Wat doet leraren blijven en vertrekken uit de job? Nieuw Brits onderzoek

Het probleem is niet typisch Vlaams of Nederlands. Op veel plaatsen in de wereld is het een uitdaging om leraren in het beroep te houden. Daarom is onderzoek zoals dit altijd relevant. Men onderzocht bij 1200 afgestudeerden van de voorbije vijf jaar van een Londense lerarenopleiding, wat de redenen waren om de job te verlaten. Zowel bij mensen die de job effectief verlieten, als bij mensen die nog steeds les geven.

Maar eerst: waarom zou je leraar worden? Dit gaven de respondenten als reden aan:

  • Wanting to ‘make a difference’ (69%)

  • Wanting to work with young people (64%)

  • Love of subject (50%)

  • Inspired by own teachers (38%)

  • To have an intellectual challenge (36%)

  • To be creative (35%)

  • Variety of work (33%)

Wat zijn de grootste bevredigende elementen in les geven?

  • Working with children/pastoral

  • Students learning and loving the subject

  • Helping students achieve

En nu de redenen om weg te gaan bij wie effectief is gestopt:

  • To improve work life balance (75%)

  • Workload (71%)

  • Target driven culture (57%)

  • Teaching making me ill (51%)

  • Government initiatives (43%)

  • Lack of support from management (38%)

En bij wie nog in de job zit, wat zou de reden voor jou zijn om het toch op te geven?

  • Workload (83%)

  • Improve work life balance (76%)

  • Not Feeling Valued (58%)

  • Target driven culture (55%)

  • Government initiatives (47%)

  • Lack of support from management (47%)

Wat wel opvalt bij werkbelasting, is dat het eerder gaat over het soort werkbelasting dan over de hoeveelheid werkbelasting. Ook opvallend is dat leerlingengedrag genoemd werd als een van de grotere uitdagingen voor men start met les geven, maar dat deze zorg gaandeweg door meer ervaring verdwijnt – of misschien gaven degenen die het moeilijkst met leerlingen kunnen omgaan het vervolgens op.

It is important to note that behaviour faded as a significant challenge for those still in teaching. This is surprising as it is a commonly held belief that pupil behaviour is a major factor in teacher retention. This explains why our respondents had worries before they became teachers about classroom management, but the reality appeared to be different. If behaviour was mentioned as a challenge, then it was linked to lack of support – ‘if the school does not have enough support or a system in place to manage disruptive behaviour then it takes all the pleasure out of teaching’ (f, 26–30, PGCE secondary, left before completing NQT year), ‘I was very badly treated there and had no support in dealing with the very challenging behaviour of the children’ (f, 26–30, PGCE secondary, 5 years, intends to stay).

Natuurlijk zit er in dit onderzoek een belangrijke regionale vertekening. Het Britse onderwijssysteem is anders dan Vlaanderen of Nederland.

Abstract van het onderzoek dat ik via Christian Bockhove vond:

A longstanding problem in the teacher workforce, internationally and in the UK, is the continuing and substantial numbers of qualified teachers who leave the profession within five years. This paper uses data collected from a survey to the last five years of teacher education graduates of UCL Institute of Education (IOE) in London, to explore what originally motivated them to teach, and the reasons why they have left or may consider leaving in the future. We discovered that despite claiming to be aware of the challenges of workload before entering teaching, workload was the most frequently cited reason for having left, or for leaving in the future. The data spoke to the reality of teaching being worse than expected, and the nature (rather than the quantity) of the workload, linked to notions of performativity and accountability, being a crucial factor. This paper draws on a substantial new source of data and explores reasons for leaving in the context of reported initial motivation of individuals who have left teaching, individuals who are planning to leave and individuals who are planning to stay in teaching.

“Wat heeft dat kind?” – 6 vragen over de betekenis van een diagnose

Kleutergewijs

Onze gastblogger is Miguel Santos. Deze blogpost verscheen eerder op EarlyYearsBlog.eu en werd voor Kleutergewijs vertaald door Astrid Cornelis:

“We weten nog niet wat het kind precies heeft…” vertelde een leerkracht me over de moeilijkheden die ze had met een kind met gedragsproblemen. Die zin riep heel wat vragen bij me op. Informatie verzamelen over wat het kind ‘heeft’, d.w.z. proberen zijn/haar diagnose te kennen, komt voort uit een oprechte bezorgdheid en roept op tot voorzichtigheid vooraleer interventies uit te rollen. Maar zijn de moeilijkheden wel in de eerste plaats te wijten aan wat het kind ‘heeft’? In welke mate is de diagnose kennen essentieel om interventies te plannen thuis, in de klas en in de opvang?

Wat is een diagnose?

Het woord diagnose verwijst naar een proces en een product.

Als proces beschrijft het de systematische procedures waarmee een diagnosticus een set van tekens en symptomen verzamelt…

View original post 1.144 woorden meer

Een hart onder de riem voor het onderwijs

Vandaag staat op de voorpagina van De Morgen een artikel over hoe de kwaliteit van het onderwijs fors is gedaald de voorbije jaren. Dit moet (terug?) keihard aankomen voor de vele leraren en directies die keihard aan het werk zijn, al zullen er velen misschien niet heel erg verbaasd zijn. Ondanks de vele uren die ze draaien, ondanks de opvallend vele burnouts onder hun collega’s, toont onderzoek van Jan Van Damme en co-auteurs minutieus aan hoe het Vlaamse onderwijs achteruit is gegaan.

Het moet iets meer dan een half jaar geleden zijn dat ik professor Van Damme ontmoette op een receptie en hij in het kleine gezelschap al iets zei over dit onderzoek dat hij deed. Ik was het zelf al vergeten toen ik het artikel in TORB las. Vele excuses die je zou kunnen bedenken als verklaring, worden door het artikel uitgesloten. Voor het katholiek onderwijs is het artikel pijnlijk omwille van de grootste, duidelijke daling op PIRLS, voor het GO is het constant minder presteren niet minder pijnlijk. En argumenten als achtergrond van de leerlingen, gelden niet zomaar omdat daar voor gecorrigeerd werd. En nee, de daling dateert ook al van voor het M-decreet.

Ik vermoed dat we voor een dal staan in ons onderwijs. De komende tijd zullen we nog verschillende internationale vergelijkingen op ons bord krijgen. De kans dat die goed zullen zijn, is klein als je de evoluties bekijkt die het artikel beschrijft. Vrijdagnamiddag worden de nieuwe peilingsproeven bekend gemaakt, het is te kijken hoe deze in die evoluties passen.

Toch is het ook belangrijk dat er gekeken wordt, naar het waarom van dit alles. Hoe komt het dat we zo achteruit boeren, terwijl iedereen keihard werkt? Het is een vraag die ik niet 1, 2, 3 kan beantwoorden. Zijn het de vele bijzaken die er bijvoorbeeld voor zorgden dat leesonderwijs onder druk kwam te staan? Zou kunnen. Zijn het de methodes die beter kunnen? Zou kunnen. Zijn de verwachtingen van ouders te laag geworden? Zou kunnen. Wordt er teveel verwacht van leraren zodat ze niet meer aan de essentie van hun job toekomen? Zou kunnen. Is de maatschappij complexer geworden? Zou kunnen, maar niet enkel hier, waarom dan hier een grotere daling? Ik kan nog veel vragen stellen, de ene pijnlijker dan de andere, maar ik zou telkens moeten antwoorden: zou kunnen. Wellicht is er ook niet 1 reden, maar een kluwen van redenen die op elkaar inwerken.

Het lijkt misschien fout achteruit te kijken, maar ik denk wel dat we die vraag moeten proberen te beantwoorden. Onze leerlingen, leraren, scholen verdienen dit antwoord. De komende uren, dagen en zeker de komende maanden voor de verkiezingen zullen er veel oplossingen komen. Maar hoe kan je oplossingen aanbieden, als je niet zeker bent over de oorzaak en enkel vermoedens hebt?

Maar deze ochtend zijn er ook leerlingen waar we moeten voor zorgen. Deze week moeten we hen ook weer het beste van onszelf geven. De kop laten hangen, helpt ook niet. Daarom een riem onder het hart voor al onze onderwijsmensen. Ze verdienen alle steun. Ze kunnen deze de komende tijd zeer zeker gebruiken.

LeesUp010: Juffen zijn toffer dan meesters

MeetUp010

Eerder schreven de mythbusters van het onderwijs al een boek getiteld Jongens zijn slimmer dan meisjes, waarin zij een aantal hardnekkige onderwijsmythes onder de loep namen. Nu is er een vervolg getiteld Juffen zijn toffer dan meesters. Pedro de Bruyckere, Casper Hulshof en Paul Kirschner slaagden erin om nóg een boek te schrijven vol onderwijsmythes. Dat boek zal met Pedro de Bruyckere besproken worden tijdens de volgende editie van LeesUp010 op donderdag 11 april.

Lees jij met ons mee?

Aanmelden voor deze bijeenkomst kan HIER.

Locatie: Thomas More Hogeschool, Stationssingel 80
Tijden: 19.00 uur inloop, we starten om 19.30 uur.

View original post

3 beloftes die leertechnologie niet heeft ingelost volgens Daniel Willingham

Gisteren verscheen een nieuw artikel van Daniel Willingham, gepubliceerd in Journal of Applied Research in Memory and Cognition. Daarin beschrijft hij drie manieren waarop technologie leren zou kunnen veranderd hebben: het overbodig maken van memoriseren, flipped classroom en gepersonaliseerd instructie. Wat is zijn conclusie na een uitgebreide bespreking van de recente onderzoeksliteratuur:

I’ve listed three ways that educators anticipated that broad access to the Internet might revolutionize schooling: obviate the need for memorization, flip the classroom instruction model, and personalize learning through computer-based instruction. None has lived up to its promise.

Lees het artikel voor alle onderbouwing die verschilt van belofte tot belofte – het artikel is momenteel vrij toegankelijk – maar de moraal die Willingham geeft is een belangrijke les:

The most important lesson is also the most obvious: student learning is a complex system, and predicting the consequences of change to one part of that system is at best uncertain. The predictions educators made were reassuringly logical. Students once needed to memorize the Pythagorean theorem (and much else) because it was inconvenient to look it up. Now it’s easy to look things up. Students had no choice but to attend lectures because they lacked the means to watch filmed lectures at home. Now it’s easy to watch videos at home. Students once needed to follow the same lesson plan as their peers because teachers could not deliver a separate lesson to each student. Now it’s easy for a computer to do that.

The logic was specious for different reasons. Sometimes we thought technology was a suitable replacement for humans, but that turned out not to be true: humans need speedy and contextualized search that Google cannot provide, and humans prefer live lectures to video. In the final case (personalized learning), developers focused so closely on what the technology does that they lost sight of the subject-matter content that technology was there to deliver.

What’s remarkable is the volume of time and money invested in these ideas without anyone recognizing the inherent problems sooner. We now have the benefit of hindsight, of course, but shame on us if we do not learn from these experiences. The future will include more arguments about the consequences for learning. When those arguments appeal to common sense and do not include pilot data, they should be viewed with extreme suspicion.

Lectuur op zaterdag: pijn noch angst, diagnoses, Finland, kunstdiefgeheimen en zijn atheïsten genetisch beschadigd?

De weekendbijlage bij deze blog:

En tot slot enkele Brexit gedachten: