Eerste vacature voor Leerpunt!

De voorbije maanden kreeg ik veel spontane sollicitaties, maar nu is er een eerste echte vacature voor een linker- en/of rechterhand (m/v/x) die de komende jaren samen met me dit op de goede sporen zal zetten.

De vacature staat open tot en met zondag 12 februari 2023, 23u59. Meer info vind je via deze link of afbeelding:

Ken je iemand voor wie dit de perfecte job lijkt, stuur gerust door!

Hoe kan je effectief werken aan onderwijsverbetering in het secundair/voortgezet onderwijs?

Gisteren publiceerde het NRO twee nieuwe leidraden:

De leidraden ‘Werken aan onderwijsverbetering. Evidence-informed naar een lerende organisatie’ laten zien hoe opleidingsteams of docententeams hun onderwijs kunnen verbeteren via onderzoeksmatig werken en hoe zij kunnen toewerken naar een lerende organisatie, op basis van wetenschappelijke kennis. De publicaties presenteren kennis uit onderzoek op een praktische en toegankelijke manier, zodat je hier direct mee aan de slag kunt.

De leidraden bevatten zes aanbevelingen, gericht op het onderzoeksmatig en cyclisch werken aan onderwijsverbetering en het creëren van een onderzoekscultuur. Bij de aanbevelingen vind je vragen uit de praktijk en er worden suggesties gegeven voor concrete handvatten. Daarnaast vind je tips over waar je verder kunt lezen over de onderwerpen.

De twee leidraden zijn gebaseerd op de gelijknamige leidraad die eerder werd ontwikkeld voor het primair onderwijs. Deze is bewerkt voor het voortgezet onderwijs en mbo vanwege grote belangstelling uit deze sectoren.

Je kan ze beide hier downloaden, dit is de samenvattende poster.

 

In Florida riskeren leraren vervolging voor hun klasbibliotheek

Enkele berichten van leerkrachten uit Manatee, Florida:

Dit is het gevolg van een regel die inging op 31 december, ingevoerd onder toezicht van gouverneur Ron DeSantis en die vorige week woensdag werd gecommuniceerd naar schooldirecteuren. De wet stelt:

Each book made available to students through a school district library media center or included in a recommended or assigned school or grade-level reading list must be selected by a school district employee who holds a valid educational media specialist certificate, regardless of whether the book is purchased, donated, or otherwise made available to students.

Dus boeken die niet op die manier gecontroleerd zijn, mogen niet toegankelijk gesteld worden voor kinderen op risico van vervolging en het mogelijks verliezen van de licentie op les geven.

De regels waaraan de boeken moeten voldoen zijn de volgende:

1. Free of pornography and material prohibited under s. 847.012.

2. Suited to student needs and their ability to comprehend the material presented.

3. Appropriate for the grade level and age group for which the materials are used or made available

Bibliothecarissen staan nu voor een enorme taak om alle klas- en schoolbibliotheken te controleren vooraleer deze boeken weer de leerlingen mogen gebruikt worden. Ze moeten hiervoor wel een specifieke training volgen.

In Manatee, een district in Florida is het gevolg dat de klasbib ontoegankelijk gemaakt wordt:

Oja, deze week is het in Florida “Literacy Week“.

(Lees hier meer)

Waarom gebruiken we allemaal steeds vaker ondertitels?

Gisteren keek ik naar Het verhaal van Vlaanderen en misschien merkte je het zelf al niet meer op, maar alles wat Tom Waes zei, werd ondertiteld. Er was de voorbije weken al wel kritiek op zijn ‘gekuist’ Antwerps, maar toch, het is moeilijk onverstaanbaar te noemen. Deze video van VOX die net verscheen, gaat net in op het verschijnsel. Blijkbaar gebruiken we steeds vaker ondertitels om verschillende redenen die samenkomen:

Het tijdperk van sociale media is voorbij (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Facebook staat al een paar jaar bekend als een ghost town, Twitter ligt hevig onder vuur na het aantreden van Elon Musk en TikTok groeit dagelijks ten koste van Instagram. Sociale media as we know it staan dus onder druk, een gegeven dat tien jaar geleden – toen we zwaar onder de indruk waren van de opkomst – totaal ondenkbaar leek. Is het tijdperk van sociale media al na zo’n korte periode voorbij?

Sociale netwerken versus sociale media
Ja, zegt Ian Bogost van The Atlantic. In november schreef hij een korte geschiedenis van sociale media, waarbij hij een onderscheid maakt tussen sociale netwerken en sociale media. Onder de eerste schaart hij Six Degrees (1997), Friendster (2002), MySpace (2003), LinkedIn (2003), Hi5 (2004) en Facebook (2004). Twitter (2006) noemt hij de eerste vorm van sociale media, omdat het daar niet draaide om het connecten met mensen. Eerder was de site

“a giant, asynchronous chat room for the world. Twitter was for talking to everyone”. 

Ik zelf zou dat onderscheid niet zou maken. Kenmerkend voor een sociaal netwerk is de doorzoekbaarheid van contacten: niet alleen jij ziet een lijst met je verbindingen, maar ook anderen kunnen zien wie jij kent. Al vanaf het begin van de eerste netwerken die Bogost noemt – voor Nederland hoort daar natuurlijk Hyves (2004) bij – ging het om contact met meer dan alleen bestaande kennissen.

Een ander kenmerk van sociale media boven sociale netwerken noemt Bogost de publicatiezucht:

“A social network is an idle, inactive system—a Rolodex of contacts, a notebook of sales targets, a yearbook of possible soul mates. But social media is active—hyperactive, really—spewing material across those networks instead of leaving them alone until needed.”

Maar publiceren was altijd al onderdeel van de genoemde netwerken – er was alleen nog niet zoveel content om te delen. Daarvoor was de komst van de smartphone nodig, waarmee je zowel deze platforms kon bereiken als foto’s en video’s kon maken. Het is overigens opmerkelijk dat Bogost YouTube (2005) en Tumblr (2006) niet noemt, platforms die juist sterk gericht waren op het delen van content met een community buiten de eigen kennissenkring.

Je vrienden naar de achtergrond
Toch heeft Bogost een punt als hij zegt dat connectie steeds verder op de achtergrond is geraakt. Bij TikTok (2017) gaat het niet om wie je kent*, maar om hoe goed het algoritme jou kent. Sociale netwerken/media zijn steeds meer gaan draaien om het verkrijgen van meer volgers, het idee dat je mogelijk een miljoenenpubliek kunt bereiken. Daar zit ook een negatieve kant aan:

“On social media, everyone believes that anyone to whom they have access owes them an audience: a writer who posted a take, a celebrity who announced a project, a pretty girl just trying to live her life, that anon who said something afflictive. When network connections become activated for any reason or no reason, then every connection seems worthy of traversing.”

Daar ligt de kiem van de klachten die mensen hebben over sociale media: moeten dealen met anonieme of niet-zo-anonieme gebruikers, die haat of desinformatie verspreiden en het verpesten voor de rest. Om die reden is Bogost blij met de vermeende neergang van Twitter.

Performance media
Ook Kate Lindsay van The Atlantic denkt dat het klaar is met sociale media. Zij vindt het betekenisvol dat jonge twintigers geen Instagram meer gebruiken. Ze citeert een jeugdcultuurdeskundige:

“Gen Z’s relationship with Instagram is much like millennials’ relationship with Facebook: Begrudgingly necessary. … They don’t want to be on it, but they feel it’s weird if they’re not.”

Dat klopt natuurlijk niet helemaal, al was het maar omdat millennials een heel grote leeftijdsgroep omvat, juist ook de mensen die opgroeiden met/in Facebook. Toch is het evident: de veranderingen die Instagram doorvoerde om eerst meer op Snapchat te lijken – met de invoering van stories – en daarna op concurrent TikTok – met de invoering van reels – komen krampachtig en daardoor niet-cool over.

En dat heeft gevolgen:

“Instagram may not be on its deathbed, but its transformation from cool to cringe is a sea change in the social-media universe. The platform was perhaps the most significant among an old generation of popular apps that embodied the original purpose of social media: to connect online with friends and family. Its decline is about not just a loss of relevance, but a capitulation to a new era of “performance” media, in which we create online primarily to reach people we don’t know instead of the people we do.”

Performance media dus, waarin we content maken om vreemden te bereiken. Ver weg van het idee van een digitale versie van je bestaande netwerk, en waar content centraler staat dan het sociale.

Schaalverkleining en community-focused networks
Een net wat ander perspectief op het einde van sociale media is van Caroline Sinders, die in Slate schrijft over schaalverkleining:

“What we’re seeing is not so much the death of an age as an evolution in social networks—a shift towards community-focused and -designed spaces like Mastodon, Discord, and Twitch. While social media was for 15 years or so focused on bringing your message to as many people as possible at one time, we’re heading now toward a future in which it’s about reaching a much smaller group of people with whom you already share interests, beliefs, or affinity.”

Zij ziet een verschuiving naar een focus op community en roemt platformen die daar qua technologische mogelijkheden op inspelen. Er is daar sprake van een menging van het publieke en het private:

“Posting publicly on Twitter, TikTok, YouTube, or Instagram is a lot like using a megaphone to scream to a large, massless, faceless crowd. A Discord server or a WhatsApp group is more like going to a friend’s party; I may not know everyone there, but I can get a sense of who is there and who is listening, even if the majority of attendees are strangers. I can flit from a larger group conversation to a smaller, more intimate sidebar with a certain kind of ease I can’t on a lot of other social networks.”

Ook platforms zonder deze functionaliteit bieden ruimte aan gemeenschappen – er bestaat daadwerkelijk zoiets als ‘de Nederlandse twittergemeenschap’ – en bieden vaak de mogelijkheden om met een kleinere groep privé te praten. Ook hier lijkt dus weinig nieuws onder de zon, laat staan dat een verschuiving naar Mastodon het einde zou zijn van sociale media.

Dus?
Iedere grote claim over het einde van een tijdperk moet je in twijfel trekken, tenzij we een paar decennia later zitten en de uitspraak door een historicus wordt gedaan. Desalniettemin is het opmerkelijk dat de platforms die we ooit als too big to fail zagen, wel degelijk kunnen wankelen. Dat is een wijze les voor die platforms zelf, wiens makers doorgaans gekenmerkt worden door hybris.

Ondertussen bestaat Facebook nog steeds en zal het me niets verbazen als daar straks een revival komt van hippe tieners die nostalgie voelen naar de early tens. Als er namelijk één constante is in jeugdcultuur is het de coolheid van retro.

* TikTok is dan ook geen sociaal netwerk, in de zin dat er geen sprake is van een zichtbare, doorzoekbare lijst met volgers/gevolgden.

Voor wie Het verhaal van Rome wil bekijken de komende dagen: The History of Rome With Mary Beard

Je hebt letterlijk heel veel uren nodig om alles te bekijken, maar het is de moeite waard voor liefhebbers van geschiedenis:

En als je direct wil beginnen:

Lectuur op zaterdag: grootte van auto’s, tieners en Andrew Tate, de uitvinder van de broodrooster als mediawijsheid en meer

De weekendbijlage bij deze blog:

En ten slotte: Zuid-Korea maakte nieuwe Earth Rise foto’s!

Een hartekreet van Wouter Deprez en ik kan ze wel begrijpen

Mensen die me kennen, weten dat ik niet tegen technologie op school ben, al kan ik wel kritisch uit de hoek komen. Als vader en als pedagoog kan ik deze hartekreet van Wouter Deprez zeer goed begrijpen. Het vormt een ingrijpen in wat je thuis doet en afspreekt met je kinderen. Lijkt me zinvol om hier een goed debat over op gang te brengen. Niet om technologie te bannen an sich, maar wel om kosten en baten goed in kaart te brengen en tegenover elkaar af te wegen.