De link tussen schoolprestaties en ouderbetrokkenheid

Er is in veel landen een duidelijke link tussen lage SES en mindere schoolprestaties. In een meta-analyse uit 2017 waar we in Leiden op verder werken, kwamen al de didactische oplossingen aan bod, maar er is wel degelijk meer mogelijk, suggereert deze nieuwe Russische studie van Mikhail Goshin en Tatyana Mertsalova, al is er wel een belangrijke nuance bij te maken.

De onderzoekers stelden namelijk vast dat hoe groter de ouderbetrokkenheid is, hoe beter het kind presteert op school. Ze ontwikkelden verschillende niveaus van ouderbetrokkenheid, waarbij op het laagste niveau – een gezin dat helemaal niets heeft met onderwijs – het kind ook meestal de laagste scores behaalt.

Wat is de belangrijke nuance? Het is een onderzoek op bestaande data waarbij de onderzoekers voor alle duidelijkheid een correlatie hebben vastgesteld. De vraag of ouderbetrokkenheid stimuleren de prestaties doet verbeteren, beantwoordt deze studie niet, al suggereert de evidentie dat het misschien wel het geval kan zijn. Het past ook in het denken van de brede school en oa de theorie van Bronfenbrenner.

Abstract van het onderzoek:

The article gives an overview of the theoretical models of parental involvement in education. The peculiarities of parent involvement in Russian education are correlated with the typologies proposed by J. L. Epstein. Comparison typologies of parent involvement for different parents’ socio-economic categories was carried out. Low-income families were especially identified. It is shown that despite the fact that children from the poorest families have lower than average educational outcomes, parent involvement promotes their increase in attainment. By increasing the level of involvement that parents have, the more leveled the difference in educational results becomes. Children from the poorest families are significantly less likely to plan go to university after school. At the same time the percentage of children planning to get into higher education considerably increases when parents are involved in their education. The higher the level of parent involvement, the greater the percentage of children oriented towards getting higher education. And the higher the level of parent involvement in education, the less the gap between the low income families and average values for the sample is.

Waarom het lerarentekort in Vlaanderen voorlopig enkel zal toenemen

Vandaag staat in Het Nieuwsblad het bericht dat 16 directeurs een klacht hebben neergelegd bij de kinderrechtencommissaris over het nijpende lerarentekort.

Enkele droge redenen waarom het lerarentekort de komende jaren enkel zal toenemen:

En ik vrees dat ik nog wel een paar redenen vergeet… Misschien moeten we die vele afhakers overtuigen terug te komen, maar ik vrees dat er dan eerst veel zal moeten veranderen.

2 op 3 leerkrachten zien geen verbetering in zicht, operatie ‘restore hope’ nodig?

Vandaag in Het Nieuwsblad staan de eerste resultaten van De Grote Lerarenenquête, en het nieuws is niet positief. 8 op 10 leraren geven aan dat het niveau daalt. Na PIRLS, PISA en verschillende peilingtoetsen, mag dit niet verbazen, er zijn genoeg aanwijzingen dat we met een probleem zitten, al is het (voorlopig?) nog niet zo dramatisch (op begrijpend lezen na). Opvallend is hoe alle leraren die in de krant zelf commentaar geven iets ouder zijn en er vooral ook naar (gebrek aan) kennis verwezen wordt.

Wat mij het meest opvalt/deprimeert is dat slechts 1 op 3 een verbetering ziet i de modernisering van het onderwijs. 2 op 3 denkt dat het weinig gaat uitmaken. Er spreekt weinig hoop uit deze cijfers en dat verontrust me het meest. De nieuwe eindtermen zijn echt wel ambitieus. Waarbij ik me zelfs afvraag of niemand ze op deze basis zal aanvechten eenmaal goedgekeurd in het parlement.  Maar die eindtermen zijn nog niet gekend bij de leerkrachten, de voorlopige leerplannen met moeite, terwijl ze op 1 september moeten ingaan.  Dat dit voor de nodige onrust zorgt, is begrijpelijk. Dat de politiek niet wil wachten, ook. Ik vermoed dat dergelijke elementen ook deze resultaten kleuren.

Naast alle plannen is er dus ook nood aan een operatie ‘restore hope’…

Opletten bij verhalen over mirakelscholen, een Amerikaans voorbeeld

Af en toe duiken er verhalen op over ‘mirakelscholen’, scholen die het uitzonderlijk goed doen en het uitzonderlijk slim aanpakken. In de VS dook zo regelmatig Landry, een school uit Louisiana op in virale video’s en in televisiereportages. Een school waarbij alle zwarte kinderen toch in topuniversiteiten binnen raakten, maar… de NY Times ontmaskerde nu het echte verhaal en dat is behoorlijk meer deprimerend. Deze video vat het verhaal samen:

Waarom je misschien beter klassen samen houdt (onderzoek)

Deze nieuwe Amerikaanse studie onderzocht de link tussen de klassamenstelling in het basisonderwijs en afwezigheden en vond een opvallend verband. Een klas samenhouden, dus de samenstelling van de klas niet veranderen tussen twee schooljaren, zou het aantal afwezigheden van kinderen verminderen.

Voor het onderzoek keken de onderzoekers naar data van duizenden kinderen uit 13 scholen in Californië. Ze vermoeden dat het samenhouden van de klassen kan zorgen voor meer bekende gezichten, voor meer vertrouwelijkheid waardoor afwezigheden door bijvoorbeeld schoolangst zouden verminderen.

Tegelijk besef ik natuurlijk goed dat scholen soms klassen overhoop gooien omdat een klasgroep niet goed werkt of dat het niet goed tussen de leerlingen klinkt.

Abstract van het onderzoek:

Identifying driving factors of school attendance in elementary grades has come to the forefront of policy discussion. Little research has been dedicated to understanding the role of classroom context, and no studies have examined whether having classmates from the previous school year who are also present in the current classroom might influence absenteeism (i.e., familiar faces). This study uses district data to explore whether the percentage of familiar faces is associated with absence outcomes for students. The findings suggest that having familiar faces from the previous school year was linked to lower numbers of unexcused absences and lower odds of chronic absenteeism. This suggests that elementary school students might benefit from peer stability, and policy makers and educational stakeholders might help students maintain some degree of familiarity by considering the role of consistent classmates.

Nee, je kan niet echt het juiste zeggen om te troosten

Als iemand in de problemen zit of getroost moet worden, gaat het natuurlijk vooral slecht met die persoon. Maar diegene die wil troosten heeft het vaak ook niet zo makkelijk: wat moet je zeggen? Wat blijkt nu? Hier is geen juist antwoord mogelijk. Nieuw gepubliceerd onderzoek op deels oude en deels nieuwe data maakt dit duidelijk.

Men vroeg zowel kinderen tussen 10 en 15 (in 2008), 54 studenten en 33 psychologen om over een reeks van uitspraken aan te geven hoe ‘ondersteunend’ die uitspraken waren. Wat opviel is dat er nauwelijks overeenkomst te vinden was.

Dit is natuurlijk een ietwat onnatuurlijke manier om dit te meten maar het is in natuurlijke omstandigheden behoorlijk moeilijk te onderzoeken. Dus de volgende keer als iemand zegt ‘ik weet niet wat te zeggen’, is het misschien correct.

Abstract van het onderzoek:

Most social support theory implies that there are objectively supportive people and statements. Yet there is little agreement among perceivers that some people are more supportive than others. Nonetheless, there might be better agreement regarding supportive statements. In three studies, children, college students, and members of a clinical training program rated the supportiveness of specific statements presented by text or video. Agreement among perceivers accounted for only 11% of the variance (range = 8%–12%). Perceivers disagreed because of their traitlike perceptual biases, as well as perceivers’ idiosyncratic tastes. Implications for social support theory were discussed.

Nieuwe Education Indicators in Focus over belang schoolautonomie

De OESO publiceerde een nieuwe Education Indicators in Focus met schoolautonomie als, euh, focus. Wat stelt men zoal vast:

  • Since the early 1980s, there has been a significant shift towards more school autonomy, but the degree of autonomy and domain of decisions to which it applies vary widely across countries.
  • As schools have become more autonomous, central authorities have also been given a bigger role in determining standards, curricula and assessments.
  • Within schools, the balance of responsibility among different stakeholders also varies depending on the country and domains of decisions being taken.
  • Granting more decision-making power to schools can have a positive impact on learning outcomes when leveraged properly. However, it has also made the role of school leader more challenging and complex, with school leaders reporting heavier workloads.

Hoe verschillen de landen onderling? De volgende grafiek geeft aan hoeveel van de beslissingen op schoolniveau genomen worden en dan valt de positie zeker van Nederland en in iets mindere mate Vlaanderen op:

Wat is voor de OESO de essentie?

School autonomy is popular but also complex and sometimes contentious. Many education systems have increased schools’ autonomy in the hope of achieving greater efficiency and closer adaptation to local needs. In some countries, however, increased autonomy has led to greater pressure on schools and local stakeholders. To be successful, school autonomy needs to be built on a set of key ingredients: a strong national framework and a clear strategic vision, well-adapted school head and teacher training programmes, solid accountability mechanisms, and the creation of a collaborative environment – between and within schools.