Binnenkort kunnen wellicht alle vragen richtingen Vraagpunt dat een Vlaamse versie van de Kennisrotonde zal worden, maar ik krijg zelf ook al jaar en dag vragen via deze blog die ik allemaal probeer te beantwoorden. Let op het proberen. Graag deel ik mijn antwoord op twee vragen over nieuwsgierigheid en digitale feedback in de klas ook langs deze weg met jullie. Vul gerust aan in de comments!
Categorie archief: Vragen
Lezersvraag: Waarom verbetersleutels nooit notities kunnen vervangen
Via LinkedIn kreeg ik een privébericht deze uitgebreide vraag binnen, naast complimenten voor het werk en het team van Leerpunt:
In onze secundaire school hebben wij vorig jaar onze brede basiszorg versterkt.
Een van de maatregelen ligt scherp “onder vuur” bij een groep leerkrachten uit de derde graad na een participatief traject.
We vragen om verbetersleutels te voorzien. Het is aan de leerkracht om te bepalen wanneer deze gedeeld worden. We leggen de verantwoordelijkheid bij de leerkracht, je zorgt ervoor dat je leerlingen zich goed kunnen voorbereiden op taken en toetsen en examens en de juiste leerstof hebben.Een groep leerlingen noteert niet, kan moeilijk geactiveerd worden in de les. Hier lopen deze leerkrachten tegenaan. Hun antwoord is: geen notities nemen in de les is niet kunnen studeren. Deze groep leerlingen is vaak slim en het lukt hen om met verbetersleutels te slagen op toetsen en examens.
Een blik van buiten de school kan me helpen op deze maatregel in onze brede basiszorg.
Misschien denk je aan iets evidence based dat ik zou kunnen gebruiken om in de discussie in te brengen?
Moest even nadenken over het antwoord, wat fijn moest er binnenkort ook een Kennisrotonde komen in Vlaanderen… Maar in afwachting daarvan deze poging:
We weten uit onderzoek dat notities maken veel meer is dan een geheugensteuntje. Het is een vorm van actief leren: je selecteert, verwerkt en structureert informatie. Mueller en Oppenheimer (2014) hebben bijvoorbeeld laten zien dat wie met de hand notities maakt vaak dieper begrijpt, omdat je niet alles letterlijk kan overschrijven maar moet nadenken over wat belangrijk is. Leerlingen die niet noteren, kunnen soms toch slagen – meestal de sterkere of meer bevoorrechte leerlingen – maar dat wil niet zeggen dat ze optimaal leren. Voor veel anderen betekent “geen notities” vooral: geen houvast en geen strategie om later te studeren.
Tegelijk klopt het dat verbetersleutels leerlingen kunnen ondersteunen. Vanuit onderzoek naar formatief evalueren en zelfregulerend leren weten we dat feedback die leerlingen helpt zichzelf te corrigeren, wel degelijk krachtig kan zijn. Maar alleen als die sleutels niet als eindpunt worden gezien, maar als startpunt om na te denken: “wat had ik anders, en waarom?” Als leerlingen ze enkel gebruiken om te reproduceren, lopen ze het risico van een illusion of competence: ze hebben het idee dat ze het kunnen omdat ze het antwoord zien, maar ze hebben de leerstof niet echt verwerkt.
Brede basiszorg draait niet om “hetzelfde middel voor iedereen”, wel om structuren die zoveel mogelijk leerlingen ondersteunen. Voor sommigen volstaat de sleutel, voor anderen is er nood aan expliciete strategie-instructie. Er is ook onderzoek dat laat zien dat leerlingen notities beter leren maken wanneer ze daarin begeleid worden – denk aan guided notes of expliciete training in samenvatten (zie oa Boyle, 2013).
Misschien is de vraag dus niet: verbetersleutels of notities? Maar: hoe combineren we die twee zodat we zowel sterke als kwetsbare leerlingen ondersteunen? Een mogelijke aanpak: leerlingen laten noteren en laten oefenen, daarna verbetersleutels gebruiken om hun eigen werk te checken. Zo versterken we niet alleen hun kennis, maar ook hun zelfregulatie.
Er is onderzoek dat laat zien dat leerlingen niet vanzelf strategieën inzetten die op lange termijn het beste werken (denk aan Bjork & Bjork’s “desirable difficulties”). Ze kiezen vaak voor de weg van de minste weerstand: geen notities, gewoon leren van de sleutel. Dat werkt voor sommigen op korte termijn, maar helpt hen minder op lange termijn. Hier kan de school best kaders bieden. Zoals: we verwachten dat je tijdens de les actief werkt, en notities zijn één manier om dat zichtbaar te maken.
Een praktische middenweg: geef de sleutel pas nadat leerlingen iets hebben geproduceerd (notities, schema, antwoorden). Zo ervaren ze de meerwaarde: de sleutel helpt hen verbeteren, maar vervangt hun eigen werk niet.
En wat denken jullie?
Lezersvraag over lezen: hoe vergroot je leesplezier in de klas?
Deze week kreeg ik deze mail van Marleen die ik met haar toestemming hier deel:
Beste Pedro,
Ik ben leerkracht Nederlands in de tweede en derde graad dubbele finaliteit en arbeidsfinaliteit (maatschappij en welzijn, zorg). Om het lezen en schrijven te bevorderen vervang ik bij de derdejaars 1 lesuur door een wekelijks leesuurtje. De leerlingen mogen zelf kiezen welk boek ze lezen met de volgende beperkingen: het moet Nederlandstalige fictie zijn en het mogen geen strips zijn (graphic novels mogen wel).Elke week lezen ze 40 minuten. De laatste 10 minuten van de les maken ze een korte samenvatting van wat ze gelezen hebben. Tot de krokusvakantie moeten ze minimum 5 zinnen schrijven, vanaf de krokusvakantie 10 zinnen.
Alle samenvattingen worden wekelijks verbeterd en ze krijgen ze nadien terug. Aan het einde van het schooljaar maak ik een bevraging voor de leerlingen.Nu we terug aan het nieuwe schooljaar beginnen, vraag ik me af hoe ik hun leesplezier nog kan vergroten, en hun leesvaardigheden verbeteren.
Zijn er dingen die ik over het hoofd zie?Hartelijk dank!
Marleen
Ze bezorgde me ook een overzicht van hoe dit alles effect had op het lezen en het leesplezier van haar leerlingen, maar vanwege privacy deel ik dit niet hier. Wel deel ik graag het antwoord dat ik haar stuurde, misschien geeft het ook voor jou wat inspiratie:
Dank voor je vraag! Boeiend en al mooie resultaten! Wat blijkt uit de bevraging: het leesuurtje doet echt wél iets. Heel wat leerlingen vonden lezen eerst saai maar dat aantal is stevig gedaald. Sommigen zijn zelfs echt beginnen genieten van boeken. Tegelijk zie je dat het voor de meesten nog wel ophoudt bij het lesuurtje zelf: thuis lezen blijft beperkt.Je doet al veel dat aangeraden wordt en ik denk je eventueel voor komend schooljaar vooral kan inzetten op kleine ingrepen die het plezier vergroten en de drempel verlagen:
- iets meer variatie: De samenvatting blijft nuttig maar af en toe afwisselen kan wonderen doen. Laat hen eens een sociale media post maken over hun hoofdstuk, een zin kiezen die hen opviel of kort in duo’s pitchen wat ze lazen.
- Breder aanbod. Fictie blijft de basis maar sommige leerlingen haken sneller aan bij non-fictie of verhalen die dicht bij hun leefwereld liggen (zorg, welzijn, maatschappij). Dat kan je af en toe toelaten. Eventueel kun je bijvoorbeeld hen verschillende boeken of bronnen naar eigen smaak laten lezen rond een gemeenschappelijk, samengekomen thema. Dit kan leiden tot…
- Meer uitwisseling. Omdat bib en ruilkast weinig trekken kan je het kleinschaliger houden: een korte boekentipronde in de klas of een digitaal prikbord waar ze leestips posten.
- Ook kan een boekenclub-benadering soms werken als een variatie onderweg: samen een zelfde boek of hoofdstuk lezen en daarna samen bespreken.
- Laat zien wat ze bereiken. Samen een boekenplank bijhouden in de klas of digitaal werkt vaak sterker dan een individueel lijstje. Zo zien ze dat ze met z’n allen veel gelezen hebben.
- Kleine leesdoelen. Veel leerlingen zeggen dat ze wel meer zouden willen lezen maar dat het er niet van komt. Je kan ze prikkelen met iets kleins en haalbaars zoals één keer per week tien minuten thuis of op school lezen buiten de les en dat kort delen.
- Benadruk vooruitgang. Ze vonden de samenvattingen lastig maar gaven zelf aan dat het beter ging naarmate ze oefenden. Maak die groei zichtbaar met voorbeelden: dat geeft zelfvertrouwen.
Zo blijft de kern van je aanpak overeind – rust keuzevrijheid regelmaat – maar voeg je net dat tikkeltje variatie zichtbaarheid en eigenaarschap toe. Dat kan al genoeg zijn om het effect nog sterker te maken.
Kreeg een vraag binnen over jeugdboeken die ik niet goed kan beantwoorden, heb jij tips?
Ik krijg op regelmatige basis vragen binnen en ik probeer (echt) deze allemaal te beantwoorden. Maar ik weet natuurlijk niet alles. Deze week kreeg ik deze vraag binnen van een moeder van een bijna 13-jarige jongen die geen zin heeft in lezen. En al heb ik wel iets van tips kunnen geven (non-fictie-, Ben Elton!,…), denk ik dat er meer mogelijk moet zijn. Denken jullie even mee?
Van alles heb ik geprobeerd, maar momenteel houdt hij het bij Donald Duck (wat ik overigens prima vind! Maar ooit moet hij toch ‘verder’, ook voor school…).
Zijn bezwaar: “het gaat altijd over drama’s en problemen: een afwezige (of tirannieke) vader, gedoe met genderidentiteit, afgewezen liefde, zwaar zieke moeder, een vermoorde broer enz enz…, en ik wil lachen mama!”.
Wij dus op zoek naar humoristische jeugdboeken. En verrek! Sam (mijn zoon dus) heeft gelijk! Als je kijkt op ‘lezenvoordelijst.nl‘ zijn het, zélfs onder het kopje ‘humor’, allemaal drama’s die zich op een of andere manier afspelen in het boek.Mijn vraag dus; wat zou ik mijn zoon, die vol humor zit en graag goed wil lachen, kunnen laten lezen?
Ik vraag u dit omdat ik echt vind dat hij een punt heeft. Hij heeft geen zin in al die probleemverhalen, en geef hem eens ongelijk…
De vraag zette me zelf aan het denken en heeft ook voor al wat discussie hier in huis gezorgd. Het zal wellicht een verhaal van vraag en aanbod zijn, maar is er misschien een probleem aan de aanbodzijde? Suggesties zijn meer dan welkom onder deze post!
Vraag: is een schoolvergelijkingsite geen goed idee voor Vlaanderen
We kregen vandaag deze vraag van Bart:
Heren,
Had geen andere manier om jullie te bereiken, maar kijk eens wat ik vond:
http://www.telegraaf.nl/binnenland/8912237/__Prestaties_scholen_komen_op_internet__.html?p=3,2
Ideetje voor Vlaanderen?
Groet,
Bart
Dag Bart,
Het antwoord is dubbel: deels bestaat al zoiets, alle doorlichtingsverslagen staan op doorlichtingsverslagen.be, anderzijds raakt het een van de grotere taboes in het onderwijs, lijkt het soms als je kijkt naar eerdere initiatieven in die zin. Het flirt met het concept van ranking en toen bijvoorbeeld Testaankoop in 2000 hier een poging toe ondernam, was eerlijk gezegd het ‘kot te klein’ (check hier)
Schoolzoeker.be werd ooit ook aangekondigd als een dergelijk initiatief, op basis van oa een schoolrapport van De Standaard, maar ook dat kreeg heel veel kritiek. Net zoals De Standaard zelf, trouwens.
bye,
Pedro
Update: kreeg via @gderuytter ook nog de tip om te verwijzen naar de VLOR-probleemverkenning rond dit thema: Publieke informatie over scholen; een verkenning
Vraag: bestaat er een online klasomgeving voor ouders?
Ontving vandaag een vraag van Bart Stevens:
“Mijn kids zijn 1 Sept begonnen op de “grote school”. Maar wat blijkt, elke dag zitten er papiertjes in de boekentas met berichten van de juf/school naar de ouders.
Nu ben ik op zoek naar een online applicatie die:
1. Die berichtgeving centraliseerd
2. Een online kalender heeft
3. Iets als een forum
4. Upload van foto’s die in de klas genomen worden etc
Iemand bekent met zo een omgeving?”
Er zijn veel online platformen, vooral leerplatformen zoals smartboard, dokeos, .. die dit kunnen. Wellicht heeft de school dit al, maar wordt het niet opengesteld naar ouders?
Ook een mogelijkheid, maar qua privacy al wat moeilijker (of vooral meer werk) is een toepassing als wordpress gebruiken voor de communicatie met ouders.
Een andere mogelijkheid, maar dan zitten we helemaal in de privacy discussie is dat je Facebook of andere social software gebruikt.
Toeval of niet, net vandaag lees ik in De Standaard over een nieuw initiatief van een andere Bart:
Nog een aanvulling vandaag gelezen in De Standaard:
“Wanneer is het nu weer oudercontact? Weet iemand nog waar en wanneer de sportdag plaatsvindt? Mijn dochter is haar sjaal kwijt, iemand gevonden? Om het antwoord op die vragen te krijgen, moest je vroeger aan de schoolpoort zijn, of anders moest je een rondje telefoneren. Bart Goosens, de vader van twee schoolgaande dochters, bedacht een alternatief: de website klascontact.be. Je kunt er gratis inloggen en een netwerk beginnen voor de ouders van kinderen uit de klas van jouw kinderen. Plus de leerkracht, als die dat wil. Het is niet verplicht, wel gratis.”
Vraag: vanaf wanneer beheren jongeren hun eigen mailadres?
We kregen een vraagje binnen van Tom Houtman: “Vanaf welke leeftijd hebben jongeren een eigen emailadres in beheer?
Is daarnaar al onderzoek gedaan en waar kan je eventueel cijfers vinden?”
Hier volgt een poging tot antwoord, maar alle aanvullingen zijn welkom!
“Niet zo een makkelijke vraag blijkt na wat zoeken. Je spreekt bijvoorbeeld ten eerste altijd over een gemiddelde. Uit het recente Apestaartjarenonderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bij 10-jarigen slechts 1 op 3 nooit mailt, en dat 2 op 3 al een eigen mailaccount heeft. Ze hebben die ook nodig om te msn-en of om (illegaal) een account aan te maken op een netwerksite. Als we vergelijken met cijfers van OIVO blijken jongeren ongeveer rond 10,5 een eigen gsm te krijgen, dus vermoedelijk zal dit effectief nog een stukje vroeger zijn voor een eigen mailadres. Op basis van de vermelde onderzoeken, gok ik dat we eerder gemiddeld rond de leeftijd van 9 kunnen spreken, wellicht ook nog beïnvloed door bijvoorbeeld schoolprojecten.
Heel veel onderzoeken die ik nu nog even gecheckt heb, spreken van een toename van internetgebruik bij kinderen maar specifiëren quasi nooit de leeftijd waarop iets start, ook vaak omdat ze net met leeftijdsgroepen werken (bijvoorbeeld een bevraging van een heel reeks vijfde klassers).
Voor de volledigheid: op een site van microsoft vond ik wel nog een uitspraak dat volgens onderzoek zelfs kleuters hiermee zouden beginnen, maar ik heb eerlijk gezegd dat onderzoek nergens kunnen vinden, ze vermelden ook niet de naam van het onderzoek of de onderzoekers.”
Vraag rond ziekteverzuim bij jonge werknemers
We kregen een vraag binnen van Karlijn van studentenwerk.nl:
“Deze week kopten de media weer met de miljarden die verloren gaan aan zogenaamd ziekteverzuim.
Welke maatregelen zouden jullie aanraden als het gaat om terugdringen/ voorkomen ziekteverzuim onder de nieuwe generatie werknemers?
En zou ik uw antwoorden mogen verwerken in een blogpost op onze site?
Erg benieuwd naar jullie mening hierover.”
Eerst moeten we naar de vraag kijken of jongeren al dan niet meer afwezig zijn. Hier heb je soms tegenstrijdig lijkende onderzoeksresultaten. Jongeren zijn effectief vaker afwezig dan ouderen, maar deze laatste zijn langer afwezig en hun verzuim is een pak duurder dan bij de jongere generatie. Heb ook weet van een onderzoek waaruit dan weer zou blijken dat jongeren onder de 25 het minst afwezig zijn, maar het lijkt alsof het hier bekeken werd in aantal dagen.
Nu, vervolgens is er het gegeven dat ziekteverzuim meestal een alarmsignaal is. Uit een onderzoek van Unizo (Vlaamse zelfstandige organisatie):
“Een belangrijk deel (35%) van het verzuim gaat zonder meer om voldoende ernstige aandoening of ziekte: het witte verzuim. Een erg beperkt aandeel (5%) van het verzuim is het resultaat van regelrechte fraude van uw personeel: het zwarte verzuim. Het grootste deel van het ziekteverzuim is te omschrijven als grijs verzuim (60%). Deze medewerkers voelen zich om gezondheidsredenen onvoldoende in staat om te komen werken. Toch is thuisblijven hier een keuze. Mits een goed verzuimbeleid kan u deze groep echter beperken.”
Naast het belang van in kaart brengen van het verzuim binnen je eigen bedrijf en indien nodig repressie (wel opletten dat je het hier niet erger mee maakt) is vooral preventie aangewezen en dat start met de soms moeilijke taak van het zelf herkennen en erkennen van mogelijke knelpunten. Zaken die voor jonge werknemers belangrijk zijn: goede werksfeer (een goede band met collega’s is een van de topredenen om op je job te blijven), duidelijke communicatie rond de verwachtingen en doelen van het bedrijf zowel voor de job als tijdens de job, eventueel mentorschap die ook kan opvolgen wat er scheelt niet als een gestapo, wel als een echte begeleider, … En laat dit dan vooral geen papieren werkelijkheid zijn, maar effectief bestaan. Dit lijkt evident, en eerlijk veel van deze punten gelden voor alle werknemers. Maar vergeet ook niet dat voor nieuwe werknemers de duidelijke communicatie er natuurlijk ook moet zijn rond wat kan en niet kan. Een baaldag kan bijvoorbeeld niet, hoe leuk het ook zou zijn, moest het soms wel kunnen. Ze zijn niet meer op school…
Grappig detail daaromtrent: in de VS lees je meer en meer klachten over ouders die bellen naar het werk om bijvoorbeeld hun zoon of dochter goed te praten, te excuseren of nog beter: om te reclameren dat het werk voor zoon- of dochterlief te zwaar is.
Vraag: kennen jullie al basisscholen die twitter gebruiken?
We kregen van Marco Frijlink de vraag of we basisscholen kennen die al met twitter werken?
Beste Marco,
Er zijn heel wat basisscholen waar meester of juf een klasblog bijhoudt. Daar zijn dan verslagjes en foto’s te vinden van de activiteiten van afgelopen week. Een soort modern heen en weer schriftje dus. Hier is een voorbeeld van de school van Berts dochter Flore :http://reuzeschool.skynetblogs.be/ Ze kwam vandaag thuis als een koning (driekoningen) en daar zijn nu al foto’s van te zien.
Gebruik van twitter is echter minder evident vooral ook omdat de meeste meesters en juffen zelf geen actieve twitteraars zijn. Via een blog van Karin Winters http://karinwinters.wordpress.com/2009/04/19/twitter-in-het-basisonderwijs-meesklas/ vonden we een interessante post over een twitterende meester van 6e klas van Basisschool De Halte uit Martenslinde (Bilzen). Het gaat om een gesloten twitteraccount. Het leuke is dat de meester van de via twitter ook echt stimuleert om vragen te beantwoorden door zelf online op zoek te gaan naar antwoorden.
In elk geval bedankt voor je vraag. Hopelijk helpt het je verder. Wij vonden het boeiend om op zoek te gaan naar een mogelijk antwoord!
Vraag: Is een centrum voor mediawijsheid een goed idee?
We kregen de volgende vraag binnen van Nele Smets:
“In de pers zien we vandaag dat Ingrid Lieten denkt aan een centrum voor mediawijsheid. (zie ook deze link) Is dit volgens jullie, die ook over mediesmart zijn schreven een goed idee?”
Antwoord van Pedro:
Dit lijkt me een prima idee, omdat jongeren wel degelijk rond media gewapend moeten worden. Jongeren zijn zeker al een stuk mediawijs, maar zoals Bert en ik schrijven gaat het vaak vooral over de technische kant en gaan ze de bocht uit op de inhoudelijke kant. Ondersteuning van leerkrachten die jongeren hier mee willen leren omgaan is zeker welkom. Mogelijke onderwerpen zijn reclame (zie de ideeën gisteren van P. Smet), veiligheid, bronnen vergelijken, beeldtaal begrijpen,… enz.