Toen ik, als in een heerlijke koortsdroom, begon met schrijven aan “De Schaduw van de Raaf” besefte ik al snel dat ik een keuze zou moeten maken. Niet over de plot, niet over de personages, maar over iets nog fundamentelers: wat wil ik dat een lezer meeneemt als het boek uit is?
Het antwoord dat ik zonder verpinken gaf, is mogelijk onverwacht voor een jeugdboek van een pedagoog: namelijk niets. Of preciezer: niets dat ik zelf bepaal.
Terwijl muziek en gitaren veel van mijn culturele leven bepalen, zou ik niet zijn wie ik ben zonder boeken. Ik ben het kindje dat alle boeken wou lezen (en veel ook las), zoals in het verhaal van Tom Lanoye (