Nu in de VS: Het is je eerste schooldag en als je thuiskomt? Dan zijn je ouders er niet meer.

Via Larry Ferlazzo vond ik dit bericht over de raids die in Mississippi gevoerd werden om mensen die illegaal in de VS verblijven op te pakken. De gevolgen voor kinderen én onderwijs blijken niet min:

Heb het verhaal gecheckt, en blijkt te kloppen. Check ook hier of hier.

En wat nu? Zeer veel onduidelijkheid, nog erger, ook veel onduidelijkheid over wat er met alle kinderen gebeurt.

Hier zijn geen woorden voor. Gewoon geen.

Nieuwe studie over aanpak om onderwijsniveau op te krikken én ongelijkheid (iets) tegen te gaan

Net werd een nieuwe studie gepubliceerd over DASI. Ik moet bekennen dat het me ook niet veel zei, maar DASI staat voor Dynamic Approach to School Improvement en dit onderzoek bij 72 scholen en meer dan 5500 leerlingen. Men testte de aanpak in verschillende landen en in elk land deed de testgroep het beter dan de controlegroep. De onderzoekers zagen ook dat – in tegenstelling tot de controlegroep – de invloed van SES-achtergrond (iets) kleiner werd, al geven ze wel aan dat hier nog werk aan de winkel is om die resultaten nog te verbeteren.

Ik vond deze presentatie van hoofdauteur Leonidas Kyriakides over het model uit 2015:

Hoe reageren op “1 op de 3 eerstejaars aan de KU Leuven kampte met psychische klachten”? Meer vragen dan antwoorden.

Een zeer opvallend bericht op de website van De Morgen. 1op 3 eerstejaarsstudenten aan de KU Leuven zou kampen met psychische klachten. Dit lijkt gigantisch en als je er al vraagtekens bij durft plaatsen, zou het kunnen overkomen als harteloos. Nochtans zien we uit ander onderzoek dat in Vlaanderen zowat 5,7% zich minder goed in zijn vel voelt, en die kunnen echt niet allemaal aan de KU Leuven zitten. Kijkt men naar een ouder artikel in VETO zou je kunnen zeggen dat het goed nieuws, in 2016 sprak men nog over de helft van de studenten, maar dan ging het niet alleen over eerstejaars.

Op Twitter reageerde Wim Van den Broeck als volgt:

Is er sprake van overdiagnose? Is er sprake van meer druk? Is er sprake van minder weerbaarheid bij jongeren? Zijn er meer moeilijkere thuissituaties zoals verder in het artikel aangegeven wordt, thuis een belangrijke oorzaak volgens de JOP-monitor? Heeft prof Van den Broeck gelijk? Het zijn allemaal verklaringen die ik de voorbije jaren al zag passeren, maar die moeilijk vast te pakken zijn. Maar misschien is er nog iets helemaal anders aan de hand… met de cijfers?

Als je wat dieper kijkt in de cijfers, ontdek je al snel een pak nuance en meer herkenbare percentages die tegelijk ook vragen bij mij oproepen:

31 procent van de 1.650 participerende eerstejaars meldden psychische klachten zoals faalangst (6,4 procent), slaapstoornissen (6,2 procent), aanpassing/eenzaamheid (5,6 procent), behandeling bij psycholoog of psychiater (2,6 procent), familiale of relationele problemen (2,5 procent), depressie (2,5 procent), paniekaanvallen (0,8 procent), eetstoornis (0,6 procent) en zelfmoordgedachten of -pogingen (0,4 procent).

Hierbij vraag ik namelijk me wel af hoeveel overlap tussen de percentages zitten? Ik kan me inbeelden dat 1 persoon slechter scoort op verschillende van die factoren? Het lijkt alsof men in het jaarverslag van de KU Leuven een fout gemaakt is en men alle klachten heeft opgeteld? De tabel is niet echt sluitend te noemen, maar het kan zijn dat er ook andere klachten waren die niet opgenomen zijn in het overzicht.

In hetzelfde jaarverslag vind je namelijk ook deze cijfers terug:

De belangrijkste redenen voor een consultatie zijn:

  • Urogenitale klachten 24%
  • Luchtwegenaandoeningen 16%
  • Huidaandoeningen 11%
  • Preventieve raadplegingen 9%
  • Orthopedie en traumatologie 9%
  • Maagdarmklachten 8%
  • Psychische aandoeningen 5%

Waarbij die laatste percentages meer in de lijn liggen van de verwachtingen op basis van ander onderzoek. En het zou betekenen dat er veel mensen die klachten hebben, niet de weg vinden naar hulp binnen de universiteit, wat op zich dan weer een ernstig probleem zou zijn, iets wat ook in het VETO-artikel aangekaart wordt. Nog meer vragen dus.

Wat voor mij vooral belangrijk is en blijft: iedereen die hulp nodig heeft, moet die krijgen. Daarbij is overdiagnosticering – als die er al dan niet zou zijn – gevaarlijk omdat zo de mensen die echt hulp nodig hebben misschien minder hulp krijgen of ondergesneeuwd worden. Laagdrempeligheid blijft belangrijk en het taboe op psychische problemen heeft spijtig genoeg nog steeds Te Gek-campagnes nodig, al zie ik een positieve evolutie. Preventie is wellicht ook noodzakelijk, naast meer zicht op al dan niet dalende weerbaarheid en/of stijgende druk.

Los daarvan: een persbericht dat dus meer vragen dan antwoorden oproept.

Er beweegt iets in Singapore: afbouw gestandaardiseerde testen

Het was vorig jaar al besloten, maar nu begint het echt merkbaar te worden: Singapore bouwt het aantal gestandaardiseerde examens af met als centrale doelstelling het welbevinden van de leerlingen te verhogen. Dit alles onder het motto: onderwijs is geen competitie.

Dit is nogal een grote stap voor een land waar de testdruk behoorlijk groot was. Let wel, het betekent niet dat alle toetsen en gestandaardiseerde testen verdwijnen. Wel zullen ook bepaalde vergelijkende elementen niet meer op het rapport te zien zijn. Concreet verandert er dit:

Tegelijk wordt ook een nieuw, meer-eisend curriculum ingevoerd, waardoor het moeilijk in te schatten zal zijn wat de eigenlijke gevolgen zullen zijn binnen enkele jaren. De komende jaren zijn sowieso overgangsjaren. Wel iets om zeker op te volgen! (Lees meer hier).

Amerika versus China, waar ervaren leerlingen het beste schoolklimaat?

Momenteel woedt er een handelsoorlog tussen China en de VS. Deze studie doet ook een wedstrijdje China versus Amerika, maar dan over hoe leerlingen het schoolklimaat ervaren en waar leerlingen meer betrokken bleken.

De resultaten samengevat:

  • Chinese pupils perceived all aspects of school climate significantly more positively than American pupils during middle school and high (secondary) school.
  • The difference was smaller in elementary (primary) schools, with no significant differences for fairness of rules, clarity of behavioural expectations and school safety.
  • US pupils’ engagement was greater in elementary schools, while Chinese pupils reported greater emotional engagement in middle and high schools.
  • A significant relation between school climate and engagement was found for American pupils but not Chinese pupils.

Dit onderzoek past bij eerdere studies die toonden dat de motivatie van Chinese leerlingen hoger lagen dan bij Amerikaanse leerlingen, maar met extra nuances.

Abstract van het onderzoek:

OBJECTIVE:
The purpose of this study was to examine differences between American and Chinese students in their perceptions of school climate and engagement in school, and in the relation between school climate and engagement.

METHOD:
Confirmatory factor analyses were used to support the factor structure and measurement invariance of the two measures administered: The Delaware School Climate Survey-Student and the Delaware Student Engagement Scale. Differences in latent means were tested, and differences in relations between variables were examined using multilevel hierarchical linear modeling. Participants consisted of 3,176 Chinese and 4,085 American students, Grades 3-5, 7-8, and 10-12.

RESULTS:
Chinese students perceived school climate more favorably than American students, particularly beyond elementary school. Findings were more complex for student engagement. In elementary school, American students reported greater cognitive-behavioral and emotional engagement, and especially the former. In middle school and high school, Chinese students reported greater emotional engagement; however, no significant differences were found for cognitive-behavioral engagement. Most intriguing were results of multilevel hierarchical modeling that examined associations between school climate and student engagement: They were significant in American schools but not Chinese schools.

CONCLUSION:
Chinese students, compared with American students, perceived the climate of their schools more favorably, especially after elementary school. However, among Chinese students, their perceptions of school climate were unrelated to their self-reported engagement in school-school climate did not seem to matter as much.

NRO: Verlenging van de kleuterperiode verkleint ontwikkelingsachterstand niet

Dit is iets waar ik regelmatig vragen over krijg. Deze zomer verscheen er een nieuw rapport, via NRO:

Verlenging van de kleuterperiode lijkt geen goede remedie tegen ontwikkelingsachterstanden in het basisonderwijs. Kleuterbouwverlenging kost de leerling een extra jaar, terwijl het in groep 8 geen voordeel meer oplevert. Bovendien is het een dure maatregel.

Bij kleuterbouwverlenging blijven leerlingen ongeveer een jaar langer in groep 2, omdat de leerkracht veronderstelt dat zij in cognitief en/of sociaal-emotioneel opzicht nog niet ver genoeg zijn in hun ontwikkeling om te starten met leren lezen en rekenen in groep 3.

Bij jongere leerlingen minder terughoudendheid bij kleuterbouwverlenging

Bij jonge leerlingen is de kans op kleuterbouwverlenging ruim tweeëneenhalf keer groter dan bij oudere leerlingen. Hoe jonger een leerling, hoe groter de kans dat deze nog niet toe is aan de overgang naar groep 3. Voor de jonge leerlingen betekent langer kleuteren geen doublure, hoewel zij wel bijna een jaar langer kleuteren.

Er is voor zowel jonge als oudere leerlingen geen relatie gevonden tussen de kans op kleuterbouwverlenging en etnische herkomst, het gescheiden zijn van ouders, de mate van stedelijkheid van de omgeving van de school, en de sociale en etnische samenstelling van de klas. Voor de oudere leerlingen is er daarnaast geen verband met sekse en opleidingsniveau van de ouders, en of het kind een zorgleerling is. Deze achtergrondkenmerken hangen voor jonge leerlingen wel samen met kleuterbouwverlenging.

De kans op kleuterbouwverlenging voor jonge leerlingen is wel groter wanneer de ouders laagopgeleid zijn en wanneer de leerling een zorgleerling is. Voor zowel jonge als oudere leerlingen neemt de kans op kleuterbouwverlenging toe als zij uit een gezin komen waar meerdere problemen spelen. Ook geldt voor beide groepen dat hoe beter de leerling het Nederlands beheerst, hoe kleiner de kans is op langer kleuteren. Voor jonge leerlingen is dit in sterkere mate het geval dan voor oudere leerlingen. Jonge jongens hebben een grotere kans op verlenging van de kleuterperiode dan jonge meisjes.

Sekse en ouderlijk opleidingsniveau spelen mogelijk een te grote rol bij jonge kleuterbouwverlengers

Effecten van kleuterbouwverlenging verschillen nauwelijks naar etnische herkomst of opleidingsniveau van ouders. Er is geen bewijs gevonden voor de aanname dat langer kleuteren juist voor leerlingen met laagopgeleide ouders of met een migratieachtergrond positief is. Terwijl jonge jongens vaker kleuterbouwverlenging krijgen net als kinderen van laagopgeleide ouders, is er tussen jongens en meisjes geen verschil in effect. Achtergrondkenmerken als sekse en ouderlijk opleidingsniveau spelen mogelijk dus een te grote rol bij jonge kleuterbouwverlengers.

Rapport: Kans op en effecten van kleuterbouwverlenging voor jonge en oudere kinderen en verschillen naar sociale en etnische achtergrond, Ineke van der Veen & Merlijn Karssen, Kohnstamm Instituut, 2019. (Rapport 1016.)
Derde van drie deelstudies uit het NRO-project Sleutelmomenten jonge kind. Wat is een goed aanbod voor doelgroepkinderen?

Meer informatie

Waarom de volgende onderwijsminister maar beter stevig in de schoenen staat (opinie)

De voorbije maand verscheen dit opiniestuk in De Morgen, ik deel het ook nog even hier:

De verkiezingen zijn voorbij, coalities moeten worden gevormd en uiteindelijk wordt bepaald wie wat gaat doen. Enkele partijen gaven al voor de verkiezingen aan dat ze de volgende minister van Onderwijs wilden leveren. Ik wens wie het ook zal worden nu al veel succes. Dat het niet simpel zal worden, is een understatement. Wat volgt is een bloemlezing, zonder de pretentie volledig te zijn.

Minister Crevits (CD&V) kreeg bij het begin van haar legislatuur een niet zo fraai cadeau van haar voorganger Smet (SP.a) in de vorm van een M-decreet dat met onvoldoende omkadering en financiering kort na de verkiezingen werd ingevoerd. Dit ‘presentje’ was vooral erg voor de leraren, kinderen en ouders. Dit kwam samen met de federale beslissing van de pensioenhervorming, waar minister Crevits als Vlaams minister weinig impact op had. Beide beslissingen hebben haar legislatuur mee getekend. Het M-decreet werd ondertussen grondig aangepakt, maar is volgens veel betrokkenen nog steeds niet optimaal geregeld. Ook de gevolgen van die pensioenhervorming zullen de volgende minister nog parten spelen. En er is meer.

Eindtermen

Zo is er de opstart van een in aller haast uitgevoerde modernisering van het secundair onderwijs met nieuwe eindtermen, wat zeker zal gepaard gaan met kinderziekten. De top van het katholiek onderwijs vroeg niet voor niets enige piëteit van de onderwijsinspectie tijdens de eerste twee jaar. Ondertussen zal het alle hens aan dek zijn om op tijd klaar te raken met de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad. De eindtermentrein vertrekt namelijk wel op tijd, op 1 september 2019 in het eerste jaar van het secundair onderwijs, en dat betekent dat twee jaar later er nieuwe eindtermen én leerplannen én handboeken nodig zijn voor het derde jaar van het secundair onderwijs.

Tijdens deze legislatuur zal ook het effect van de modernisering zichtbaar worden, maar dat is wellicht pas voor het einde van de regeerperiode. Al is er afgesproken in het het masterplan secundair onderwijs dat er op het einde van de eerste graad moet nagegaan worden hoe de scholen voor de eindtermen presteren via gestandaardiseerde testen. Het katholiek onderwijs kondigde al dergelijke tests aan, maar een dergelijke ontwikkeling kost ook veel tijd en energie om deze valide en betrouwbaar te maken. Deze tests zijn vooralsnog geen taak van de minister, maar dit kan nog veranderen. Ondertussen zal er wellicht vooral een robbertje gevochten worden rond de eindtermen basisonderwijs, waarbij de vraag centraal zal staan wat al dan niet basis is.

Deze discussies – zeker deze over de eindtermen basisonderwijs – zullen stormachtiger worden als er nog slechte resultaten over ons onderwijs bekendgemaakt worden, iets wat niet ondenkbaar is. De voorbije maanden bleken zowel lagere schoolkinderen als hogeschoolstudenten slechter te scoren voor begrijpend lezen. Op 3 december komen de nieuwe PISA-cijfers uit over onder andere de leesvaardigheid van onze 15-jarigen.

Hierbij zal steeds vaker naar de lerarenopleiding gekeken worden. Ik hoorde de voorbije tijd politici al in stilte dromen van eindtermen voor toekomstige leraren die verdergaan dan de vrij algemeen geformuleerde basiscompetenties. Over de (onder)financiering van het hoger onderwijs werd er tijdens de voorbije verkiezingen nauwelijks gesproken. In het slechtste geval zal dit zo blijven.

Nijpend lerarentekort

Nu we het toch over de leraren hebben. In juni kwam ook nog het TALIS-rapport waarin de OESO het beroep van leraar en directeur vergelijkt in de verschillende deelnemende landen. Crevits kon onder andere door de pensioenhervorming geen loopbaanpactakkoord bereiken. TALIS en vooral het steeds meer nijpende lerarentekort zullen de noodzaak voor een dergelijk akkoord nog acuter maken. En dat in een wereld waar er stilaan van elk beroep een tekort is. Het lerarentekort komt trouwens in combinatie met plaatstekort in het secundair onderwijs in de steden, de enorme budgetten die blijvend nodig zijn voor de schoolgebouwen…

Dit alles zal nog gekruid worden naargelang de gezindte van de minister, met de nodige discussies met koepels en netten enerzijds en vakbonden en ouderverenigingen anderzijds. Wacht, even naar adem happen.

Dit stuk is niet bedoeld om ervoor te zorgen dat niemand nog minister van Onderwijs wil worden. Wel is het een oproep aan de verschillende partijen om alleen aan echt sterke figuren te denken voor deze positie. Sterke figuren (m/v/x) die ook nog eens beseffen dat ze de vruchten van hun harde werk wellicht pas geplukt zien worden door in het beste geval hun opvolger, omdat het effect van onderwijsbeleid nu eenmaal zeer traag gaat.