Kinderen eerst?

Ik schreef al een stuk over de vier-personen regel, en gaf al aan dat ik die virologisch wel kan volgen. Zelf beslisten wij noodgedwongen om maar voor 0 te kiezen, omdat kiezen ik deze verliezen is.

Zeker bij gezinnen met kinderen kan dit pittig worden als je kijkt naar de eigenlijke regels die in het Staatsblad gepubliceerd werden. We wisten al dat volwassenen en kinderen gelijk geteld werden – een van de weinige keren dat kinderen überhaupt vermeld werden -, maar dit betekent ook dat als een kind naar een vriendje gaat spelen dit voor elk ander gezinslid vervalt. Dan kan je hopen op een kopiegezin met hoogstens 2 kinderen.

Of je kan hopen dat ze bij de kinderen zijn die naar school mogen of naar de opvang moeten. Sporten mag, maar is ook niet iedereen gegeven en de sporten zijn beperkt. De rest blijft verstoken van vriendjes voor nog minstens een maand als ik Van Ranst mag geloven.

Er zou nu ook een kinderarts betrokken worden bij de GEES. Geen moment te vroeg, maar die humane wetenschappers die geen econoom zijn, mis ik elke dag meer,

Het kindje dat altijd als laatste gekozen werd in de turnles

Er moest iets gebeuren, zoveel is duidelijk. De mensen snakten naar sociaal contact na weken in isolement. En wat er moest gebeuren, moest veilig zijn, en reacties van virologen als ‘ik hou mijn hart vast’, doen vermoeden dat dit wel erg op de limiet zit. Dus geen kritiek op de maatregel dat we nu per gezin vier mensen mogen kiezen om mee om te gaan thuis.

In een interview in De Morgen met Maarten Van Steenkiste kwam wel een beeld terug dat ik me maar al te goed herinner van toen ik zelf kind was: om beurten mochten 2 medeleerlingen een kind kiezen voor hun team tot er op het einde nog de kneusjes overbleven die dan ook maar met een zucht gekozen werden. Die zucht was blijkbaar echt nodig.

Terwijl de virologen hopen dat de mensen zich aan de regels zullen houden, hoop ik dat er niet te veel krassen zullen bijkomen bij mensen die nu al vol littekens staan.

Al lachend zegt de clown soms een mogelijke waarheid, zie ook De Ideale Wereld toen er nog sprake was van 9 personen:

Toch ook hier delen: lezing over de gevolgen van Corona op onderwijs tijdens en na de lockdown

Vrijdag gaf ik een online lezing voor ResearchEDHome over onderwijs tijdens en na Corona. Ik deel de video van dit webinar hier ook graag.

Een stukje van de uitleg schreef ik hier eerder neer. De truc met de slides leg ik hier uit. De belangrijkste bronnen van de presentatie vind je hier. De slides vind je hier.

‘Veiligheid eerst, dan pedagogie’

Het is niet fijn te moeten les geven met een mondkapje op of met een plexiglas tussen jou en je leerlingen. Al vraag je je af of je achter dat plexiglas niet nog steeds een beetje in de computer zit waar je nu al te lang voor je leerlingen zat.
Noch is het allesbehalve optimaal dat je als je leerlingen het moeilijk hebben, je ze niet even kan vastpakken om ze te troosten. Je kan zelfs niet in de buurt komen. Tikkertje is voor hen ook geen optie en ze missen nog de helft van hun groep of meer. Maar zij hebben geluk, zij kunnen komen.

Veiligheid eerst dan pedagogie

Je zou alle leerlingen op school willen hebben, samen. Er voor hen zijn, hen er voor elkaar laten zijn. Maar je beseft dat de verkeersstromen best beperkt blijven, bubbels zo klein en intact mogelijk en dat de veiligheid echt eerst moet komen. Je beseft dat je al blij mag zijn met die leerlingen die naar school mogen komen omdat ze in scharnierjaren zitten of omdat ze echt in situaties zitten dat het moet. Dit alles terwijl de school en jij op je tandvlees zitten om het organisatorisch te bolwerken en de vertwijfeling misschien toeslaat of het sop nog de kool waard is.

Veiligheid eerst dan pedagogie

Ook al lijken virologen soms erg op economen, je weet wel: neem drie virologen en je hebt minstens vier meningen, toch besef je dat dit is omdat er nog steeds bitter weinig bekend is over het virus. Je merkt het aan de scholen die op sommige plaatsen open bleven, op andere plaatsen dicht zullen blijven. Je ziet het aan de landen waar de kleuters en lagereschoolkinderen weer naar school mogen, terwijl andere landen voor de oudste leerlingen kiezen.

Veiligheid eerst dan pedagogie

Je merkt hoe moeilijk sommige leerlingen het hebben. De cijfers van verschillende onderzoeken tonen ondertussen aan, hoe de depressieve gevoelens onder jongeren verdrievoudigen of meer. Je merkt in de chats of in de videogesprekken hoe de kinderen elkaar missen. Je mist zelf nog steeds bepaalde leerlingen of je merkt dat je sommigen onderweg verliest.

Veiligheid eerst dan pedagogie

Het is een zin die ik voor mezelf als bijna een mantra moet herhalen. Rationeel klopt het, maar ondertussen bloedt mijn hart. Machteloos denk je uiteindelijk maar 1 ding: rotvirus.

Waarom ‘flattening the curve’ in onderwijs slecht nieuws kan zijn

Tijdens deze Corona-crisis hebben we de mond vol over ‘flattening the curve’ als belangrijkste redenen voor de huidige lockdown wat meestal uitgelegd wordt aan de hand van gelijkaardige grafieken zoals deze:

De huidige crisis zorgt wellicht ook voor een andere ‘flattening the curve’, maar dan in onderwijs en daar is die trend dan minder positief. Maar om dat uit te leggen moet ik eerst een fout concept verbeteren: het idee van de kloof in onderwijs.

Hans Rösling wees er uitgebreid op in zijn postuum verschenen boek: gap thinking of het idee van een kloof is meestal fundamenteel fout. Het suggereert dat er twee groepen zijn met daartussen een leegte. De werkelijkheid is dat het meestal over een… curve gaat:

De kloof is meestal gevuld met de meerderheid van mensen. Hoe hoger de piek van de curve en hoe smaller de basis, en dus hoe dichter de twee uiteinden bij elkaar staan, hoe meer gelijkend de bevolking is. Let wel, ik schreef gelijkend, en niet gelijke kansen. Een dergelijke piek wil zeggen dat de verschillen in resultaten binnen een bevolking gewoon klein zijn. Een plattere curve wil zeggen dat de verschillen tussen leerlingen groter worden. Dit is niet noodzakelijk negatief, als de oorzaak van die verschillen fair is. Zelfs als iedereen in de best mogelijke omstandigheden zou opgroeien en iedereen dezelfde kansen zou krijgen, zou er nog steeds een curve bestaan.

Hoe vlak de curve al dan niet is, is niet het probleem. De oorzaak of oorzaken van de afvlakking kunnen een probleem zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de oorzaak van de afvlakking van de curve niet fair is en de kans is groot dat dit vandaag het geval is. De meeste onderwijsexperts vermoeden dat vandaag de verschillen tussen kinderen groter worden omdat sommige kinderen heel veel steun en onderwijs krijgen thuis, terwijl we vandaag nog steeds kinderen en jongeren hebben die we niet kunnen bereiken met school. Ook de druk in en op gezinnen kan enorm verschillen. Er zijn verschillende signalen dat huiselijk geweld en geweld op kinderen toeneemt en dat veel gezinnen meer stress hebben. Zeker toxische stress kan veel effect hebben op leren en ontwikkelen, en die stress is momenteel ook niet evenredig verdeeld over de gezinnen.

Dit is ook wat je moet begrijpen als je het veel gedeelde artikel van John Hattie leest over hoe de lange schoolsluiting na de aardbeving in Chirstchurch nauwelijks effect heeft gehad op de gemiddelde schoolprestaties. Het gemiddelde van een piek-curve en een vlakke curve kunnen gelijk zijn, maar dit kan dus verbergen dat er wel degelijk iets aan de hand is.

Momenteel merk ik in Nederland dat verschillende mensen de kriebels krijgen over het woord leerachterstand. Hierbij denken ze dat het dan gaat over waar de leerling staat tav het curriculum. Ik las ook dat elk kind staat waar het staat, en dat dit geen probleem is. Moest elk kind staan waar het staat terwijl de omstandigheden fair zijn, zou dat inderdaad wellicht minder een probleem zijn, al kan je daar ook nog wel op afdingen. Maar belangrijker: dat is dus wellicht nu niet het geval.

Een ander idee is dat we misschien dan maar beter gewoon niks doen en de kinderen geen onderwijs trachten te geven en dat zo iedereen gelijkere kansen zou krijgen. Dit is de discussie tussen Vlaanderen en de Franstalige gemeenschap. Bij niks doen zijn er volgens mij twee problemen:

  1. Dit is gelijke kansen nastreven door kinderen kansen te ontzeggen.
  2. Zelfs dan nog zal de curve nog steeds afvlakken, door onder andere
    1. de stress die ik beschreef,
    2. omdat de ongelijkheid er al was voor de crisis waardoor leerstof al dan niet al verschillend verankerd was, en
    3. omdat de culturele bagage tussen gezinnen sowieso al verschilt.

Daarom dus dat scholen momenteel alle leerlingen proberen te vinden. Daarom onder andere ook dus dat leerlingen in kwetsbare situaties toch naar school gaan vandaag. Daarom ook de al dan niet geslaagde pogingen laptops te verdelen.

Een van de mooiste omschrijvingen van het doel van onderwijs hoorde ik ooit van Dylan Wiliam: to beat the bell curve. En dat is wat we vandaag proberen te doen: de curve misschien niet doen dalen, maar trachten ze zo fair mogelijk te maken. En dat was al een grote uitdaging en dat is vandaag nog meer het geval.

Even over wat we in onderwijskringen vaak ‘Brussel’ noemen

Gisteren knaagde er iets in mij toen ik uit de uitzending van De Afspraak kwam. Ik zat er om duiding te geven bij de concrete plannen voor de zeer voorzichtige opstart van onze scholen hopelijk op 15 mei. Plannen waar ik aan meegewerkt heb als van de experten, een radertje in een veel groter geheel. Over dat groter geheel wil ik het even hebben, want dit wordt te vaak onderbelicht.

In onderwijs hoor je wel eens ‘het moet van Brussel’, al lijkt het wat minder de laatste tijd. Tegelijk lijkt niemand echt te weten wie of wat ‘Brussel’ dan wel is? Is het de minister? Is het de inspectie of de administratie? Misschien zijn het wel de koepels of netten?

De voorbije drie weken heb ik van dichtbij heel ‘Brussel’ en veel meer van dichtbij mogen meemaken. Van mensen van de onderwijsadministratie, over kabinetsmedewerkers, tot sociale partners, enzovoort. Er waren juristen, communicatiemedewerkers, onderzoekers, pedagogische begeleiding, virologen, inspecteurs,… Ik noem geen namen om twee redenen. Velen onder hen blijven liever onder de radar en vooral in mijn opsomming zou ik zeker mensen vergeten.

Eerlijk, ik was onder de indruk. Er is heel, heel hard gewerkt, wetende dat we niet konden krijgen wat we allemaal wilden: iedereen zo snel mogelijk gewoon terug op school. Er gaan veel minder kinderen veel minder naar school gaan op 15 mei dan gelijk wie hoopte, allemaal ingegeven door dat ene leitmotiv: veiligheid, veiligheid, veiligheid. Laf ben ik blij dat ik zelf niet bij die uiteindelijk beslissing betrokken was. Het zijn onmogelijke keuzes als je net als ik de voorbije dagen veel trieste verhalen gehoord en gelezen hebt van mensen bij wie het water aan de lippen staat en voor wie de huidige planning allesbehalve goed nieuws is. Wat me trouwens opviel was hoe goed veel betrokkenen de soms harde situaties kenden waarin sommige kinderen en scholen zich bevinden.

Ik was onder de indruk van zowel de vele mensen die voorbereidend werk gedaan hebben, als ook van de sociale partners die na dagen onderhandelen tot een akkoord kwamen dat ze nu uit een mond verdedigen. Net zoals voor de paasvakantie is iedereen het eens over de te volgen weg. Dit kan hopelijk een beetje rust en duidelijkheid bieden in moeilijke en onzekere tijden.

Tegelijk weet ik zeker dat iedereen die bij dit alles betrokken was, dit wellicht deed beseffend dat wat wij aan het doen waren toch makkelijker is dan wat ouders, kinderen, scholen en zeker directies doormaken en nu nog voor de boeg hebben. Het is ongelooflijk pittig wat op tafel ligt om onderwijs toch nog door te laten gaan op een veilige manier.

Hierbij is het wel goed te merken dat heel ‘Brussel’, wie ‘Brussel’ ook allemaal mag zijn, ondertussen aangeeft dat dit de volgorde van belangrijkheid is in deze Corona-tijd:

  1. Veiligheid
  2. Mensen (met het sociaal emotionele, het welbevinden van alle betrokkenen)
  3. Leren
  4. Organisatie
  5. Evaluatie

Als de scholen weer open gaan, besef dan dat niet alle leerlingen zullen kunnen komen.

In Nederland is nu ook aangekondigd wanneer de scholen weer voorzichtig weer zullen open gaan. Net zoals in vele landen zal dit gefaseerd verlopen om onder andere te voorkomen om dat kinderen op overvolle bussen moeten zitten. Ze kiezen er in Nederland ook voor om met halve klassen te werken waarbij je groepen splitst en slechts de helft van de tijd naar school laat komen en verder thuis laat werken. Dit alles natuurlijk terug omwille van de veiligheid.

Veel mensen denken dat als de scholen open zullen gaan, dat iedereen dan terug naar school kan. Dit is echter niet het geval.

In feite zullen er verschillende groepen zijn van leerlingen, waarbij dit een ruwe opdeling is met veel meer nuances mogelijk:

  • Leerlingen die gewoon naar school kunnen komen en er zijn.
  • Leerlingen die niet kunnen komen om gezondheidsredenen, zoals
    • Ze zijn zelf ziek,
    • Ze moeten in quarantaine verblijven,
    • Ze behoren zelf tot een risicogroep,
    • Iemand in hun gezin behoort tot een risicogroep.
  • Leerlingen die er niet zijn omdat ze zelf of hun ouders schrik hebben.

De tweede groep – waarvan we nog niet weten hoe groot die is en die in grootte ook kan veranderen – betekent dat zelfs als de scholen opengaan, er een stuk leren op afstand sowieso zal moeten blijven bestaan.

De derde groep zal op een andere manier ondersteund moeten worden. De communicatie gisteren in Nederland waarbij de wetenschappers duidelijk aangaven dat de meeste evidentie die we vandaag hebben er op wijst dat er zeer beperkte overdracht is tussen kinderen onderling en dat men in Nederland wel voorbeelden zag van een paar kinderen die ziek werden door overdracht van volwassene op kind, maar geen voorbeelden zag – tot nu toe – van kind op volwassene, kan zeker helpen. Toch zal die derde groep misschien een van de grotere uitdagingen zijn, en het valt te hopen dat iedereen beseft dat bij alles wat er gebeurt bij het openen van de scholen veiligheid letterlijk op 1 staat in bij mijn weten alle draaiboeken in alle landen.

Trouwens, als je deze post zou herlezen, besef je wellicht dat je leerlingen ook steeds kan vervangen door onderwijspersoneel.

De uitdaging van blind varen in onderwijs en een deel van de oplossing

Momenteel varen veel leerkrachten en beleidsmensen in onderwijs blind of toch behoorlijk slecht ziend. Dit klinkt misschien raar, maar laat het me uitleggen.

In de klas zie je als leerkracht wie mee is en wie niet. Het is niet perfect, maar een goede leraar komt een heel eind ver. Daarom ook dat ik de lijstjes van Hatiie het inschatten van leerkrachten zo hoog scoort, niet omdat er aan werken zo effect zou zijn, wel omdat leraren er vaak zo goed in zijn. Maar bij afstandsleren wordt dit een stuk indirecter. Je krijgt wel info, maar je ziet al die kleine cues niet die je als lesgever bijna onbewust registreert.

Het zelfde is aan de hand met onderwijsbeleid. Zowel de minister, de inspectie, de koepels en netten en wetenschappers zouden zeer graag weten hoe de aanlooplessen verlopen. We hebben wel indirecte tekens. Platformen die vastlopen tonen dat er wellicht veel gebeurd, maar hoeveel en wat, waar en hoe? Als je enkel afgaat op verhalen in de media en op sociale media, heb je hoogstens maar een indruk van de meer opvallende elementen, waarbij het vaak zo is dat er minder aandacht is voor waar het goed gaat. We hebben een lange traditie op blind varen in ons onderwijs waar autonomie van de scholen hoog in het vaandel meegedragen wordt en een van de peilers is van onze grondwet.

Dit kan behoorlijk frustrerend zijn, omdat je moeilijker kan ingrijpen en moeilijker schouderklopjes kan geven. Een deel van de oplossing kan vertrouwen zijn. En ik weet het, dat klinkt behoorlijk bond zonder naam, maar het kan pas optimaal werken als vertrouwen in twee richtingen gaat. Beleid en leraren die vertrouwen geven aan scholen en leerlingen, maar evenzeer genoeg vertrouwen bij scholen en leerlingen om aan te geven als iets niet goed loopt zodat bijvoorbeeld als de inspectie deze week belt, de school dit aangeeft zodat men ondersteuning kan bieden. Net zoals leerlingen hun leraren kunnen vertrouwen als ze willen zeggen dat het niet goed met hen of een oefening gaat.

Onderwijs en gezondheidszorg, gelijkenissen en verschillen

Er is in de wetenschap en in het denken over onderwijs een lange traditie om onderwijs te vergelijken met de geneeskunde of de gezondheidszorg. Sta er maar even bij stil zoals onder andere Larry Cuban al eerder deed:

Natuurlijk zijn er een pak verschillen, zoals Cuban opsomt:

doctors work one-on-one, teachers in groups; doctors’ decisions can have immediate consequences for life and death, much less so for teachers; differences in salaries; social status, etc.

Maar zelf zie ik ook nog wel een gelijkenis die wat onderbelicht zou kunnen raken: leraren willen net zoals dokters en verpleegkundigen geen enkele leerling verliezen.

Ik hoorde op radio 1 een interview met Anki Nauwelaerts die deze gelijkenis mooi in de verf zette. Ze beschreef hoe haar school elke leerling belde om te kijken wat hun digitale omstandigheden zijn. Ook vertelde ze hoe de school een papieren alternatief aanbiedt zolang niet elk kind online kan. Doorheen heel het gesprek was duidelijk hoe bezorgd mevrouw Nauwelaerts was om leerlingen te verliezen en de kloof te zien vergroten. Voor haar waren deliberaties in juli trouwens geen issue, iedereen wil toch dat zijn of haar leerlingen zo weinig mogelijk leerkansen verliezen. Ze merkte trouwens mijns inziens terecht op dat zomerscholen – waar ze zeker voor was – de kloof nog kunnen vergroten door het vrijwillig karakter.

Het klopt, laat ons eerlijk zijn, dat dokters en verpleegkundigen vandaag de echte helden zijn. Wij, lesgevers hebben het moeilijk, maar lang niet zo moeilijk als zij die echt in de frontlinie staan. Zoals Cuban schreef: onze beslissingen hebben niet onmiddellijk een invloed op leven en dood. Maar tegelijk denk ik, op langere termijn kan dat wel degelijk het geval zijn.