een onderzoek over de kwaliteit van handboeken. Zo stelthij dit vast dat over bestaandehandboeken rond lezen

“Ze leren kinderen wel leesstrategieën aan, maar leren hen niet zelf strategisch te denken. “

Maar hoe kies je als school een handboek? Misschien is het een tussenoplossing om een checklist te hebben om handboeken te screenen.

Het kan natuurlijk van onderwerp tot onderwerp verschillen. Ik voorvoel nu al een discussie rond wiskunde-onderwijs. Maar laten we eerst enkele algemene principes zoeken?

Spontaan denk ik dan aan:

  • Hoe actueel en correct is de inhoud? -> bijvoorbeeld handboeken psychologie scoren hier vaak behoorlijk slecht op.
  • Sluit het handboek aan bij de eindtermen/het leerplan?
  • Zijn er verschillende niveaus van teksten en oefeningen?
  • Is er uitbreidingsinhoud?
  • Qua didactische principes (zie ook Klaskit):
    • Is er spaced repetition of gespreide herhaling aanwezig?
    • Ondersteunt het handboek directe instructie voor basiskennis en basisvaardigheden?
    • Zijn er genoeg concrete voorbeelden?
    • Is bij de vormgeving rekening gehouden met dual coding (dus geen overdaad aan overbodige afbeeldingen, maar to the point)?
    • Zet het handboek genoeg aan tot denken (dus ook open vragen in plaats van enkel invuloefeningen)?
  • Heeft het bijhorend platform mogelijkheden tot personalisatie van gespreide herhaling?

De drie puntjes staan er niet zomaar, ik ga er namelijk van uit dat ik verre van de wijsheid in pacht heb.

Wie vult er aan met suggesties?

De grenzen van vrijheid van onderwijs

Verwacht geen traktaat over de vrijheid van onderwijs, dat laat ik liever over aan Johan Lievens die hierover een zeer goed doctoraat schreef. Maar het is misschien wel handig om te weten hoe klein de invloed is van de minister van onderwijs op wat er in de klas gebeurt, voorlopig los van de vraag of dit goed of slecht is.

Stel: we weten dat een van de belangrijkste manieren om het kwaliteitsprobleem op te krikken van didactische aard is, bijvoorbeeld directe instructie. Ik zeg niet dat dit de enige zaligmakende oplossing is – die bestaan wellicht niet -, maar eerder onderzoek toont dat het een belangrijk middel is in de toolbox van de leerkracht om basiskennis en -vaardigheden aan te leren.

Kan de minister van onderwijs dan zeggen aan leraren dat ze deze tool moeten gebruiken? Nee.

Kan de minister dan zeggen dat de lerarenopleidingen deze didactische aanpak moet aanleren aan toekomstige leerkrachten? Nee.

Kan de minister dan vragen aan de koepels om deze didactische aanpak te promoten en er bijscholingen over te organiseren? U raadt het al: nee.

Kan de minister de kwaliteit van handboeken checken? Laat maar.

Wel kan de overheid subtiel proberen duwtjes in de richting te geven door projecten te steunen die hier rond werken, maar de overheid kan enkel bepalen wat de minimumdoelen zijn die door een grote meerderheid van de populatie bereikt moet worden. Doelen die niet tot deze eindtermen behoren – zoals het ingevoerde beleid dat basisscholen vroeger mogen starten met vreemde talen – dan kunnen scholen en koepels zelfs gewoon beslissen: we gaan dat niet doen.

Als zoals eerder deze week bleek dat voor bepaalde eindtermen dat slechts 22% is, dan kunnen scholen op de vingers getikt worden of kan de vraag gesteld worden of de eindterm niet te hoog gegrepen is. Maar hoe het probleem op school aangepakt wordt, is de verantwoordelijkheid van de school.

Wel, kan de overheid bijvoorbeeld bepalen dat nascholingen als prioritair thema bijvoorbeeld begrijpend lezen hebben en ultiem kunnen ze wellicht wel vragen dat er bijvoorbeeld een leescoördinator op school komt. Maar hoe die persoon dan zijn of haar werk uitvoert, komt dan weer aan de grenzen van de autonomie van de school.

En dan nu de vraag die ik even liet liggen, wat vind ik hiervan? Als voorstander van evidence-informed werken, waarbij het respect voor professionaliteit centraal staat, zou het hypocriet zijn om opeens voor een soort van staatspedagogiek te pleiten. Het zou mijn inziens ook niet werken. Context, doelen en wie er voor jou zit, doet je als leraar bepalen welke didactische aanpak je nodig hebt.

Tegelijk zou meer kwaliteitscontrole op bijvoorbeeld handboeken of bijscholingen misschien niet slecht zijn. Niet omdat ik twijfel aan de goede bedoeling en de kwaliteit van de meeste, maar tegelijk zag ik ook al de nodige zaken waar je wel vragen kan bij hebben. Maar hoe dit zich zou verhouden met de vrijheid van onderwijs, is dan weer een andere vraag.