We blijven opvallend hardnekkig geloven dat je leren en ontwikkelen kan verbeteren door er iets “naast” te zetten op school. Een interventie, een programma, een training. Iets psychologisch, iets cognitiefs, iets dat bovenop het gewone onderwijs komt. Denk aan self-efficacy, executieve functies of motivatieprogramma’s. Altijd zit er ergens de impliciete belofte: als we dát nog toevoegen, dan zal het beter gaan.
Een recente systematische review van Josefine Schlichtenhorst naar interventies rond academic self-efficacy bevestigt opnieuw dat die overtuiging deels klopt. Ja, je kan self-efficacy verhogen. Ja, veel interventies tonen positieve effecten. En ja, dat lijkt vooral te werken voor leerlingen die het moeilijker hebben. Op zich weinig verrassend, maar fijne bevestiging. Maar wie iets trager leest, ziet iets anders gebeuren.
