Een Nederlandse econoom over schoolsluitingen in tijden van Corona: eenmaal dicht krijg je ze moeilijk weer open

De Nederlandse econoom Coen Teulings schreef een paper voor CEPR over schoolsluitingen tijdens Corona. Terwijl ik zelf echt wel wat moeite heb met verschillende van de stellingen, kan ik ook wel veel volgen. Een van de stellingen waar ik bijvoorbeeld behoorlijke twijfels bij heb is de suggestie dat schoolsluitingen gepaard gaan met eerst een daling van de besmettingen, maar uiteindelijk toch tot meer doden leiden. Ik betwijfel niet dat dit de situatie momenteel is in Nederland, maar vermoed dat hier eerder sprake is van een correlatie dan dat het enkel door schoolsluitingen zou veroorzaakt worden. Verder vermoed ik dat ook velen ook zullen vallen over het idee van groepsimmuniteit nastreven via kinderen.

Ik ben het wel eens met de mogelijke economische gevolgen van langdurige schoolsluitingen, maar vooral ook met een belangrijk inzicht dat ik de eerste keer in een tv-studio te horen kreeg van een niet nader genoemd lid van de toenmalige versie van de GEMS in het voorjaar: de expert stelde dat de scholen nog zeker voor de zomer open moesten, anders was de kans klein dat we ze zouden kunnen openen in september. We zien nu hoe moeilijk het is om scholen te heropenen in de UK, de VS, maar ook Nederland. Hiervoor zijn voor alle duidelijkheid vaak én pandemische redenen, maar ook en vooral psychologische redenen die Teulings trouwens ook tracht te verklaren in zijn artikel aan de hand van behavioral economics.

Het is bij veel maatregelen zo dat ze nemen niet moeilijk is – ook al valt het politici zeker zwaar -, maar dat maatregelen weer afbouwen zeer pittig kunnen zijn. Ondertussen krijg ik in gesprekken met buitenlandse collega’s steeds vaker vragen naar de Belgische aanpak waarbij én de cijfers relatief gunstig zijn én de (basis)scholen al sinds september grotendeels open zijn.

Lectuur op zaterdag: houden we echt van muziek uit onze jeugd? Virtuele schandpalen, en mNRA voor Star Warsliefhebbers (en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: xkcd legt het mNRA-vaccin uit voor Star Wars liefhebbers

De mooiste site van Google kreeg net een leraarskamer

Google Arts & Culture is wellicht de mooiste site van de internetreus. Denk aan de vele online tentoonstellingen waarin je je kan verliezen, zoals deze over Breughel. Maar hoe kan je al die interactieve schoonheid gebruiken in de klas?

Veel leraren hebben hier zelf al de nodige ideeën over, natuurlijk, maar nu wil Google nog iets meer ondersteunen door een heuse plek binnen Arts & Culture met tips en uitgewerkte lessen. Zo is er bijvoorbeeld deze les over wetenschappelijke superkrachtenof deze les over klank zien met Kadinsky.

Daarnaast zijn er leuke toepassingen met de eigen telefoon mogelijk, waarmee het resultaat wel eerder kunstig dan kunst wordt:

Alles is wel in het Engels voor alle duidelijkheid, maar ik denk dat het wel een prima inspiratiebron kan zijn voor het onderwijs.

Vandaag geven we met De Ambrassade en Arteveldehogeschool de jongeren een stem met WADDIST

Mensen die me een beetje volgen konden het misschien al raden – een persoon had het alvast juist – maar vandaag lanceert De Ambrassade en de Arteveldehogeschool WADDIST!

Wat is WADDIST? Sinds 5 oktober 2020 is er de succesvolle Vlaamse versie van Teacher Tapp, waarbij leraren elke dag drie vragen beantwoorden die ze ook zelf kunnen voorstellen. Diezelfde 5 oktober kregen we al een mailtje van de scholierenkoepel met de vraag of we dit ook niet voor leerlingen konden ontwikkelen. Door een reeks van contacten werd al snel duidelijk dat er meer interesse was vanuit onder andere jeugdwerk en de kinderrechtencommissaris. Ook waren we er als team zelf van overtuigd dat maar weinig jongeren elke dag vragen over school zouden willen beantwoorden. Daarom is het geen leerlingapp geworden, maar een jongerenapp voor de volledige doelgroep van de Ambrassade, van 12 tot 30.

We vroegen de Britse ontwikkelaars van Teacher Tapp of ze hier mee konden aan werken, maar dit bleek op de korte termijn die we nodig hadden, onmogelijk. Daarom is de app helemaal ontwikkeld door Inuits ‘from scratch’, waardoor we behoorlijk ver konden gaan in onze wensen.

Waar we het meeste tijd in gestoken hebben, is privacy. Ja, jongeren moeten een account aanmaken om zo hun badges te kunnen verzamelen als ze dit willen, maar er staat een Berlijnse muur tussen hun persoonsgegevens en de antwoorden op hun vragen waardoor het team van WADDIST nooit kan zien wie wat geantwoord heeft.

Verder is er veel herkenbaar als je Teacher Tapp kent. Elke dag 3 vragen in ruil voor de antwoorden van gisteren én een tip. Jongeren kunnen zelf vragen en tips voorstellen. Maar subtiel zijn er wel verschillen. We zullen vaker gerichte vragen gebruiken omdat er wel veel verschillen kunnen bestaan tussen de verschillende leeftijden.

De Ambrassade wil op deze manier mee te weten komen wat er leeft zodat ze de belangen van jongeren nog beter kan verdedigen en verzorgen. Ik schrijf bewust mee omdat we absoluut niet willen beweren dat dit het enige instrument kan of moet zijn voor jongerenonderzoek of om jongeren een stem te geven. Maar we hopen wel dat het een belangrijk middel kan worden.Sinds een kleine maand hebben we de app getest met eerst 10 en vervolgens steeds meer jongeren en de reacties bleken alvast zeer positief!

Het voordeel van weten dat je iets niet weet voor leren

Dit onderzoek uit 2019 van Tenaha O’Reilly, John Sabatini en Zuowei Wang vond ik via Larry Ferlazzo en toont een apart effect, dat me tegelijk niet helemaal verbaast. Het is wel zeker relevant.

Het is niet ongewoon om de voorkennis te peilen bij leerlingen. Wie Klaskit of andere Wijze Lessen las, weet dat voorkennis ontzettend belangrijk is voor leren. Bij de verschillende meerkeuzevragen stond echter ook steeds de optie ‘I don’t know’, waarbij de leerlingen dus konden aangeven dat ze de voorkennis niet hadden.

Wat blijkt? Leerlingen die dit aanvinkten, hadden vervolgens na de les gemiddeld betere resultaten dan die leerlingen die wel een antwoord hadden aangevinkt, maar fout bleken.

Waarom verbaast me dit niet echt: uit eerder onderzoek weten we dat wegwerken van misconcepties veel moeilijker is dan het aanleren van nieuwe inzichten. Bij de groep die aangaf dat ze het niet weten moet je geen foute ideeën wegwerken. Misschien is het dus handig om leerlingen aan te geven als ze niet zeker zijn van hun stuk dat ze er beter van uitgaan dat ze het niet weten?

Abstract van het onderzoek:

The purpose of this investigation was to determine the impact of students’ background knowledge and how they utilized “don’t know” affordances to comprehend and learn from text. In two studies, over 8,000 middle and high school students interacted with a content-area learning environment in which they answered a series of background knowledge questions before they completed a unit on the same topic. Students were given the opportunity to indicate they “did not know” the answers to the knowledge questions. Higher knowledge was related to higher understanding, and the use of the “don’t know” option further explained variability in students’ understanding of the sources beyond background knowledge. When responding to knowledge questions, students who selected incorrect options before the task understood less and were less likely to learn content when given the opportunity compared to students who indicated they did not know. Thus, low knowledge students were still able to comprehend and learn as long as they acknowledged they lacked background knowledge. One’s comprehension and learning can be facilitated or impaired, depending upon the veracity of their knowledge, and whether students choose to acknowledge their lack of background knowledge. Implications of this work are discussed in terms of learning and instruction

Een negatieve populistische toon van politici zorgt voor meer engagement op sociale media (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het succes van Trump wordt vaak deels toegeschreven aan zijn gebruik van Twitter. Ook Wilders wordt geroemd vanwege de manier waarop hij het platform inzet om zijn boodschap te verkondigen. Op sociale media kun je direct met je volgers communiceren, wat ze bijzonder geschikt zou maken voor populisten. Zij worden dan ook veel geretweet en krijgen veel reacties. In een recente studie [open access] is onderzocht welke elementen van online populisme zorgen voor engagement.

Methode
De onderzoekers voerden een inhoudsanalyse uit van dertien politici die kandidaat waren voor de parlementsverkiezingen in Nederland en Oostenrijk in 2017. Het ging om een steekproef van posts van zowel de Facebook- als Twitterprofielen gedurende tien weken rond de verkiezingen, van 1 februari tot 13 april. In totaal werden 1010 posts/tweets gecodeerd. Er werd gekeken naar emoties, toon en verwijzingen naar personen. Daarnaast gebruikten de onderzoekers een index van populistische ideeën.

De Nederlandse politici waren Rutte (VVD), Wilders (PVV), Van Haersma Buma (CDA), Pechtold (D66),  Klaver (GroenLinks), Roemer (SP) en Asscher (PvdA). Daarvan werden Wilders en Roemer beschouwd als populisten. Voor Oostenrijk waren dat Strache (FPÖ) op rechts, en Pilz (Liste Pilz) op links.

Negatieve stijl in Nederland
De resultaten laten zien dat populistische inhoud niet leidt tot meer engagement. Een negatieve toon zorgt wel voor meer aandacht. Het gebruik van emoties doet er ook toe: emotioneel negatieve berichten worden meer gedeeld, emotioneel positieve berichten krijgen minder reacties. Verwijzingen naar de eerste persoon, dus naar ‘wij’ en ‘ons’, waarmee een politicus zich dichtbij het volk plaatst, trekken ook meer reacties.

Die negatieve stijl zie je meer terug in Nederland dan in Oostenrijk en in Nederland zorgt een negatieve stijl ook voor meer engagement dan in Oostenrijk. Verwijzingen naar personen werken bij ons beter dan daar, in de zin dat ze meer comments opleveren. In Oostenrijk is er meer inhoudelijk populisme, en populistische boodschappen zorgen daar ook voor meer reacties en shares.

Populistische politici doen het beter op sociale media, maar dit geldt alleen voor de rechtse. Dat komt ook doordat Wilders en Strache meer gevestigd zijn op deze platforms, dus meer volgers hebben. Overigens was er meer engagement op Facebook dan op Twitter. De onderzoekers stellen dat Facebook meer aansluit bij ‘de gewone mens’.

Implicaties
Het hoge engagement op sociale media dat populistische politici weten te behalen is wellicht een verklaring voor hun electoraal succes, maar de onderzoekers zijn voorzichtig met het verband tussen engagement en kiesgedrag. Zij laten zich niet uit over de aard van de platforms en dat succes. Twitter en Facebook, maar ook bijvoorbeeld YouTube, willen graag zoveel mogelijk engagement. We weten inmiddels goed dat zulke websites gedijen op ruzie, drama en kritiek (zie deze column over ‘giftig’ feminisme online). Dat levert negatief ingestoken rechtse politici dus een inherent voordeel op.

Lectuur op zaterdag: denk aan je vroeger succes, wegraken uit het clubhuis en vierkante uitwerpselen (en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: er waren verschillende mensen die een scene van Disney deelden op sociale media waaruit bleek dat beelden uit Jungle Book en uit Winnie de Poeh wel zeer opvallende gelijkenissen vertonen. Maar dat is echt niet nieuw. Of het enige voorbeeld: