Het frustrerende van onderwijsbeleid: het vergt vaak veel tijd om resultaat te zien (kleine tip voor de nieuwe minister)

In het antwoord dat de nieuwe minister van onderwijs in het interview onderaan deze pagina geeft op de vraag van Linda De Win waarop hij mag afgerekend worden binnen vijf jaar, noemt Ben Weyts verschillende zaken die ook in het regeerakkoord staan, maar… ik vrees dat hij bijvoorbeeld op het verbeteren van onze onderwijsprestaties in internationale vergelijkingen nu al met een probleem zit.

Deze zomer zat ik met een reeks onderzoekers samen aan tafel en het was Dylan Wiliam die nog maar eens herhaalde dat het effect van de meeste beleidsbeslissingen meestal pas ettelijke jaren te zien zijn. Er was een consensus rond tafel dat het dom was om in het vorige decennium naar Finland te reizen om te zien wat ze doen deden in onderwijs, omdat de beslissingen die tot de prima resultaten op PISA hebben geleid… genomen werden in de jaren 80 van vorige eeuw. Meer nog: de laatste PISA-rondes deed Finland het opvallend slechter, dus in die redenering is het misschien zo dat op het moment dat iedereen ging gaan kijken ze net minder goede keuzes aan het maken waren. Niet alles in onderwijs gaat traag – Zweden heeft zo zijn onderwijs razendsnel kunnen doen verslechten – maar het is toch vrij uitzonderlijk.

Concreet wil dit zeggen dat:

  • Als we vooruit gaan, de kans groot is dat dit komt door het beleid van de vorige minister van onderwijs, dit wil iets zeggen over de huidige achteruitgang en de minister in de voorgaande decennia…
  • inschatten of het nieuwe beleid al dan niet voor vooruitgang zorgt, kunnen we wellicht maar ten vroegste voor deze internationale vergelijkingen zien op het moment dat Ben Weyts ofwel in een mogelijke tweede termijn zit als minister van onderwijs of geen minister van onderwijs meer is.

Wat is verderzetting? Wat is nieuw? Wat komt nog? #vlareg

Met de vele maatregelen die gisteren aangekondigd werden bij de voorstelling van het regeerakkoord, zou je kunnen denken dat alles anders zou worden. Maar toch zijn er ook zaken die vooral continuïteit uitstralen, naast echte, ingrijpende veranderingen.

Wat stond in de sterren geschreven of is bevestiging van eerder beleid?

  • Afschaffing, vervanging van het M-decreet door een begeleidingsdecreet.
  • Focus op kennis in onderwijs, was ook al het geval bij de eindtermen van de eerste graad
  • Gelijktrekken financiering voor kleuteronderwijs en lager onderwijs + meer geld basisonderwijs
  • Het maken van een lijst van uniforme opleidingen -> meer daarover verder.
  • Afschaffen dubbele contigentering

Zaken zoals investeren als schoolinfrastructuur was ook al een thema sinds Frank Vandenbroucke, maar wellicht komt er nu weer na Smet en Crevits en extra tandje bij. Vraag zal zijn hoe groot dat tandje is. Ook het idee van bredere inzetbaarheid is niet nieuw.

Wat is nieuw?

  • De meeste maatregelen voor hoger onderwijs, zoals de knip tussen bachelor en master of het minimumaantal studiepunten die je moet opnemen in een eerste jaar en moet behalen. Dat laatste bestond al aan sommige universiteiten, maar de vereiste hoeveelheid ligt hoger. Het idee van B-attest is ook nieuw.
  • De netoverstijgende, gestandaardiseerde testen zijn een afwijking van wat beslist was in het masterplan secundair onderwijs, waar enkel over regelmatige eindtoetsen gesproken werd (op het einde van zesde leerjaar zoals nu al het geval is, op het einde van de eerste graad zoals het katholiek onderwijs al aankondigde,…)
  • Gisteren was er verwarring over de uniforme lessentabel die Jan Jambon aankondigde. Volgens Koen Daniëls ging het over uniforme opleidingen. Maar later volgde deze tweet ook nog:

  • De canon
  • De financiering van de zijinstromers.
  • Het moeilijker maken om scholen op te starten.

Maar er zijn ook veel zaken waar ik zelf met meer vragen zit dan antwoorden:

  • Hoe gaat met de lerarenopleiding opwaarderen?
  • Hoe gaat men de juridisering tegengaan
  • Op welke manieren gaat men meer geld richten op de kernprocessen ten koste van de middenstructuren?
  • Wat zit er in voor de directies bijvoorbeeld in het basisonderwijs?
  • Hoe wil men de brede eerste graad tegengaan + wat betekent dit voor fusies zoals in Leuven?
  • Hoe sterker worden de schotten?
  • Wat met de CLB’s?
  • Wat met de rol van pedagogische begeleidingsdiensten?
  • Wat met het loopbaanpact?
  • Wie gaat die gestandaardiseerde toetsen ontwikkelen en hoe gaan die er uitzien? Gisteren pleitte Lieven Boeve op Radio 1 voor dergelijke toetsen die aansluiten bij de leerplannen, maar hoe kunnen die dan netoverschrijdend zijn?

Ik vrees dus dat ik 300 pagina’s zal moeten lezen vandaag tussen het les geven door.

Sprokkelpost: onderwijs in regeerakkoord (met regelmatige updates en duiding)

Nee, heb het akkoord zelf nog niet, maar her en der lekt er wel wat. In deze post deel ik wat ik tegenkom met indien nodig relevant bedenkingen.

Dit zijn de punten die ik noteerde uit de persconferentie van Jan Jambon, waarvan u hier de tekst kan lezen:

  • Officieel onderwijs wordt neutraal, dus zowel in het GO als in het provinciaal onderwijs met volledig verbod op levensbeschouwelijke tekenen. OVSG-scholen en vrije scholen kunnen hier autonoom over beslissen -> hoofddoekendebat is terug van nooit weggeweest.
  • Excellent onderwijs staat centraal, liefst tandje bij:
    • Kwaliteit en excellentie moet centraal staan.
    • Opwaardering van kennis in ons onderwijs met netoverschrijdende, gestandaardiseerde toetsen om dit te garanderen en aanscherpen eindtermen. -> onderwijsvrijheid deel 1, met duidelijk schot voor de boeg.
    • Lerarentekort en status van lerarenberoep door planlast te verminderen en zijinstromers anciënniteit beter te honoreren. Verder respect herstellen voor leraar, directie en klassenraad. -> tegengaan van juridisering?
    • De lerarenopleiding wordt opgewaardeerd.-> hoe?
    • Vrijheid van onderwijs, maar niet vrijblijvendheid <-onthou deze
      • geld meer naar kinderen en leerkrachten dan tussenstructuren.
      • Uniforme lessentabel, waardoor de brede eerste graad per definitie sneuvelt. <- deze is een grote, wat met geïntegreerde vakken of methode-onderwijs.
        Hierover kreek ik deze update van Koen Daniëls:

    • Juiste begeleiding in plaats van M-decreet.
    • Capaciteitstekorten
      • Extra investering om schoolkeuze te garanderen en afschaffen voorrangsregels. <- ook vrijheid van onderwijs, maar aan de kant van ouders en kinderen.
      • Nieuwe scholen, maar (zie verder)
    • Schoolinfrastructuur moet opengesteld worden voor de samenleving (bvb sportaccommodaties). <- was in feite al iets onder vorige regering.
    • Studieduur in hoger onderwijs verkorten door
      • niet-bindenden oriëntatieproeven gekoppeld aan remediëring
      • sterke knip tussen bachelor en master
      • Minstens inschrijven voor 50 studiepunten, je moet 25 punten halen (al zijn uitzonderingen mogelijk).
    • Taalachterstand aan de wortel aanpakken -> taalbadklas aan het begin vermijden om zo gelijke kansen te bieden.
    • Kleuteronderwijs is daarom belangrijk, krijgt nu zelfde financiering als lager onderwijs met meer geld voor kinderverzorgers. <- was in feite al beslist
    • Het wordt moeilijker om scholen op te richten. <- Terug vrijheid van onderwijs, vooral gelinkt aan radicalisering, maar ook in de gaten te houden. 
    • De canon wordt ingevoerd in onderwijs maar ook gebruikt voor inburgering, maar wordt samengesteld door wetenschappelijk committee.
    • Herhaaldelijk werd gesteld dat koepelorganisaties minder geld zullen krijgen. Dus quid CLB’s, pedagogische begeleidingsdiensten, detachering,…

Verder noteerde Barbara Moens:

  • Compromis over godsdienst: in de derde graad van het gemeenschapsonderwijs kunnen scholen een lesuur religie vervangen door burgerschap.
  • Er komt een hoger aandeel anderstalige bachelors, zoals hoger onderwijs al langer vraagt.

Wat vooraf ging:

Wat was de Soete-norm ook al weer? Dit verwijst naar dit rapport uit 2008. Uit het rapport:

Voor de academische bacheloropleidingen wordt de norm van 115 studenten (voor de drie studiejaren samen) vooropgesteld. De norm 115 is opgebouwd op basis van een uitstroom in Ba 3 van 25 studenten, waarbij er vanuit gegaan wordt dat er minimum 60 studenten instromen, waarvan er 30 doorstromen naar het 2de jaar en uiteindelijk 25 uitstromen. Hierop verder bouwend wordt de norm voor de masteropleidingen vastgelegd op minimaal 20 studenten die instromen in het masterprogramma.

Of in mensentaal:

Het behandelt de (driejarige) bacheloropleidingen, zowel van universiteiten als hogescholen. Centraal in het rapport staat de ‘115-norm’. Opleidingen die minder dan 115 studenten tellen, moeten ‘rationaliseren’ . Zo’n 130 opleidingen komen daarmee in het vizier, vooral in de ‘harde’ wetenschappen. Er zijn wel uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld omdat de opleiding uniek is, of levensbeschouwelijk gevoelig ligt.

De geviseerde opleidingen moeten niet per definitie de boeken helemaal dichtdoen. In het uiterste geval wel, maar voordien is er een hele reeks ‘zachtere’ maatregelen. Zo moeten de hogescholen en universiteiten op zoek naar samenwerking of eventueel fuseren met andere opleidingen.

Is het geen tijd voor meer innovatie in onderwijsinnovaties? (Mijn stuk voor Thema Hoger Onderwijs)

Deze zomer kreeg ik de vraag of ik een stuk over onderwijsinnovatie wou schrijven voor Thema Hoger Onderwijs. Dit was het resultaat, dat begin september verscheen.

Het aantal sequels in de bioscopen is niet meer bij te houden, en ook covers van covers zijn ondertussen schering en inslag in de muziekwereld. En terwijl de mond lijkt vol te hebben over onderwijsinnovatie en -vernieuwing, is het maar de vraag of die vele veranderingen wel goed en/of vooral ook zo nieuw zijn. Het zijn twee vragen die ik apart wil beantwoorden en waarbij het cruciaal is eerst de laatste vraag onder de loep te nemen in de hoop dat zo de eerste vraag makkelijker te kunnen beantwoorden.

Lees verder

Een politieke voorbeschouwing: waar op te letten voor onderwijs als er een akkoord komt?

Volgens verschillende media gaan de onderhandelingen over een Vlaamse regering de laatste rechte lijn in. Als er geen kinken in de kabel komen, dan komt er binnenkort een nieuwe minister van onderwijs in Vlaanderen. Verschillende mensen gokken over wie die minister zal zijn en welke partij deze zal leveren. Deze week hoorde ik drie keer iemand met grote zekerheid vertellen wie het zou worden. Grappig genoeg drie keer met een verschillende naam.

Maar eerlijk, misschien is dit wel de minst interessante vraag. Ik probeer een lijstje te maken waar op te letten als er een akkoord is.

Eerst de geruchten die de media al haalden:

  • Hoe zit het met het aantal uren godsdienst?
  • Wordt detachering afgeschaft of afgebouwd?

Hierbij is het opvallend dat dit laatste gerucht door geen enkele partij ontkend werd als reactie.

Maar er is meer:

  • Die uren godsdienst hebben een impact op de vrijheid van onderwijs. Hoe zal verder met die vrijheid omgegaan worden?
  • Die detachering paste in een aanval op de koepels, welke andere maatregelen hebben hier mee te maken? Ik kan nog wel wat dingen bedenken zoals rond pedagogische begeleiding, financiering, CLB’s,…
  • De startnota had het niet over hoger onderwijs, wat zal er wel in staan?
  • Hoe gaat met het lerarentekort aanpakken, iets wat ook maar zeer indirect aan bod kwam in de startnota? Hoe gaat men het beroep (her)waarderen?
  • Er moeten nieuwe eindtermen basisonderwijs en tweede en derde graad komen. Wat staat er hier over in?
  • De dalende kwaliteit werd al vermeld door oa netoverschrijdende centrale toetsen in de startnota. Haalde dit voorstel het of niet en daarbij is vooral het woord netoverschrijdend een belangrijk (zie ook het tweede puntje in dit lijstje).

Verder zijn er ook nog hete hangijzers die sowieso blijven:

  • M-decreet
  • Gebouwen zowel capaciteit als qua wegwerken achterstand
  • Start kleuteronderwijs
  • Verloning zij-instromers
  • Flexibilisering hoger onderwijs

Dit is wellicht niet volledig. Zijn er zaken die ik vergeet? Reageer gerust!

UPDATE: kreeg de volgende suggesties:

  • loopbaanpact
  • lerarenopleiding
  • herwaardering basisonderwijs
  • regelgeving allerhande waarmee schooldirecties worden belast, maar die niet van het departement onderwijs zelf komen. Bv overheidsopdrachten, FAVV, GDPR, reprobel, enzovoort.

Mijn opinie voor de VRT: Spel is cruciaal voor de ontwikkeling van je kind, ouders moeten af en toe een stapje achteruit durven zetten

De VRT vroeg me of ik een opinie wou schrijven over het onderzoek van mijn collega’s van de Arteveldehogeschool, dit was het resultaat:

Het is een vraag die ik wel eens aan ouders en leerkrachten durf stellen: wie heeft als kind iets gedaan dat ongelooflijk, wijs of de max was, maar waarvan je hoopt dat je kinderen of leerlingen het nooit gaan doen? Meestal gaan dan een pak handen de lucht in en sis ik “bende egoïsten”. Het is natuurlijk deels een grap, maar raakt wel aan een probleem, namelijk: de angst en onzekerheid bij ouders lijkt toe te nemen en dat heeft gevolgen.

Collega’s van de Arteveldehogeschool pleitten eerder deze week voor meer gevaarlijk spel toe te laten. Iets wat ik onderschrijf.

Ik weet niet of je ooit The Goonies zag, een film uit 1985, of gelijk welke andere films of series uit vervlogen kindertijden, maar de kinderen zien er vaak vrijer uit dan vandaag. Het is natuurlijk fictie, maar er zijn wel degelijk vermoedens dat de vrije speelruimte voor onze kinderen en jongeren kleiner is geworden terwijl de wereld net globaliseerde.

Een reeks als de Pepernoten vandaag komt er nog dichtst bij, maar de vrijheid die de kinderen in deze Duitse reeks krijgen, blijkt vandaag pas echt regelrechte fictie.  En dat kan ver gaan, ook qua leeftijd. De Amerikaanse onderzoekster Danah Boyd beschreef zo hoe jongeren vooral online gaan omdat het de laatste vrije ruimte is die niet ingeperkt werd door de samenleving.

De onderzoekers van mijn hogeschool beschrijven hoe begeleiders van jonge kinderen proberen alle risico’s uit te sluiten en zelfs zo ver kunnen gaan dat ze spelende kinderen onderbreken vaak uit veiligheidsoverwegingen en uit eigen schrik.

Maar spel is cruciaal voor de ontwikkeling. We weten al sinds de Nederlandse pedagoog Johan Huizinga in 1938 de Homo Ludens of spelende mens beschreef hoe twee soorten spel belangrijk zijn voor de ontwikkeling van onze kinderen. Aan de ene kant is er gestructureerd spel waarin het kind nieuwe kennis verwerft, nieuwe spelregels leert kennen. Daarnaast is vrij spel nodig waarin het kind die nieuwe kennis oneigenlijk gebruikt en zo de grenzen van de spelregels verkent.

Vergelijk het met het bouwen van iets met Lego. Gestructureerd spel is volgens het plan dat meegegeven werd. Vrij spel zijn ouders die met lede ogen aanzien dat de blokjes van die dure doos gemengd worden met andere blokjes van vorige dozen en het kind dat iets totaal anders bouwt op basis van zijn of haar fantasie, maar met de kennis die het opdeed via het stappenplan. En ja, vrij spel kan gevaarlijk zijn, maar ook leerzaam en leuk.

Het is natuurlijk allemaal mooi gezegd en geschreven als pedagoog. Als papa wil ik natuurlijk ook niet dat mijn kinderen iets overkomt. Het is een evenwichtsoefening waarbij het materiaal dat aan de Arteveldehogeschool ontwikkeld werd professionals kan helpen, maar als ouder is het even belangrijk je kind te kunnen inschatten.

En misschien, heel af en toe een stapje achteruit te zetten, net ver genoeg dat het kind echt kan experimenteren, dicht genoeg dat je er kan zijn als vangnet. Misschien zal je dan wel horen “kijk, papa, kijk, mama, zonder handen!” en dan zal je net voor het kind struikelt met de fiets toch ook een beetje trots zijn. Tom Waes kan echt niet elk kind in de Blacklist (kinderprogramma op Ketnet) laten opdraven om iets gevaarlijks of stouts te kunnen doen in gecontroleerde omstandigheden.

En misschien ook nog voor de VRT, misschien toch maar eens The Goonies heruitzenden.

Mijn misschien onverwachte prioriteiten voor een regering? Onder andere gezin, slaap en beweging.

Momenteel wordt onderhandeld over zowel een Vlaamse als een federale regering en de kans dat de onderhandelaars deze post zullen lezen is zeer klein. Maar mocht het toch het geval zijn, zou ik even een paar suggesties willen doen voor mogelijke prioriteiten. Ik ga me even weg houden van onderwijs, al zal het indirect wel opduiken.

Toen in april de nieuwste JOP-monitor werd voorgesteld bleek dat de belangrijkste voorspeller voor slecht in je vel voelen voor kinderen en jongeren de thuissituatie was. Het noopte me toen al bij de voorstelling te pleiten voor een gezinsondersteunend beleid, temeer omdat gisteren uit het pas gepubliceerde onderzoek van Universiteit Gent bleek dat het aantal kinderen met psychische problemen licht toeneemt.

Datzelfde onderzoek stelde gisteren gerust op vlak van het gebruik van drank en roken: beide gaan achteruit! En nog beter: onze kinderen eten vaker groente en fruit.

Maar… twee zaken waar onze jongeren slecht op scoren zijn slaap en bewegen. Over een periode van 16 jaar steeg het aantal jongeren met slaapproblemen van 17% naar 24% bij de jongens en van 21% naar 30% bij de meisjes. Qua bewegen zien we dat slechts 21% van de jongens haalt de richtlijn van de Wereldgezondheidsorganisatie om dagelijks minstens 60 minuten matig tot intensief bewegen. Bij de meisjes is dit zelfs maar 14%.

Gezondere en meer gelukkige jongeren zijn een belangrijk doel op zich, maar er zit ook een onderwijsbonus in. Slaapproblemen doen minder leren en kunnen leiden tot meer negatief gedrag. De daling van de effectieve instructietijd zal zeker niet enkel hierdoor veroorzaakt worden, maar ik heb een vermoeden dat minder slaapproblemen bij jongeren ook dit ten goede zou komen. Ook genoeg bewegen zou gelinkt kunnen worden aan betere leerprestaties (al is dit met de nodige nuances).

Nee, dit zijn zeker niet de enige zaken waar een regering over zou moeten nadenken, maar vriendelijke suggesties terwijl men hopelijk verder nadenk over het oplossen van – ik zeg maar iets – het lerarentekort.

Zou een heel klein beetje onderwijsoorlog…

Barbara Moens publiceerde een zeer relevant en interessant boek over ‘De Nieuwe Schoolstrijd‘ en de inkt is nauwelijks droog, of de voortekenen zijn er. Het voorstel dat gisteren ‘lekte’ naar Doorbraak.be en dat nu aan Het Laatste Nieuws bevestigd werd om het aantal uren godsdienst op school te halveren, is een niet eens een verdoken oorlogsverklaring aan het katholiek onderwijs. Dat bisschop Bony zich repte om een persmededeling de wereld in te sturen met de boodschap dat het slechts een voorstel is momenteel, toont de zenuwachtigheid.

Het voorstel hoeft niet te verbazen. Wallonië ging Vlaanderen voor, en ik kan me inbeelden dat het draagvlak bij de zowat minst gelovige regio van Europa (toch bij jongeren) groot is. Dat de NV-A er aan toevoegt dat het uurtje misschien kan vervangen worden door een uur Nederlands is behalve logisch in hun eigen logica, ook een niet mis-te-verstane verwijzing naar het uur Nederlands dat het katholieke onderwijs hun scholen voorstelde te schrappen. Het zou me niet verbazen dat het draagvlak bij de bevolking voor dergelijke beslissing, behoorlijk groot is.

Wat minder verwacht werd, is dat dit eerste schot in de lijn ligt van de vorige schoolstrijden. Moens stelt dat waar de eerste schoolstrijden over de ziel van het kind gingen, het nu vooral over het brein van het kind zou gaan. Maar voor Open-VLD lijkt de vrijzinnigheid toch nog behoorlijk centraal te liggen. Ik kan het enkel vermoeden, maar ik denk dat Lieven Boeve liever Theo Francken of een meer gematigde Open-VLD-er als minister van onderwijs zou hebben, dan Gwendolyn Rutten of – ik zeg maar iets – iemand als Ann Brusseel, net omwille van die oude, extra dimensie bovenop de strijd tegen het middenveld.

Wat vooral te vrezen valt, is dat we de komende vijf jaar een constante koude oorlog krijgen over de macht over ons onderwijs. Met een overheid die bijvoorbeeld eindtermen voor het basisonderwijs zo maakt, dat het katholiek onderwijs hun ZILL-leerplan op de schop moet gooien, iets wat bij bepaalde partijen ook nog steeds gevoelig ligt.

In het geval van een dergelijke koude oorlog, vrees ik dat vooral de leerkrachten en de leerlingen de dupe kunnen zijn omdat belangrijke dossiers geblokkeerd raken of minder aandacht krijgen omdat de energie naar die strijd gaat. Misschien had Noordkaap wel gelijk en is een korte, hevige strijd beter, zodat we daarna kunnen overgaan tot de dringende orde van de dag.

Of misschien kan iedereen gewoon overeen komen. Dat kan ook.

Iedereen een laptop of iPad op school? Een kort overzicht

In Schotland, meer bepaald Glasgow, zullen 50000 kinderen een gratis iPad krijgen voor school. Gisteren stond in De Standaard hoe de laptop onze scholen aan het veroveren is, waarbij de Leuvense onderzoekers die in het artikel aan bod komen, de nodige kanttekeningen maakten:

Maar dat is nog toekomst­muziek. Door gebrek aan interactief materiaal worden laptops soms nutteloos gebruikt. Onderzoek wijst namelijk uit dat laptops louter gebruiken als vervanging van pen en papier geen meerwaarde biedt. Een handboek lezen op de laptop heeft ook geen voordeel ten opzichte van een handboek ­lezen op papier.

‘We moeten onderzoeken hoe ICT wezenlijk een verschil kan maken in het ondersteunen van het leerproces van alle leerlingen,’ zegt Depaepe. ‘Een stijging in ­infrastructuur gaat niet automatisch samen met een doordacht gebruik van technologie in het ­onderwijs.’

Het is een thema waar ik de voorbije jaren al vaker over blogde en schreef. Eerst en vooral: ja, technologie kan zeer zeker een meerwaarde bieden, al zijn de effecten vaak genuanceerd. 1 ding is zeker: gewoon technologie op school introduceren zonder meer: geen goed idee.

En er zijn de nodige aandachtspunten, los van de vraag of je degelijk lesmateriaal klaar hebt.

Een selectie;

Terug: ik vind het even fout om geen technologie op school te gebruiken als te denken dat technologie onderwijs zal redden, veranderen, enz. En misschien zijn dit wel de belangrijkste vragen die je moet stellen:

De schoolbel gaat…

En vanaf nu gaan de leerlingen, leraren, directies en ondersteunend personeel weer aan de slag.
Even weg van alle discussies, actief werkend aan de nieuwe eindtermen, modernisering en andere decreten, maar vooral… samen op weg.

Ik hoop dat er veel kan geleerd worden, veel kan ontdekt worden.

Ik hoop dat er soms pret kan zijn, soms de broodnodige troost, veel verwondering en bevestiging.

Het is allemaal pedagogiek.

En vooral hoop ik dat iedereen elkaar helpt, leerling, leraar, directie, ondersteunend personeel en ouders als het even minder gaat. Net zoals elke aha-erlebnis mag gedeeld worden.

De schoolbel gaat.