Wat is het effect van een strengere directeur?

Wat gebeurt er op een school als een niet-strenge directeur vervangen wordt door een strenger exemplaar? Een nieuwe Amerikaanse studie onderzocht precies dit door data te vergelijken van 9 jaar onderwijs in North-Carolina. Ze deden dit door onder andere te vergelijken hoe verschillende directies op dezelfde school presteerden.

Het goede nieuws is dat er minder kleine dingen mispeuterd worden op scholen met een strenge directeur, maar… de kans op serieuze problemen veranderen niet. Meer nog: de kans dat de kinderen slechter scoren op toetsen neemt (licht) toe, net als de kans op zittenblijven, dropouts en een grotere raciale ongelijkheid.

De onderzoekers hebben de dataverzameling ingenieus aangepakt, maar kunnen toch vooral een correlatie aantonen. Het oorzakelijk karakter is moeilijker vast te stellen.

Abstract van het onderzoek:

Nationwide, school principals are given wide discretion to use disciplinary tools like suspension and expulsion to create a safe learning environment. There is legitimate concern that this power can have negative consequences, particularly for the students who are excluded. This study uses linked disciplinary, education, and criminal justice records from 2008 to 2016 in North Carolina to examine the impact of principal-driven disciplinary decisions on middle school student outcomes. We find that principals who are more likely to remove students lead to reductions in reported rates of minor student misconduct. However, this deterrence comes at a high cost – these harsher principals generate more juvenile justice complaints and reduce high school graduation rates for all students in their schools. Students who committed minor disciplinary infractions in a school with a harsh principal suffer additional declines in attendance and test scores. Finally, principals exhibiting racial bias in their disciplinary decisions also widen educational gaps between White and Black students.

Kunnen we leven creëren in een laboratorium? (Universiteit van Nederland)

En nee, het gaat niet over Frankenstein:

Stel je voor: leven ontstaat in een petrischaaltje in het lab. Dat klinkt best eng toch? Toch is dit precies wat Dr. Alexander Mason (Technische Universiteit Eindhoven) voor elkaar probeert te krijgen. In dit college legt hij niet alleen uit hoe hij dat doet, maar ook waarom je je geen zorgen hoeft te maken.

Wat kunnen scholen doen tegen eenzaamheid?

De OESO publiceerde een nieuwe deelrapportje over trends die onderwijs vormgeven en als Beatles-liefhebber kon ik de titel wel appreciëren: “All the lonely people“. Het gaat dus inderdaad over eenzaamheid, iets wat door Corona niet echt beter is geworden.

Voor alle duidelijkheid, iedereen kan zich wel eens eenzaam voelen, maar als de eenzaamheid chronisch en langdurig wordt, dan bestaat er een verhoogd risico op leerachterstand, slechtere fysieke en psychische gezondheid en zelfs kans op vroeger sterven dan gemiddeld.

Ik had het er al over in mijn boek ‘Met de kinderen alles goed’, dat eenzaamheid in ons taalgebied nog meevalt, en dat blijkt ook uit de OESO-data, al is er wel sprake van een toename op 15 jaar tijd:

Wat kunnen scholen nu doen om eenzaamheid tegen te gaan bij hun leerlingen? Het rapport beschrijft vier manieren:

1) improving social skills (e.g. teaching children how to initiate maintain and end interactions, conflict resolution, and social problem-solving)

2) enhancing social support (e.g. for children with recently divorced parents or other family trauma

3) increasing opportunities for social interaction (design of space, instructional strategies)

4) addressing abnormal cognition (e.g. impaired executive function, emotional regulation, biases in attention and cognition such as non-realistic appraisals and self-defeating attributions).

 

Ook ‘goede’ representatie van verkrachting creëert verkeerde beelden (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het bestrijden van seksueel geweld staat hoog op de agenda van hedendaagse feministen. Er is veel aandacht voor wat ‘verkrachtingscultuur’ genoemd wordt, een term die is overgenomen van radicaalfeministen uit de jaren 70 (zie hier voor bezwaren bij het gebruik van dit woord). Die aandacht bestaat logischerwijs ook in de media. Zo werd de film Promising Young Woman, waarin een vrouw wraak neemt voor een verkrachting, genomineerd voor diverse Oscars. In een recent artikel [abstract] analyseert communicatiewetenschapper Emily Ryalls twee series over deze problematiek: 13 Reasons Why en Sweet/Vicious.

Beide series gaan over aanranding en seksueel lastigvallen. De focus ligt niet bij het individu, maar bij de cultuur (seksuele grensoverschrijding is onderdeel van het dagelijks leven) en bij instituties (hoe moeilijk het is aangifte te doen of een klacht in te dienen op school). In de wereld van deze series viert verkrachting hoogtij. Zowel 13 Reasons Why als Sweet/Vicious zoeken de oplossing bij affirmative consent: je partner moet haar ja duidelijk maken, anders mag er geen seks plaatsvinden. Verkrachting is dan een gebrek aan consent, in plaats van doorgaan ook al weigert of protesteert de ander.

In de verhalen worden de slachtoffers geconfronteerd met onwelwillende volwassenen, die de schuld bij henzelf leggen of andere verkrachtingsmythes aanhalen. Ze worden neergezet als ouderwets, wat de suggestie wekt van een toekomst waarin dit niet meer gaat gebeuren – zodra we naar zo’n ja=ja-model gaan.

Kritiek
De series zijn een hele vooruitgang met de eerdere representatie van verkrachting, waar daders vieze en weerzinwekkende mannen waren. Toch is Ryalls kritisch op deze nieuwe manier van representeren. Terwijl enerzijds het ja=ja-model gepromoot wordt, wordt anderzijds het idee in stand gehouden dat je niet geloofd gaat worden. Volwassenen zijn de slechteriken van wie je geen hulp hoeft te verwachten.

Bovendien wordt er in de series een tegenstelling gecreëerd tussen slechte want verkrachtende gasten, en goede mannen die wel consent zoeken. De laatsten zijn vaak wit. In 13 Reasons Why komen jongens op een school van soms slecht tot altijd slecht. ‘Kleine’ overtredingen, zoals iemand betasten, worden daarmee geëxcuseerd, zeker als de mannen achteraf spijt betonen. Good guys zijn de mannen die vrouwen beschermen, ook als dat betekent dat ze altijd om deze meisjes heen hangen (wat je kunt zien als stalking). Tegelijkertijd zeggen slachtoffers, zonder uitzondering meisjes, niet altijd wat ze bedoelen, waardoor volgens Ryalls het idee ontstaat dat meisjes en alleen meisjes gemengde signalen geven.

‘Goede’ representatie
Ryalls concludeert dat in deze series het zoeken van affirmative consent “the marker of honorable masculinity” wordt, van goede mannelijkheid.

“In so doing, they regressively rely on myths of rapists as repugnant and evil characters easily recognizable as the opposite of “good” guys. While progressively insisting that a girl need not say “no” in order to not be raped, both shows situate girls as not knowing what is best for them, and, in some cases, that taking a girl at her world puts her in danger. Thus, [13 Reasons Why and Sweet/Vicious] contribute to rape culture by situating rape as inevitable and elevating good guys, as opposed to structural change, as the saviors of girls” (p. 11).

Dat zijn pittige woorden, die direct de vraag oproepen hoe je dit dan wel ‘goed’ representeert. Populaire cultuur is zowel een afspiegeling van de werkelijkheid als normzettend voor die werkelijkheid. Die werkelijkheid is diffuus, wat zou vragen om veel verschillende verhalen over deze problematiek. Tegelijkertijd zorgt dat weer voor het onterechte beeld dat verkrachting alomtegenwoordig is en daders overal – wat ook weer een verkeerd beeld is.

We weten niet hoe kijkers betekenis geven aan deze series: welke boodschappen nemen ze over, welke wijzen af? Dit onderzoek wijst ons erop hoe voorzichtig we moeten zijn met verwachtingen van ‘goede’ representatie: betere representatie leidt niet automatisch tot een betere wereld, daarvoor is meer nodig.

OESO lanceert nieuwe blik op de toekomst van onderwijs met ogenschijnlijke herkenbare thema’s maar met belangrijke aandachtspunten

Blockchain! Robots! AI! Zij gaan het onderwijs veranderen.

Mocht je nu geeuwen omdat dit al 10 jaar gezegd wordt, ik geef je geen ongelijk. Op het eerste gezicht klinkt het nieuwe rapport OECD Digital Education Outlook 2021 weinig – euh – vernieuwend.

Je krijgt zeker leuke video’s, maar de echte vernieuwing lees je onder de video’s, en die is misschien minder leuk maar des te belangrijker.

Want, de echte vernieuwing zit ook in de waarschuwingen die vaak ontbreken bij dergelijke rapporten en aanbevelingen:

  • Smart technologies are human-AI hybrid systems. Involving end users in their design, giving control to humans for important decisions, and negotiating their usage with society in a transparent way is key to making them both useful and socially acceptable.
  • Smart technologies support humans in many different ways without being perfect. Transparency about how accurate they are at measuring, diagnosing or acting is an important requirement. However, their limits should be compared to the limits of human beings performing similar tasks.
  • More evidence about effective pedagogical uses of smart technologies in and outside of the classroom as well as their uses for system management purposes should be funded without focusing on the technology exclusively. Criteria for this evidence to be produced quickly could also be developed.
  • The adoption of smart technologies relies on robust data protection and privacy regulation based on risk assessment but also ethical considerations where regulation does not exist. For example, there is mounting concern about the fairness of algorithms, which could be verified through “open algorithms” verified by third parties.
  • Smart technologies have a cost, and cost-benefit analysis should guide their adoption, acknowledging that their benefits go beyond pecuniary ones. In many cases, the identification of data patterns allows for better policy design and interventions that are more likely to improve equity or effectiveness. Policy makers should also encourage the development of technologies that are affordable and sustainable thanks to open standards and interoperability.