Maar wat betekent dat nu, ‘gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde’ proeven?

In het regeerakkoord staat de volgende passage:

Met regelmatige, gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde net- en koepeloverschrijdende proeven en aangescherpte eindtermen kunnen we leerlingen en ouders de garantie geven dat leerlingen ook daadwerkelijk over de nodige kennis en competenties zullen beschikken die bij dat diploma horen, ongeacht de school.

Maar wat betekent nu ‘gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde’ proeven?

  • Gevalideerd: een toets wordt valide genoemd als ze inderdaad meet wat ze zegt te meten.
  • Een standaardtoets is een toets die hetzelfde is voor alle leerlingen, over klassen en scholen heen.
  • Genormeerd: men vergelijkt met een opgegeven norm, niet bijvoorbeeld relatief tav leerlingen onderling.

De norm zal wellicht in dit geval de eindtermen zijn.

Onze starttoets Engels is een voorbeeld van zo een test:

  • Gevalideerd: op basis van onderzoek hebben we dit uitgebreid gecheckt bij een heleboel kinderen.
  • Gestandaardiseerd: de handleiding beschrijft hoe je de test moet afnemen zodat iedereen dit op dezelfde manier kan doen, wat ondertussen meer dan 11500 leerlingen gedaan hebben uit meer dan 100 scholen.
  • Genormeerd: we hanteerden de Europese taalniveaus.

Wat is verderzetting? Wat is nieuw? Wat komt nog? #vlareg

Met de vele maatregelen die gisteren aangekondigd werden bij de voorstelling van het regeerakkoord, zou je kunnen denken dat alles anders zou worden. Maar toch zijn er ook zaken die vooral continuïteit uitstralen, naast echte, ingrijpende veranderingen.

Wat stond in de sterren geschreven of is bevestiging van eerder beleid?

  • Afschaffing, vervanging van het M-decreet door een begeleidingsdecreet.
  • Focus op kennis in onderwijs, was ook al het geval bij de eindtermen van de eerste graad
  • Gelijktrekken financiering voor kleuteronderwijs en lager onderwijs + meer geld basisonderwijs
  • Het maken van een lijst van uniforme opleidingen -> meer daarover verder.
  • Afschaffen dubbele contigentering

Zaken zoals investeren als schoolinfrastructuur was ook al een thema sinds Frank Vandenbroucke, maar wellicht komt er nu weer na Smet en Crevits en extra tandje bij. Vraag zal zijn hoe groot dat tandje is. Ook het idee van bredere inzetbaarheid is niet nieuw.

Wat is nieuw?

  • De meeste maatregelen voor hoger onderwijs, zoals de knip tussen bachelor en master of het minimumaantal studiepunten die je moet opnemen in een eerste jaar en moet behalen. Dat laatste bestond al aan sommige universiteiten, maar de vereiste hoeveelheid ligt hoger. Het idee van B-attest is ook nieuw.
  • De netoverstijgende, gestandaardiseerde testen zijn een afwijking van wat beslist was in het masterplan secundair onderwijs, waar enkel over regelmatige eindtoetsen gesproken werd (op het einde van zesde leerjaar zoals nu al het geval is, op het einde van de eerste graad zoals het katholiek onderwijs al aankondigde,…)
  • Gisteren was er verwarring over de uniforme lessentabel die Jan Jambon aankondigde. Volgens Koen Daniëls ging het over uniforme opleidingen. Maar later volgde deze tweet ook nog:

  • De canon
  • De financiering van de zijinstromers.
  • Het moeilijker maken om scholen op te starten.

Maar er zijn ook veel zaken waar ik zelf met meer vragen zit dan antwoorden:

  • Hoe gaat met de lerarenopleiding opwaarderen?
  • Hoe gaat men de juridisering tegengaan
  • Op welke manieren gaat men meer geld richten op de kernprocessen ten koste van de middenstructuren?
  • Wat zit er in voor de directies bijvoorbeeld in het basisonderwijs?
  • Hoe wil men de brede eerste graad tegengaan + wat betekent dit voor fusies zoals in Leuven?
  • Hoe sterker worden de schotten?
  • Wat met de CLB’s?
  • Wat met de rol van pedagogische begeleidingsdiensten?
  • Wat met het loopbaanpact?
  • Wie gaat die gestandaardiseerde toetsen ontwikkelen en hoe gaan die er uitzien? Gisteren pleitte Lieven Boeve op Radio 1 voor dergelijke toetsen die aansluiten bij de leerplannen, maar hoe kunnen die dan netoverschrijdend zijn?

Ik vrees dus dat ik 300 pagina’s zal moeten lezen vandaag tussen het les geven door.

Sprokkelpost: onderwijs in regeerakkoord (met regelmatige updates en duiding)

Nee, heb het akkoord zelf nog niet, maar her en der lekt er wel wat. In deze post deel ik wat ik tegenkom met indien nodig relevant bedenkingen.

Dit zijn de punten die ik noteerde uit de persconferentie van Jan Jambon, waarvan u hier de tekst kan lezen:

  • Officieel onderwijs wordt neutraal, dus zowel in het GO als in het provinciaal onderwijs met volledig verbod op levensbeschouwelijke tekenen. OVSG-scholen en vrije scholen kunnen hier autonoom over beslissen -> hoofddoekendebat is terug van nooit weggeweest.
  • Excellent onderwijs staat centraal, liefst tandje bij:
    • Kwaliteit en excellentie moet centraal staan.
    • Opwaardering van kennis in ons onderwijs met netoverschrijdende, gestandaardiseerde toetsen om dit te garanderen en aanscherpen eindtermen. -> onderwijsvrijheid deel 1, met duidelijk schot voor de boeg.
    • Lerarentekort en status van lerarenberoep door planlast te verminderen en zijinstromers anciënniteit beter te honoreren. Verder respect herstellen voor leraar, directie en klassenraad. -> tegengaan van juridisering?
    • De lerarenopleiding wordt opgewaardeerd.-> hoe?
    • Vrijheid van onderwijs, maar niet vrijblijvendheid <-onthou deze
      • geld meer naar kinderen en leerkrachten dan tussenstructuren.
      • Uniforme lessentabel, waardoor de brede eerste graad per definitie sneuvelt. <- deze is een grote, wat met geïntegreerde vakken of methode-onderwijs.
        Hierover kreek ik deze update van Koen Daniëls:

    • Juiste begeleiding in plaats van M-decreet.
    • Capaciteitstekorten
      • Extra investering om schoolkeuze te garanderen en afschaffen voorrangsregels. <- ook vrijheid van onderwijs, maar aan de kant van ouders en kinderen.
      • Nieuwe scholen, maar (zie verder)
    • Schoolinfrastructuur moet opengesteld worden voor de samenleving (bvb sportaccommodaties). <- was in feite al iets onder vorige regering.
    • Studieduur in hoger onderwijs verkorten door
      • niet-bindenden oriëntatieproeven gekoppeld aan remediëring
      • sterke knip tussen bachelor en master
      • Minstens inschrijven voor 50 studiepunten, je moet 25 punten halen (al zijn uitzonderingen mogelijk).
    • Taalachterstand aan de wortel aanpakken -> taalbadklas aan het begin vermijden om zo gelijke kansen te bieden.
    • Kleuteronderwijs is daarom belangrijk, krijgt nu zelfde financiering als lager onderwijs met meer geld voor kinderverzorgers. <- was in feite al beslist
    • Het wordt moeilijker om scholen op te richten. <- Terug vrijheid van onderwijs, vooral gelinkt aan radicalisering, maar ook in de gaten te houden. 
    • De canon wordt ingevoerd in onderwijs maar ook gebruikt voor inburgering, maar wordt samengesteld door wetenschappelijk committee.
    • Herhaaldelijk werd gesteld dat koepelorganisaties minder geld zullen krijgen. Dus quid CLB’s, pedagogische begeleidingsdiensten, detachering,…

Verder noteerde Barbara Moens:

  • Compromis over godsdienst: in de derde graad van het gemeenschapsonderwijs kunnen scholen een lesuur religie vervangen door burgerschap.
  • Er komt een hoger aandeel anderstalige bachelors, zoals hoger onderwijs al langer vraagt.

Wat vooraf ging:

Wat was de Soete-norm ook al weer? Dit verwijst naar dit rapport uit 2008. Uit het rapport:

Voor de academische bacheloropleidingen wordt de norm van 115 studenten (voor de drie studiejaren samen) vooropgesteld. De norm 115 is opgebouwd op basis van een uitstroom in Ba 3 van 25 studenten, waarbij er vanuit gegaan wordt dat er minimum 60 studenten instromen, waarvan er 30 doorstromen naar het 2de jaar en uiteindelijk 25 uitstromen. Hierop verder bouwend wordt de norm voor de masteropleidingen vastgelegd op minimaal 20 studenten die instromen in het masterprogramma.

Of in mensentaal:

Het behandelt de (driejarige) bacheloropleidingen, zowel van universiteiten als hogescholen. Centraal in het rapport staat de ‘115-norm’. Opleidingen die minder dan 115 studenten tellen, moeten ‘rationaliseren’ . Zo’n 130 opleidingen komen daarmee in het vizier, vooral in de ‘harde’ wetenschappen. Er zijn wel uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld omdat de opleiding uniek is, of levensbeschouwelijk gevoelig ligt.

De geviseerde opleidingen moeten niet per definitie de boeken helemaal dichtdoen. In het uiterste geval wel, maar voordien is er een hele reeks ‘zachtere’ maatregelen. Zo moeten de hogescholen en universiteiten op zoek naar samenwerking of eventueel fuseren met andere opleidingen.

Weet jij wat geweld is? (Universiteit van Vlaanderen)

Over de les:

Geweld is een woord dat we veel gebruiken. Misschien zelfs te veel. Van oorlogen, over intimidatie tot pesten… We dénken dat we weten wat geweld is, maar soms is het niet zo eenvoudig. Denk maar aan de massale reddingsacties van de geallieerden waarbij vele aanhangers van het Nazi-regime het leven lieten. Gerechtvaardigd of gewelddadig? Professor Lode Lauwaerts (KU Leuven) filosofeert over de essentie van geweld.

PISA: voelen jongeren zich minder thuis op school?

In de honderdste PISA in Focus vergelijkt de OESO het element van ‘belonging’ doorheen de tijd. En er valt iets op:

  • In 2015, the majority of students in all countries that participated in PISA reported that they feel they belong to the school community. However, in the vast majority of countries, students’ sense of belonging at school had weakened since 2003.
  • Students who reported that they feel like outsiders at school were, on average across OECD countries, about three times more likely to be unsatisfied with their lives compared with students who did not report so.
  • Students who reported that they feel like outsiders scored 22 points lower in science than students who did not report so.

De evolutie wordt duidelijk in deze grafiek:

Als je de landen vergelijkt, valt op hoe Finland hoog scoort qua aantal jongeren die zich ‘outsider’ op school voelt (Vlaanderen ontbreekt in de data):

En waarom is dit belangrijk?

A weakening sense of belonging at school can negatively affect adolescents’ satisfaction with life. To support students’ sense of belonging at school, school administrators and teachers need to put in place strategies to identify those students who are most at risk of social exclusion, and provide them with the means to establish positive social ties with educators and peers. Strategies to promote well-being at school need not be limited to at-risk students; schools can, for example, encourage collaboration among students, teachers and parents to strengthen everyone’s sense of belonging.

Is het geen tijd voor meer innovatie in onderwijsinnovaties? (Mijn stuk voor Thema Hoger Onderwijs)

Deze zomer kreeg ik de vraag of ik een stuk over onderwijsinnovatie wou schrijven voor Thema Hoger Onderwijs. Dit was het resultaat, dat begin september verscheen.

Het aantal sequels in de bioscopen is niet meer bij te houden, en ook covers van covers zijn ondertussen schering en inslag in de muziekwereld. En terwijl de mond lijkt vol te hebben over onderwijsinnovatie en -vernieuwing, is het maar de vraag of die vele veranderingen wel goed en/of vooral ook zo nieuw zijn. Het zijn twee vragen die ik apart wil beantwoorden en waarbij het cruciaal is eerst de laatste vraag onder de loep te nemen in de hoop dat zo de eerste vraag makkelijker te kunnen beantwoorden.

Lees verder